Draai rondjes en schud je billen op de maat

Swingdance is in Nederland nog vrij klein, maar groeit de laatste jaren gestaag.

„Het is een dans met heel veel interactie, het draait om de muziek en spontaniteit.”

Danslerares Jojanneke Heidema op de schouder van cursist Jerome van der Kruit. Foto Maarten van Haaff Swingdance Utrecht. 1 april 2007. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

„Laat de muziek je lichaam leiden, er zijn geen regels in deze dans”, zegt swingdanceleraar Andrew Sutton. Ik voel hoe mijn hand, die rust in die van mijn danspartner Jerome van der Kruit, steeds zweteriger wordt. De bedoeling van deze workshop Lindy Hop is dat we gaan experimenteren met leiden en geleid worden. De knieën lichtelijk gebogen, voeten een beetje naar buiten gedraaid, netjes rechtop. „Zorg vooral dat je je lichaam ontspant”, fluistert mijn partner me toe. Makkelijker gezegd dan gedaan.

Met een brede glimlach op hun gezicht beginnen de dertig leerlingen van Swingdance Utrecht te dansen. Wat onzeker kijk ik om me heen en zie dat andere deelnemers rondjes draaien, schopbewegingen maken op de vierkwartsmaat van deze thirties-muziek of zelfs met de billen schudden. Het enthousiasme blijkt aanstekelijk te werken. Ik betrap mezelf erop dat ook mijn knieën losjes heen en weer wiebelen. Mijn partner kijkt ernaar en grijnst goedkeurend.

„Bij deze dans gaat het echt om plezier maken. Ook al ben je technisch geen ster: als je maar lol hebt.” Niels van Mechelen (31) heeft inmiddels bijna vier jaar swingdanceles. Voorheen danste hij salsa, maar dit spreekt hem veel meer aan. Bij salsa zijn het de mannen die de vrouw ten dans vragen, hier nemen ook de vrouwen initiatief. „Iedereen heeft gewoon zin in actie en is enorm energiek”, zegt hij.

Energie is zonder meer een vereiste bij deze dansstijl. De term swingdance verwijst naar verschillende dansen die zijn ontstaan uit de swing, een muziekgenre uit het Amerika van de jaren 1920 en 1930. Bekende swingmusici zijn Duke Ellington, Ella Fitzgerald en Count Basie. Bij deze bigbandmuziek is veel ruimte voor improvisatie; zo ook bij de dansstijl die eruit voortkwam, veelal Lindy Hop genoemd. „Het is een dans met heel veel interactie, het draait volledig om de muziek en om spontaniteit”, vertelt de 33-jarige Utrechtse danslerares Jojanneke Heidema. „Natuurlijk is ritmegevoel en muzikaliteit handig tijdens het dansen, maar eigenlijk kan iedereen dit.”

„Als je over een goed stel oren en een vrolijke geest beschikt, heb je hierin zeker plezier”, stelt Andrew Sutton. De Amerikaan is in Nederland om een weekend workshops te geven aan zowel beginnende als gevorderde swingdansers. Sinds hij acht jaar geleden begon met swingdance, is hij „hooked”. In 2002 werd hij tweede op de wereldkampioenschappen swingdance in Zweden. Nu reist hij tien maanden per jaar de wereld over om lessen te verzorgen. Hij kan er prima van rondkomen.

De Nederlandse swingdancescene is vrij klein, maar groeit de laatste jaren gestaag. Inmiddels kun je in Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Arnhem terecht voor les. In sommige landen is swingdance „big”, vertelt Sutton. „In Australië bijvoorbeeld, met meer dan vijftien scholen in Sydney alleen. Maar ook in Frankrijk, waar je in Toulouse en Montpellier elk weekend terecht kunt voor een dansavond. Dat geldt ook voor grote Engelse steden.”

Het grootst is de groep dansers in Amerika, waar het allemaal is begonnen. Dans speelde in de New Yorkse wijk Harlem een grote rol, in de periode van economische depressie die volgde op de Eerste Wereldoorlog. De vele Afro-Amerikanen die naar de stad waren getrokken, in de hoop werk te vinden, hielden ‘rent parties’ met jazzmuziek en dans. Iedereen betaalde wat entreegeld om de maandelijkse huur te betalen voor de bewoners. Dans vormde dé manier om aan de realiteit van armoede en racisme te ontsnappen. In de Savoy Ballroom, hét danscentrum van Harlem, was je huidskleur ondergeschikt aan je dancing skills. De Lindy Hop was dé dans van die tijd en werd beïnvloed door tapdans en Charleston. Het was een zwarte partnerdans, waaruit later dansstijlen als Boogie Woogie en Jive zouden ontstaan.

Alle deelnemers aan de Utrechtse workshop zijn blank en tussen de twintig en vijftig jaar oud. De meesten dragen een gemakkelijke broek met een T-shirt – niet de wijde broeken met bretels plus arbeiderspetjes, die de mannen dragen tijdens demonstraties. Het is namelijk zweten geblazen, twee dagen swingen. Wanneer lerares Jojanneke Put a lid on it van de Squirrel Nut Zippers opzet, stelt iedereen zich op in vier rijen. Synchroon gooien de dertig dansers hun benen de lucht in, terwijl ze in hun handen klappen. Met een ruk bewegen ze rechtsom en terwijl ze hun handen wapperend omhoog bewegen, roepen ze luid „woehoe”. De uniforme glimlach op hun gezichten verraadt de waarheid: ze genieten.