De smeerolie van de samenleving

Alleenstaande vrouwen worden in de wetgeving onterecht benadeeld. Het CISA springt in de bres en probeert te bereiken dat de status van alleenstaande als leefvorm in de wet wordt verankerd. Want vooral jonge vrouwen komen eraan.

Jean Bilquin (1938) © kunstenaar e/o Lex & Ria Daniëls, Amsterdam 020, 25-10-2006, 12:15, 8C, 5440x3844 (285+2319), 100%, ar, 1/120 s, R43.4, G13.1, B6.0 Bilquin, Jean ;Lex & Ria Daniëls

Adriaan Hiele

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stijgt het aantal alleenstaanden in Nederland in de komende jaren van 2,5 miljoen tot 3,4 miljoen in 2030. Echtscheiding, het uit elkaar gaan van samenwoners én vergrijzing zijn de belangrijkste oorzaken van de verwachte groei. Vooral op hogere leeftijden.

Verder gaan in de toekomst meer mensen ongehuwd samenwonen. Deze paren gaan vaker uit elkaar dan gehuwde paren. Na de scheiding wonen de ex-partners weer alleen. In de leeftijdsgroep 30- tot 64-jarigen zijn het vooral mannen die alleen komen te staan. De vrouw woont na de scheiding meestal samen met haar kinderen.

Het aantal alleenstaande 65-plussers neemt tot 2030 het sterkst toe: van 0,7 miljoen tot 1,3 miljoen. Op deze leeftijd is het percentage alleenstaande vrouwen groter dan dat van mannen omdat mannen meestal eerder overlijden dan vrouwen en vrouwen bij hun trouwen vaak enkele jaren jonger zijn dan hun man. Op dit moment is de levensverwachting bij geboorte voor mannen 76 jaar en voor vrouwen 81 jaar.

De cijfers van het CBS: meer alleenstaanden en meer eengezinshuishoudens. Het kabinet houdt hiermee geen rekening nu het CDA, de ChristenUnie en ook de PvdA het gezin hebben uitgeroepen tot hoeksteen van de samenleving. De leus van de coalitie ‘Samen werken, samen leven’ geldt kennelijk alleen voor burgers in een gezinsverband. Misschien zijn alleenstaanden wel de smeerolie van de samenleving.

De sociaal psychologe Lenie de Zwaan, voorzitter van het Centrum Individu en Samenleving (CISA), zegt er in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad van 19 maart dit over: „Alleenstaanden wordt ingepeperd dat zij solidair moeten zijn, met de onbewezen stelling dat zij niet voor anderen zorgen. Vooral alleenstaanden moeten solidair zijn. Niet de goedverdienende partners zonder kinderen, de veelverdieners en de topverdieners. Daarom gaan vele voordelen op sociaal en fiscaal terrein de neus van de hardwerkende, zelf verdienende en voor anderen zorgende alleenstaanden voorbij.”

De Groningse hoogleraar publieke financiën Flip de Kam (columnist van NRC Handelsblad), geciteerd in hetzelfde opiniestuk in Het Financieele Dagblad, zegt dat alleenstaanden veel meer aan de schatkist bijdragen dan gehuwd of ongehuwd samenwonende stellen. Zowel in de fiscale als in de sociale wetgeving worden gezinnen bevoordeeld ten opzichte van alleenstaanden. Liberalen en democraten hebben daar nooit verzet tegen aangetekend en nooit voorgesteld de wetgeving te wijzigen.

Het CISA is een kenniscentrum dat wil bereiken dat de alleenstaande status als leefvorm maatschappelijk wordt erkend. Het centrum constateert dat alleenstaanden in veel wetten en regelingen worden achtergesteld. Het CISA wil dat de alleenstaande status als leefvorm net zo wettelijk verankerd wordt als die van gezin en familie. De doelstelling van CISA is het stimuleren van de emancipatie van alleenstaanden in materiële, maatschappelijke en psychologische zin, door wetenschappelijk onderzoek en beïnvloeding van het overheidsbeleid. Regelmatig worden proefprocessen aangespannen. De website van het CISA (www.cisasite.nl) noemt de volgende tien voorbeelden, die worden toegelicht:

de Zorgverzekeringswet

de eigen AWBZ-bijdrage

de huurtoeslag

het erfrecht

de combinatie van zorg en arbeid

het nabestaandenpensioen

de netto-minimumloonbescherming

de geringe kans een huis te kopen

de bewuste achterstelling door de overheid

het slechte voorbeeld van de overheid aan lagere overheden, organisaties en verenigingen

In februari 1977 vroeg de Tweede Kamer aan de regering welke wettelijke regelingen in strijd waren met het beginsel van gelijkwaardigheid van man en vrouw, een pijler van het emancipatiebeleid. Eind 1978 verscheen de gevraagde informatie in een rapport met de naam ‘Anders geregeld’. In dat rapport staan alle bepalingen met een onderscheid tussen mannen en vrouwen, en gehuwden en ongehuwden. Een omvangrijke opsomming die tegenwoordig ouderwets aandoet. Man en vrouw zijn nu nagenoeg gelijk. Ook in financieel opzicht? Een Dolle Mina, volgens haar zeggen, reageert zo op deze vraag.

„Denkt u dat wij onze zaken niet goed in de hand hebben? Toen de man nog voor het inkomen zorgde en de vrouw het huishouden deed, hadden we misschien meer sjoege van poetsen en breien dan van de koop van dure spullen, een huis of beleggen. Maar sinds Dolle Mina zijn er meer vrouwen dan ooit baas over hun eigen beurs. Met name jonge vrouwen zijn goed opgeleid, werken hard en verdienen soms meer dan mannen, doen ook in aandelen (ruim de helft van de leden van beleggingsclubs is vrouw), sparen stevig en onderhandelen zelfstandig over een hypotheek of een auto. Wij zijn op weg om de mannen maatschappelijk en professioneel in te halen, en gaan verstandiger met geld om. Dolle mina’s in geldzaken zijn dolle fina’s.”

Is er echt geen verschil meer tussen mannen en vrouwen? De werkelijkheid wijst op het tegendeel. Niet meer dan ruwweg 20 procent van de bezoekers van lezingen, seminars, markten en beurzen over geldzaken is van het vrouwelijk geslacht, vaak nog vergezeld van hun partner. Een opvallend laag percentage voor een bevolking die voor de helft uit vrouwen bestaat, van wie circa 2,5 miljoen alleenstaand, ‘verweduwd’ of gescheiden is.

Vanwaar die geringe belangstelling? Is geld een echte mannenzaak? Duidt dit verschil op een door de natuur, godsdienst, overheid, maatschappij of traditie bepaalde rolverdeling? Duiken vrouwen weg voor de verantwoordelijkheid? Houdt de emancipatie op bij aankopen tot tweehonderd euro en moet de man opdraven voor duurdere spullen?

Erfelijkheidsdeskundigen menen dat mannen en vrouwen van nature verschillend zijn, maar de onderzoekers kennen geen chromosomen, DNA of andere bouwstenen die een financieel talent of aanleg bepalen. De natuur biedt de seksen op dat terrein gelijke kansen. Net als de ‘Algemene wet gelijke behandeling’, waarin de overheid discriminatie verbiedt op grond van geloof, geslacht, burgerlijke staat, politieke voorkeur, nationaliteit of welke grond dan ook.

Het zijn veelal de maatschappij, godsdiensten, religies, levensovertuigingen en talrijke streek-, kring- en familietradities die mannen en vrouwen al van jongs af een verschillende rol opdringen. Zij zorgt voor het huishoudgeld en alles wat hiermee verband houdt, en hij doet zaken zoals werken, (levens)verzekeringen, hypotheken, de oude dag, belastingen, beleggen en speculeren.

Die vanzelfsprekend lijkende verdeling biedt nogal wat vrouwen een excuus om weg te duiken voor geldzaken. ‘Daar hoef ik me gelukkig niet mee te bemoeien!’ Door die onwetendheid kunnen vrouwen in de problemen komen bij het heengaan of de langdurige arbeidsongeschiktheid van de (hoofd)kostwinner, zijn werkloosheid, faillissement of pensionering, bij echtscheiding enzovoort. Natuurlijk is dit zwart-witpatroon de afgelopen jaren sterk veranderd, maar desondanks blijven vrouwen meer risico’s lopen dan mannen, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden.

Vrouwen baren de kinderen, hebben er een sterke band mee en voeden ze op. Moeder, voeder, hoeder. Vaders verdwijnen nogal eens voortijdig van het gezinstoneel en onttrekken zich aan hun verantwoordelijkheid. Daar komt bij dat de zorg voor kinderen de economische zelfstandigheid – eigen baan, inkomen, carrière – danig in de weg kan zitten. De veel besproken combinatie van werk en zorg.

Verder ligt de sterfte van mannen hoger. Laten we er niet omheen draaien: mannen zijn het zwakke geslacht. Daar moet je als ‘egonomisch’ (eigen geld eerst) denkende vrouw op bedacht zijn. In elke levensfase zijn er meer weduwen dan weduwnaars, en dat verschil loopt op bij het klimmen der jaren, zoals blijkt uit de cijfers van het CBS. In de leeftijdsgroep 20 tot 24 jaar zijn er circa 200 weduwen tegen 60 weduwnaars. Van 35 tot 39 jaar zijn dat 4.100 weduwen tegen 1.300 weduwnaars. En van 65 tot 69 jaar slaat de man of vrouw met de hamer toe: 90.000 weduwen tegen 19.000 weduwnaars. Mannen zijn bij hun dood gemiddeld 72 jaar oud, vrouwen ruim 78. De levensverwachting van jongens en meisjes die nu worden geboren, ligt zoals eerder geschreven hoger: respectievelijk 76 en 81 jaar.

Conclusie. Er zijn veel meer gezinnen zonder vader dan zonder moeder, en aanzienlijk meer weduwen dan weduwnaars.

Ook blijken vrouwen niet dezelfde carrièrekansen te krijgen, te willen of te nemen als mannen met dezelfde opleiding, ervaring en capaciteiten. Ze stuiten op een denkbeeldig glazen plafond, wat hun motivatie frustreert en onder meer hun inkomen (en pensioen) drukt. Niettemin zeggen vrouwen in bepaalde beroepen nooit iets van zo’n plafond te merken.

Tot zover enkele voorbeelden van de extra ‘gevaren’ die alleenstaande vrouwen bedreigen, vergeleken bij mannen. Alleenstaande mannen gaan gebukt onder hún specifieke noden, maar daar gaat dit stuk niet over.