Middeleeuws moorden

Vanavond om 20.00 uur spreekt de Rotterdamse historisch criminoloog prof. Pieter Spierenburg onder de titel ‘Een steek in de bil’ over geweld in de Europese geschiedenis. Studium Generale, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen.

Sinds de jaren zeventig vertoont het aantal geweldsmisdrijven een lichte stijging. Worden we steeds moorddadiger? „Welnee”, zegt bijzonder hoogleraar historische criminologie Pieter Spierenburg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „De Middeleeuwse maatschappij was veel gewelddadiger. Alleen zijn moderne mensen - paradoxaal genoeg - veel gevoeliger voor geweld geworden.”

Hoe komt u aan al die statistieken?

„Moord en doodslag zijn de enige delicten waarbij al eeuwenlang betrouwbare lijkschouwingen zijn gedaan. Vanaf de zestiende eeuw zijn, zeker in de steden, alle verdachte sterfgevallen systematisch onderzocht, eerst door mensen van het gerecht, later door de chirurgijn. Was het moord of doodslag, een ongeluk, zelfmoord of een natuurlijke dood? Je had nog geen CSI-teams of DNA-onderzoek, maar die cijfers zijn redelijk betrouwbaar. In de meeste West-Europese landen zakte het aantal moorden in de twintigste eeuw tot minder dan één per 100.000 inwoners per jaar. Sinds de jaren zeventig zie je een stijging naar zo’n anderhalf. Maar in de Middeleeuwen was een aantal van dertig tot vijftig moorden per 100.000 inwoners per jaar normaal!”

Hoe verklaart u dat verschil?

„Volgens de historisch socioloog Norbert Elias, die verklaringsmodellen voor civilisatieprocessen biedt, zou onze psychische gesteldheid mét de samenleving veranderen. In de Middeleeuwen, met hun vele oorlogen, onvoorspelbare dagelijkse leven en onzekere economische situatie, gaven mensen hun emoties en agressie meer ruimte. Als samenlevingen veranderen, worden mensen beschaafder. Maar dat is niet iets om je voor op de borst te kloppen, het ligt meer aan de tijdgeest.”

Wie waren het agressiefst?

„Mannen natuurlijk, en dan vooral de elite. De Middeleeuwse adel onderstreepte haar status met een zeer gewelddadige levensstijl. De adel heeft tot in de twintigste eeuw het duel gepraktiseerd. Het lagere volk vocht zijn eigen duel uit, in de vorm van een messengevecht van man op man. Maar grofweg kun je vaststellen dat het gewelddadig gedrag vanaf de zeventiende eeuw geleidelijk is verminderd.”

Had de overheid daarbij een voorbeeldfunctie?

„De overheid oefende haar geweldsmonopolie – denk aan lijfstraffen – geleidelijk minder zichtbaar uit, maar volgde daarbij vooral maatschappelijke trends. Vanaf 1770 lees je voor het eerst dat mensen openbare executies onaangenaam vonden, honderd jaar later werd de doodstraf in de meeste West-Europese landen niet meer publiek voltrokken. In de VS had de overheid nooit het monopolie op geweld en daar is het aantal moorden hoger – in de jaren negentig gemiddeld 10 levensdelicten per 100.000 inwoners per jaar. Het meest verbazende aan mijn onderzoek vond ik dat de criminalisering van moord en doodslag pas in de zeventiende eeuw zijn beslag krijgt. Zaken als diefstal en inbraak stonden al veel eerder in het strafboek. Moord en eerwraak ter verdediging van de familie-eer werden eeuwenlang beschouwd als privézaak. Om zulke vetes te beëindigen had je rituele verzoeningsceremonies.”