Eindelijk verlost van Victoriaanse moed en modder

Drie Engelse clubs spelen in de halve finales van de Champions League.

Dat vinden clubs en fans heel fijn. Maar hoe Engels is hun voetbal nog?

Manchester United speelt vanavond tegen AC Milan, morgen nemen Chelsea en Liverpool het tegen elkaar op in de halve finales van de Champions League. Reden genoeg voor volgers op het eiland en het vasteland om de Engelse Premier League te bejubelen als de sterkste voetbalcompetitie van Europa. En het Engelse voetbal te roemen als het beste ter wereld.

Maar met traditioneel Engels voetbal heeft het steeds minder te maken. En al helemaal niet met het oorspronkelijke idee van de bedenkers van het spel. Toen eerwaarde Edward Thiring, de rector van Uppingham School, samen met zijn jongere broer J.C. Thiring halverwege de negentiende eeuw de spelregels vastlegde en zo aan de basis stond van de Football Association (FA), zag hij voetbal vooral als een middel om te helpen bij een strenge Victoriaanse opvoeding. Sport was een middel voor seksuele verdringing (‘het duivelse karakter van lustbeleving’, zoals Thiring het omschreef), de jongens in zijn gymnasium konden alleen ‘ongerept’ blijven als ze werden beziggehouden en afgeleid door sport. Cricket, maar vooral rugby en voetbal, want die sporten waren heftiger.

Het was een puriteinse, hysterische periode, waarin masturbatie en homoseksualiteit als misdaden werden gezien. Pas een paar decennia later zou de dichter en toneelschrijver Oscar Wilde in 1895 tot een gevangenisstraf worden veroordeeld wegens homoseksualiteit. Voetbal moest dat soort ‘zonden’ tegengaan. Voetbal was mannelijk, krijgshaftig, werd het liefst gespeeld op modderige velden met zware leren ballen en op logge, enkelhoge schoenen. Techniek was ondergeschikt aan inzet, kracht, vastberadenheid, trouw en moed. Victoriaans mannelijk, zo moest het spel gespeeld worden.

Hoe anders is het nu. Chelsea bereikte de halve finales ten nadele van Valencia met drie Engelsen in de basis (Ashley Cole, John Terry en Frank Lampard), aangevuld met spelers uit Tsjechië, Ivoorkust, Frankrijk, Nigeria, Ghana, Duitsland, Portugal en Ivoorkust, aangevoerd door de Portugese coach José Mourinho, gefinancierd door de vele olieroebels van de Russische eigenaar Roman Abramovitsj.

Liverpool schakelde PSV uit met in de eerste wedstrijd drie Engelsen (Steven Gerrard, Peter Crouch en Jamie Carragher) en in de return nog twee (weer Crouch en Jermaine Pennant), aangevuld met spelers uit Spanje, Ierland, Wales, Denemarken, Noorwegen, Finland, Brazilië, Argentinië, Mali en Nederland. Liverpool wordt getraind door de Spanjaard Rafael Benitez, en is in handen van George Gillett en Tom Hicks, twee Amerikanen die ook eigenaar zijn van teams uit de NHL, de Amerikaanse ijshockeycompetitie.

Manchester United, ook al in Amerikaanse handen, is nog het meest honkvast. Het schakelde AS Roma uit met twee keer zes Engelsen in de basis. Maar ook op Old Trafford, net als op Chelseas Stamford Bridge en Liverpools Anfield Road, heeft een contingent vreemdelingen het Engelse voetbal definitief een creatieve impuls gegeven, met de Portugees Cristiano Ronaldo als protagonist.

Uiteraard hadden de Engelsen ook vroeger al hun creatievelingen. Maar het waren zonderlingen, die zelden werden geapprecieerd door het publiek. Billy Meredith, rond WO I een vedette bij Manchester City, maakte tegenstanders belachelijk door ze achteloos voorbij te dribbelen, tandenstoker tussen de tanden. Hij werd twee keer geschorst: een keer voor vermeende omkoping, een tweede keer omdat hij een spelersvakbond wilde oprichten. Dat paste niet in het oude Victoriaanse model van trouw en opoffering.

Niet zelden kwamen de creatiefste balvirtuozen uit Schotland of Ierland, waar ‘Keltische’ spelvreugde belangrijker werd gevonden dan tomeloze Victoriaanse inzet. De Noord-Ier George Best, nu een legende als de vijfde Beatle, werd als speler meer uitgescholden dan aangemoedigd. Hij was ‘verwijfd’, droeg een handtas en een BH, zongen de tegenstanders, iets wat veel later ook David Beckham werd aangerekend. Maar Beckham stortte in tegenstelling tot Best niet in. Hij werd de eerste Engelse voetballer die vrede leek te hebben met zijn vrouwelijke kant, een metroseksueel op en naast het veld. Soms mateloos populair, maar even goed uitgekotst bij een nederlaag. Dan werd hij weer een mietje. Niet toevallig is ‘wanker’ (rukker) nog steeds het meest gehoorde scheldwoord op de Engelse tribunes.

De Engelsen vonden al die creativiteit lange tijd ook niet nodig. Met hun traditionele waarden waren ze in eigen land in 1966 immers wereldkampioen geworden. Waarom veranderen? Dat Engeland de eindtoernooien van 1974 en 1978 niet eens haalde, werd gezien als een speling van het noodlot.

Er was een Fransman voor nodig om het tij te keren. Eric Cantona, eerst bij Leeds, later bij Manchester United, had een voor voetbalfans afkeurenswaardige voorkeur voor poëzie en filosofie, maar koppelde creativiteit aan inzet, en bezorgde daarmee in 1993 Man United de eerste titel in een kwarteeuw. Hij kreeg al snel navolging van sexy voetballers als Jürgen Klinsmann, David Ginola, Ruud Gullit en Dennis Bergkamp.

De revolutie werd compleet toen ook buitenlandse trainers hun methodes naar het eiland brachten. De Fransman Arsène Wenger, ‘le professeur’, veranderde sinds 1996 de zeden van ‘boring Arsenal’, zelfs traditionele Engelse spelers als Tony Adams en Martin Keown werden bijgeschaafd in techniek en spelinzicht. Sindsdien hebben trainers uit Spanje, Portugal en Nederland de Engelse clubs een injectie spelplezier gegeven.

De FA ontketende in 2000 zelfs een kleine revolutie door de Zweed Sven-Göran Eriksson aan te stellen als bondscoach. In de Daily Mail werd die benoeming nog gezien als ‘een belediging van de nationale trots’. Jeff Powell schreef: „Het moederland van het voetbal is nu in een graf van schaamte beland, de vernedering van Engeland kent geen weerga.”

Ook The Sun organiseerde een protestcampagne. De nationalistische oprispingen werden treffend gecounterd door de komiek Jeremy Hardy: „Ik begrijp niet waarom iedereen zo’n drukte maakt over die buitenlandse trainer, terwijl het juist de Engelse spelers zijn die het probleem veroorzaken.”

Wat blijkt: onder de nieuwe bondscoach Steve McClaren dreigt Engeland zelfs het EK van 2008 mis te lopen. Het staat vierde in groep E met elf punten na zes wedstrijden, na gelijke spelen tegen ‘kleine’ voetballanden als Macedonië en Israël, en een nederlaag in Kroatië.

Daar zullen de Engelse voetbalfans vandaag en morgen niet aan denken. Eerst verdwenen de enkelhoge schoenen, daarna de modderige velden, die de Engelsen wel verplichtten tot hun bekende ‘kick and rush’. Op de egale grasmatten van de Premier League kunnen ze nu elke week enkele van de meest creatieve spelers van de wereld bewonderen, en Engelse straatjochies als United-spits Wayne Rooney trekken zich daaraan op. Met Victoriaanse preutsheid en modder heeft het steeds minder te maken. Eindelijk mag het Engelse voetbal ook onbeschaamd sexy zijn.

Volg de Champions League op www.uefa.com/matchcentre

Bronnen: Those Feet van David Winner, BBC, International Herald Tribune, www.uefa.com