Grote figuur in bijzondere tijd

Historici zullen lang blijven redetwisten over de vraag of Boris Jeltsin, die gisteren op 76-jarige leeftijd overleed, goed of slecht is geweest voor Rusland. Sommigen zullen hem lof toezwaaien als de Politburo-rebel die de eerste democratisch gekozen leider van Rusland werd en zijn uiterste best heeft gedaan om westerse waarden in zijn land te introduceren. Anderen zullen hem vervloeken als de man die op chaotische wijze de sovjetstaat ontmantelde om een persoonlijke vete met Michail Gorbatsjov te beslechten, wiens ‘shocktherapie’ leidde tot de ineenstorting van de Russische economie, en die het ambt dronken, gebroken en corrupt vaarwel zei.

Misschien is het meest treffende oordeel wel dat wat Jeltsin over zichzelf zei toen hij op de laatste dag van 1999 plotseling terugtrad: „Ik vraag u om vergiffenis voor het feit dat uw dromen nooit zijn uitgekomen. En ik vraag u om vergiffenis omdat ik uw hoop geen gestand heb gedaan.”

Hoe zijn erfenis ook zal uitpakken, het staat buiten kijf dat Jeltsin een grote figuur was in een buitengewone tijd. Nadat hij door Gorbatsjov in het Politburo was gehaald aan het begin van de perestrojka, de dramatische ‘herstructurering’ die uiteindelijk leidde tot de totale ineenstorting van het systeem, wist Jeltsin met zijn openheid en toegankelijkheid de Moskovieten te enthousiasmeren. Zijn trotsering van de Communistische Partij was een verbluffende, dodelijke steek voor haar macht, en toen partijgetrouwen in augustus 1991 een coup pleegden, hield Jeltsin een speech vanaf een tank om de rebellie in de kiem te smoren.

Toch past het in de aard van mannen die leiding geven aan revoluties dat zij zelden effectieve regeringsleiders blijken te zijn. Als president bezondigde Jeltsin zich aan openbare dronkenschap; hij tolereerde de om zich heen grijpende corruptie en sloot een beruchte overeenkomst met oligarchen uit het zakenleven, die zijn herverkiezing in 1996 verzekerde en hen onfatsoenlijk rijk maakte. Hij maakte in 1993 een eind aan een opstand van de wetgevende macht door het leger opdracht te geven het parlementsgebouw te bestormen. En hij lanceerde de wrede campagne in Tsjetsjenië.

Het Rusland dat hij naliet aan zijn laatste premier, Vladimir Poetin, was een puinhoop. Terugkijkend kunnen we de grootste fouten van deze man en zijn momenten van moed reconstrueren. Maar we zullen nooit weten of een andere Russische leider het anders of beter had kunnen aanpakken.

(Hoofartikel International Herald Tribune)