Koopverslaafde cashmachines

Veel vrouwen vertonen excessief koopgedrag. Ze geven veel geld uit aan kleren en cadeaus en veroorzaken soms torenhoge schulden. Hulpverleners hebben overwerk. „Kopen om jezelf te troosten is een sluipmoordenaar.”

Lucette ter Borg

Laten we haar Hanneke noemen. Hanneke is 61 jaar oud, ze is getrouwd en heeft kinderen die allang de deur uit zijn. Hanneke heeft een schuld van twintigduizend euro. Alweer. Nog geen twee weken terug had ze ook een schuld van twintigduizend euro. Haar man, aan wie ze schoorvoetend bekende dat ze zó rood stond dat geen bijbaantje nog soelaas bood, verkocht zijn aandelen en vereffende haar rekeningen. Nu staat Hanneke opnieuw twintigduizend euro rood.

Hanneke is koopverslaafd. Besluit ze voor één jas de stad in te gaan, komt ze terug met tien jassen. Hanneke móét kopen, of het nu voor haarzelf is of voor haar kinderen. Tassen vol cadeaus sleept ze mee. En de kinderen? Die willen die cadeaus niet eens.

Gelukkig wordt Hanneke niet van haar aanschaffen. De jassen die ze koopt, verstopt ze voor haar man. Bij iedere aanschaf voelt ze een korte roes, gevolgd door een gevoel van falen en leegte. Nu ze voor de tweede keer diep in de schulden zit, durft ze haar man niet meer om hulp te vragen – de aandelen zijn al verkocht. Ze voelt zich volkomen machteloos.

Hanneke is één van de vele voorbeelden die psychotherapeut Carien Karsten in haar praktijk in Amsterdam heeft zien langskomen. Deze vrouw was koopverslaafd, zegt Karsten. Karsten werd voor het eerst op het probleem geattendeerd toen ze in 1999 bij het RIAGG in Amsterdam allochtonen begeleidde die grote schulden hadden maar desondanks bléven kopen. „Volkomen irrationeel gedrag”, zegt Karsten, „dat veel verder gaat dan het gat in de hand.”

Ze besloot structureel onderzoek te doen naar excessief koopgedrag en ontdekte dat koopverslaafden dezelfde symptomen hebben als gokverslaafden, drugs- en alcoholverslaafden. Dat resulteerde in 2003 tot het zelfhulpboek Shoppen, de lust, het lijden en de lol dat ze samen met Klazien Laansma schreef. Het was voor het eerst dat in Nederland serieus aandacht aan het onderwerp werd besteed. In de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Duitsland bestond wél onderzoek – in Duitsland verscheen zelfs al in 1910 het eerste psychiatrische onderzoek naar ‘oniomanie’, zoals de officiële term van koopverslaving luidt.

„Uit recente, internationale onderzoeken”, zegt Karsten, „blijkt dat tussen de twee en de acht procent van de bevolking aan buitensporig kopen is verslaafd. Reken dat om naar Nederland, en we spreken over een aantal van tussen de 320.000 en 1,3 miljoen mensen.” Negentig procent van de koopverslaafden is vrouw – zo berekenden onderzoekers aan de universiteit van Stanford. Karsten krijgt in haar praktijk twee keer zoveel aanmeldingen van vrouwen als van mannen. Vrouwen geven het meeste geld uit aan kleding en cadeaus – zo toont recent onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Vrouwen zijn cashmachines, schrijft de Amerikaanse winkelgoeroe Paco Underhill in zijn boek Why we buy, zeker twee vriendinnen die samen winkelen.

De vraag die aan Karstens boek ten grondslag lag, was even eenvoudig als serieus: hoe ontwikkelen mensen, met name vrouwen, zich van vrolijke shoppers tot koopverslaafden? Rebecca Bloomwood, de hoofdpersoon uit Sophie Kinsella’s Confessions of a shopaholic, ervaart de aankoop van het duizendste tasje als volgt: „Het is alsof je dagenlang honger hebt gehad en dan je mond volstopt met warme toast en boter. Het is als wakker worden en je realiseren dat het weekend is. Het is als de betere momenten van seks. Al het andere wordt uit je hoofd weggevaagd. Het is een puur, egoïstisch genot.”

In Kinsella’s roman is de koopverslaafde grappig. In werkelijkheid, zegt Karsten, is er niets grappig aan iemand wiens aankoopgedrag ernstig is verstoord. Zij somt de gevolgen op waarmee troostkopers, koopjesjagers, manische funshoppers en dwangkopers kampen: depressiviteit, angst, relatie- en gezinsproblemen, isolement veroorzaakt door schaamte en financiële nood. „Kopen om jezelf te troosten is een sluipmoordenaar.”

Jacques Boermans is psychiater bij het GGZ Centrum Roermond. Op de vraag of koopverslaving een ernstig probleem is, antwoordt hij: „Jazeker!” Boermans opende eind oktober de eerste, en vooralsnog enige polikliniek in Nederland voor koopverslaafden. Zelf spreekt hij eerder van ‘ongecontroleerde kopers’ dan van koopverslaafden. „Er is in medisch opzicht geen sprake van lichamelijke afhankelijkheid”, stelt Boermans, „maar wel van geestelijke afhankelijkheid.” In de Limburgse polikliniek komen vijf keer zoveel vrouwen als mannen.

Zowel Karsten als Boermans probeert de patiënt inzicht te verschaffen in het probleem. Karsten: „Soms is het eenzaamheid, soms een minderwaardigheidsgevoel of een trauma uit de jeugd.” Karsten vraagt de deelnemers een aankoop te tonen waarmee ze tevreden zijn en te omschrijven waarom. „Vervolgens ga ik naar het kernmoment van de koopverslaving. Koopverslaafden zéggen dat ze impulsaankopen doen, maar ze weten donders goed waarmee ze bezig zijn. Vaak blijkt na doorvragen dat ze al uren van tevoren een web van smoezen weven om later op die dag voor de bijl te kunnen gaan.” Ze lacht: „Ik heb meegemaakt dat een vrouw zichzelf wijsmaakte dat ze voor een muizenval de stad inging, en terugkwam met een jas van 1.250 euro, een jas van 600 euro en een jurkje van 250 euro.”

In plaats van gedachten als ‘ik heb het verdiend want ik werk toch al zo hard’, ‘ik heb die schoenen vanavond per se nodig’, of ‘ach, wat kan het mij ook schelen?’ – moet de koopverslaafde andere gedachten leren ontwikkelen, andere vormen van tijdsbesteding zien te vinden. Boermans: „Dat kan een langdurig proces zijn. Sommige van de patiënten die we hier in Roermond zien, gaan zich al meer dan vijftien jaar te buiten aan mateloos koopgedrag.”

Er zijn medicijnen in de handel, maar niet in Nederland, en van de resultaten zijn Boermans en Karsten niet overtuigd. In de VS wordt met pillen gewerkt die het serotoninegehalte in de hersenen verhogen, waardoor onlustgevoelens verminderen. Het Finse bedrijf Bio Tie Therapies ontwikkelde vorig jaar de pil Nalmefene voor mensen die aan gokverslaving lijden. In Groot-Brittannië wordt met dat medicijn geëxperimenteerd in verband met koopverslaving. Boermans: „Het is als met antidepressiva – je kunt het voorschrijven, maar houdt de patiënt op met slikken, komen de klachten terug.” Karsten noemt het al heel positief als mensen zich voor training of therapie opgeven. „De erkenning dát sprake is van een probleem, is de eerste stap op weg naar genezing.”

Inlichtingen over koopverslaving, zie www.carienkarsten.nl. Op deze site ook een simpele test, aan de hand waarvan je kunt zien of en, zo ja, in welke mate je verslaafd bent aan kopen. Zie ook polikliniek van GGZ Centrum Roermond: telefoon: 0457-387900 of www. ggznml.nl