Een ruige crisismanager

Boris Jeltsin heeft zich als het erop aankwam altijd standvastig getoond.

Hij werd een Russisch leider ten voeten uit, die koos voor het primaat van de staat.

Boris Jeltsin heeft als politicus zijn culturele wortels in de barre romantiek van Rusland nimmer verloochend. Die wortels gaan terug naar Boetka, een dorpje ten oosten van Jekaterinenburg (Sverdlovsk). Daar wordt hij op 1 februari 1931 geboren als boerenzoon. Binnen twee jaar moet het gezin zichzelf urbaniseren. Net als al die andere stedelijke snelkookpannen in de Sovjet-Unie is ook Sverdlovsk een stad voor cowboys. Boris maakt zich die cultuur eigen. Hij wordt voorman in de bouw en treedt op dertigjarige leeftijd toe tot de communistische partij, wordt partijchef van het district-Sverdlovsk en later lid van het Centraal Comité. Daar leert hij leeftijdgenoot Michail Gorbatsjov kennen.

Als Gorbatsjov in 1985 partijchef wordt, haalt hij Jeltsin naar Moskou. Hij moet er de partij, die tot het bot is gecorrumpeerd, schoonvegen. Jeltsins ruige toon maakt hem tot man van de massa. Maar hij stuit ook op zijn grenzen en valt al snel in ongenade bij de Moskouse administrateurs.

In maart 1989 maakt hij zijn comeback in Moskou in het eerste halfvrij gekozen parlement. Jeltsin begint op modern-leninistische wijze een dubbele macht op te bouwen: aan de basis vóór de ‘wederopstanding van Rusland’ en in de bovenbouw tegen Gorbatsjov en diens zieltogende Sovjet-Unie. Uiteindelijk verlaat hij de partij en kiest voor de polarisatie op straat.

Als Gorbatsjov in 1991 toenadering tot Jeltsin zoekt is het te laat. Op 12 juni wordt Jeltsin tot Russisch president gekozen. Nog een maand later, als Gorbatsjov op de Krim op vakantie is, plegen een paar ministers en wat voormalige politieke vrienden een coup. Iedereen is met vakantie, behalve Jeltsin. Staande op een tank spreekt hij voor het parlementsgebouw het volk toe, en via CNN de wereld. Het is crisismanagement van het beste soort. Jeltsin laat Gorbatsjov naar huis komen en wast hem in het parlement ongenadig de oren. Drieënhalve maand daarna heft hij in één moeite door de Sovjet-Unie op. Gorbatsjov moet aftreden en Jeltsin betrekt het Kremlin.

Maar de wijze waarop Jeltsin aan de macht is gekomen, zal hem nooit meer verlaten. Hij blijft een crisismanager, die alleen functioneert bij tegenstand. Zijn politieke stijl krijgt, naarmate het hervormingsproces vastloopt in een soort chaos waarvan alleen de brutalen profiteren, meer en meer manisch-depressieve trekjes.

Omdat Jeltsin niet geïnteresseerd is in de noeste arbeid van het overheidsbeleid is hij ook niet in staat om het maatschappelijke fundament onder de hervormingen te koesteren. Bij de eerste verkiezingen in het nieuwe Rusland worden Jeltsin-gezinde kandidaten vernietigend verslagen.

Een jaar later gaat Jeltsin tot een nieuwe actie over. Een beetje oorlog tegen de gehate Tsjetsjenen zou weer wat nationale cohesie kunnen bieden. Het pakt anders uit. Na 21 maanden wordt een akkoord gesloten waarmee Rusland in wezen erkent de oorlog te hebben verloren.

De politici moeten inmiddels de oren meer en meer laten hangen naar het maatschappelijke klimaat buiten de muren van hun vesting. Als de communisten op 17 december 1995 de parlementsverkiezingen winnen en daarmee de toon zetten voor de presidentsverkiezingen in 1996, is het met de laatste hervormers – en het programma van Jeltsin – gedaan. Jeltsin vervangt ze door nationalisten en technocraten. Uit een kansloze positie vecht hij zich in de lente van 1996 terug. Zijn motto: ik of de burgeroorlog, ik of het neo-stalinisme. En dat alles wordt ondersteund met onbeschaamde grepen uit de staatskas om twijfelaars over de streep te trekken.

Zo presenteert Jeltsin zich als een leider conform oude Russische tradities. Alleen zo kan hij de afstand overbruggen tussen de moderne tijd en het tsarisme en volhouden dat het nieuwe Rusland niet hoeft te desintegreren. Hij omarmt de enige ideologie die Rusland echt verenigt: het primaat van de staat, ondersteund met de gewapende macht.

Jeltsins verdienste was dat hij, als het erop aankwam, standvastig is geweest. Zijn manco is dat hij geen pogingen heeft ondernomen om te scheppen wat een democratie nodig heeft: een juridisch fundament voor een burgerlijke maatschappij.

Lees op nrc.nl: Boris, wat heb je gedaan, over de veelzeggende, emotionele zittingen van het Politburo na de coup van 1991.