‘Cultuur mag niet het domein zijn van de bovenlaag’

Met welke dilemma’s worden kunstwethouders van grote steden geconfronteerd? In een serie portretten vandaag als eerste Orhan Kaya (33), de Rotterdamse wethouder Participatie en Cultuur.

Wanneer is hij geslaagd als wethouder van Cultuur en Participatie? Over die vraag hoeft Orhan Kaya, nu bijna een jaar verantwoordelijk voor cultuur in Rotterdam, niet lang na te denken. „Cultuur mag niet langer het exclusieve domein zijn van de grotendeels autochtone bovenlaag. Over drie jaar moeten veel meer Rotterdammers genieten van het cultuuraanbod in deze stad dan nu”, zegt de 33-jarige bedrijfsarts van Turks-Koerdische afkomst.

Kaya (GroenLinks) signaleert een te grote afstand tussen de naar schatting zeventig culturele instellingen en de inwoners van Rotterdam (584.356 ingezetenen, waarvan 47 procent allochtonen). „Ik wil meer dan een subsidierelatie, en van alle instellingen een antwoord op de vragen als: wat gaat jullie bijdrage worden? Bedien je alleen de eigen markt of reikt de verantwoordelijkheid verder? ”

Zijn missie op het gebied van kunst en cultuur sluit naadloos aan op wat Kaya voor ogen staat met zijn integratienota Stadsburgerschap – het motto is meedoen.

Uit de vorige week verschenen Atlas voor Gemeenten blijkt dat ‘cultuurarme’ gemeenten op sociaal-economisch vlak dreigen af te glijden. Het op dat punt toch al wankele Rotterdam moet zijn kracht benutten, vindt Kaya. Groot is zijn vertrouwen in organisaties als Kosmopolis, een „nationaal en internationaal multimediaal platform dat kunst en cultuur gebruikt om de dialoog tussen bevolkingsgroepen te stimuleren”. Gesteund door het college heeft de stichting een uitwisselingsprogramma opgezet met een Turks kunstenaarscollectief uit Istanbul, Garaj Istanbul genaamd. Kaya ging onlangs poolshoogte nemen. „Die interactie is prachtig om te zien, daar moeten we naartoe.”

Maar Rotterdams jongste wethouder heeft ook zorgen. Kaya’s hoofdpijndossier luistert naar de naam Nighttown. Al bijna een jaar wordt gesteggeld over (de doorstart van) dit poppodium, dat in juli 2006 de deuren sloot wegens geldgebrek. ‘Nighttown-expert’ Dries Mosch van Leefbaar Rotterdam (LR) verwijt Kaya blind te zijn voor „de diepgewortelde belangenverstrengeling” die ten grondslag zou liggen aan de financiële malaise. „Hij is naïef en laat zich ringeloren door allerlei gehaaide jongens, die alleen maar uit zijn op het spekken van de eigen beurs”, stelt Mosch. Kaya op zijn beurt meent dat Mosch zich laat leiden „door gevoelens en niet door feiten”.

De toekomst van Nighttown is en blijft ongewis. Twee partijen zouden nog altijd geïnteresseerd zijn in overname van de uitgaansgelegenheid aan de West-Kruiskade. Intussen gaan de gedachten, ook die van Kaya, steeds vaker uit naar één centraal poppodium in Rotterdam. „Maar dat mag niet en dat kan niet”, zegt Mosch. „Pop moet als een warme golf door de stad rollen, van Nighttown tot WaterFront, van de Maassilo tot OffCorso”

Voor Leefbaar Rotterdam, met veertien zetels de grootste oppositiepartij, geldt Kaya als de zwakste schakel in het acht wethouders tellende stadsbestuur, bestaande uit PvdA, CDA, VVD en GroenLinks. LR-voorman Marco Pastors noemde de in Leeuwarden opgegroeide Kaya al eens spottend ‘het kleinste lid’ van het college. Beiden leven op gespannen voet sinds Pastors in het najaar van 2005 als wethouder het veld moest ruimen na een motie van GroenLinks.

Maar ook PvdA-fractievoorzitter Peter van Heemst bekende onlangs twijfels te hebben gehad. „Orhan kwam zo moeizaam op gang dat ik op een gegeven moment dacht: gaat er nog wat gebeuren?” Maar dankzij „een opbouwende en inspirerende nota” over hét thema van de raadsverkiezingen van vorig jaar (de integratie) heeft Kaya het wantrouwen weten weg te nemen, aldus Van Heemst. „Orhan is kennelijk een slow-starter.”

Zelf bleef (en blijft) Kaya stoïcijns onder de kritiek. Zelfverzekerd, en immer gewapend met een glimlach, treedt hij zijn critici tegemoet. Dat zijn echtgenote werkzaam is in het Wereldmuseum, dat met gemeentegelden een deels commerciële koers vaart? Het zij zo. „Als het al een probleem is, is dat een probleem van anderen, niet van mij.”

Applaus oogstte Kaya ook, zoals twee weken geleden met zijn plannen voor 2009, wanneer Rotterdam de Jongerenhoofdstad van Europa is. Kaya heeft voor het themajaar 50 miljoen euro toegezegd. Hij wil het geld onder meer gebruiken om de Grote Prijs van Nederland, het tv-programma Idols en de BNN Urban Awards naar de stad te halen.

Die aankondiging leverde de wethouder zelfs een applausje op van zijn kwelgeest Mosch. „Het ziet er goed uit, ik kan niet anders zeggen. Toch blijf ik erbij: Kaya loopt op remolie. We moeten oppassen dat-ie niet in z’n achteruit schiet.”