Een reservebank

Als de aandeelhouders donderdag akkoord gaan, dan heeft Nederland er binnenkort een Britse bank bij: Barclays, voorheen ook wel bekend als ABN Amro. Als merknaam zal ABN Amro in Nederland zonder twijfel blijven bestaan, en het hoofdkantoor van de combinatie Barclays-ABN Amro komt in Amsterdam. Maar het wordt een Britse bank met een Britse bedrijfsvorm, een Britse topman én binnen een jaar een Britse voorzitter en een Britse hoofdtoezichthouder, de Financial Services Authority (FSA). De verhouding tussen aandelen is bij het samengaan 52 procent voor Barclays en 48 procent voor ABN Amro. Dit is, kortom, een overname en geen fusie. Beide banken eten Engelse pap, met een Engelse lepel uit een Engelse nap.

Dat het hoofdkantoor in Nederland komt, is een goede zaak. Het draagt in beginsel bij aan het behoud van specialistische kennis bij de dienstverleners rond de bank en zorgt voor het behoud van een kritische massa die voor het handhaven van een financieel centrum in Nederland nodig is. Maar zo mooi hoeft het niet te blijven. Toen de Nederlands-Britse Koninklijke/Shell drie jaar geleden aankondigde te fuseren tot een Britse ‘plc’ werd in het kader van de gelijke verdeling ook besloten het hoofdkantoor in Nederland te houden. Destijds werd al geconstateerd dat er slechts één pennestreek voor nodig is om alsnog naar Londen te verhuizen. Ook Barclays’ hoofdzetel in Amsterdam is niet in graniet gehouwen. Men kan zich zelfs afvragen of het uit oogpunt van bedrijfsvoering wel verstandig is het hoofdkantoor van een van de grootste banken ter wereld, en een van de voornaamste spelers in de City, in Amsterdam te vestigen.

Het bestuur van ABN Amro presenteerde het samengaan met Barclays gisteren als de best mogelijke uitkomst. Maar de bank had zich vooraf in een afhankelijke positie gemanoeuvreerd. Een kennelijk ongeloofwaardige strategie en een achterblijvende aandelenkoers hadden ABN Amro kwetsbaar gemaakt. Zodanig, dat er in februari slechts één brief van een hedge fund met een minimaal belang voor nodig was om een keten van gebeurtenissen in werking te stellen die met de bank op de loop ging.

Is Barclays inderdaad de best mogelijke uitkomst? En waarom heeft ABN Amro niet veel eerder besloten om de Amerikaanse tak, Lasalle, te verkopen en daar geld mee vrij te maken voor een Europese expansie? Die verkoop, voor een brutobedrag van 21 miljard dollar aan Bank of America, lukte het afgelopen weekeinde plotseling wél. Tactisch is het een goede zet, want het afstoten van dit kroonjuweel neemt rivaliserende bieders die mede uit waren op de Amerikaanse tak, de wind uit de zeilen. Het resultaat is wel dat ABN Amro én wordt verkocht én deels wordt onttakeld. Wellicht is dat te verdedigen als het best mogelijke resultaat. Het is daarom nog geen reden tot tevredenheid. Vooralsnog knaagt de twijfel. De vraag blijft of de bank zijn huid misschien niet duurder, maar wel beter had kunnen verkopen.