Luchtverdrag verloren zaak

Gaat Nederland morgen de zaak verliezen bij het Europese Hof van Justitie over de rechtmatigheid van het luchtvaartverdrag met de VS? En is dat erg?

Ja, daar ziet het wel naar uit. En nee, dat lijkt niet heel erg.

Vorig jaar oktober adviseerde de Italiaanse advocaat-generaal Mengozzi de rechters in Luxemburg al om de klacht van de Commissie over het verdrag tussen de VS en Nederland uit 1992 te honoreren. In 80 procent van de gevallen volgen de rechters zo’n advies.

Bovendien besliste het Hof in 2002 al in soortgelijke procedures tegen het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Zweden, Finland, België, Luxemburg, Oostenrijk en Duitsland dat de lidstaten de EU-wetten schenden als ieder afzonderlijk met de Amerikanen afspraken maakt over toegang tot elkaars luchthavens en -routes. In die procedures had Nederland zich aan de kant van de aangeklaagde lidstaten opgesteld en mee geprocedeerd. Toen zijn de Nederlandse argumenten verworpen.

Praktisch gesproken is de angel al uit de kwestie. Eind deze maand sluiten de Europese Unie en de Verenigde Staten een luchtvaartverdrag dat voor álle lidstaten tegelijk geldt.

Dat er jaren en jaren geprocedeerd is om de nationale bevoegdheden te mogen behouden, laat zien dat de kwestie zeer gevoelig ligt. Combinaties als Schiphol-KLM of Heathrow-British Airways raken aan gevoelens van identiteit en nationaliteit. Om dat aan Brussel uit handen te geven, ging veel lidstaten lange tijd te ver.

Inhoudelijk gaat het over invoering van de interne vrije markt in het luchtvervoer. En juridisch over de vraag wie daarover gaat: de nationale lidstaat of de Commissie. Binnen de Unie mogen luchtvaartmaatschappijen zich inmiddels vrij overal vestigen. De Commissie vindt dat zij het recht heeft dan ook extern namens Europa met derde landen te onderhandelen over toegang tot de Europese luchtvaartmarkt.

Lidstaten die apart overeenkomsten sluiten bevoordelen de eigen (nationale) maatschappijen en vervalsen de concurrentie, vindt Brussel. Het Hof heeft tot nu toe consequent geoordeeld dat de Commissie inderdaad bevoegd is.

En al zouden de lidstaten het wel elk apart voor zich mogen regelen, dan nog zijn ze verplicht te handelen „in overeenstemming met het gemeenschapsrecht” aldus het Hof in 2002. Juristen zullen het arrest van morgen dan ook vooral nalezen op die passages. Zal het Hof nog iets naders zeggen over de ‘stilzwijgende volmacht’ van de Commissie in dergelijke kwesties?

Folkert Jensma

Lees het vonnis na 15.00 uur op www.curia.eu zaak C-523/04