Beloon binnenshuis werk

Beloon verzorgen van kinderen, uit en thuis

De roep van diegenen die vinden dat vrouwen zoveel mogelijk uren dienen te werken en de zorg voor kinderen aan professionals moeten overlaten, is luid en duidelijk te horen. Zie het artikel van Heleen Mees. Toch blijft er een koppige groep ouders bestaan die de waarde van een periode intensief contact met hun kind wel degelijk zien en daarom wensen dat dit mogelijk wordt gemaakt.

De houding van werkgevers, overheid, en de maatschappij als geheel is daarbij van cruciaal belang. Enerzijds dienen werkgevers het voor zowel vrouwen als mannen mogelijk te maken in deeltijd te werken zonder daarmee hun kansen op een waardevolle carrière te zien verminderen. Anderzijds dient de overheid, en maatschappij, in te zien dat de term ‘buitenshuis’ werken impliceert dat er ook zoiets is als ‘binnenshuis’ werken.

Als we erkennen dat kinderen verzorgen werk is, of dat nou op een crèche door leidsters of thuis door een ouder wordt verricht, zouden we misschien dat werk ook als zodanig moeten belonen. De kosten voor de verzorging van een kind per uur, zoals die op een crèche worden berekend, zouden dan het salaris vormen voor wie dan ook die deze taak op zich neemt. Hiermee zou een eind worden gemaakt aan het ondergewaardeerde en onbetaalde karakter van het werk dat vrouwen sinds mensenheugenis verrichten, en mannen de mogelijkheid geven zich ook op dit werkterrein te begeven, waarmee de ongelijkheid tussen de seksen rechtgetrokken zou worden.

Chiara Geuzebroek

Studente Engelse taal en cultuur en moeder, Amsterdam.

Heleen Mees richt zich vooral op de elite

Heleen Mees probeert overal bewijs te verzamelen voor haar veelvuldig geuite stelling dat ‘vrouwen meer moeten werken’. Het zou de wereld maar liefst 30 miljard opleveren. Ze wil zo vooral de Nederlandse vrouw de oren te wassen omdat ze zich dood ergert aan al die deeltijdfeministen.

De vraag of veel van het gedrag waar Mees zich zo aan ergert wellicht genetisch te verklaren valt laat ze zitten. Kijkend naar mijn vijfjarige dochter die ondanks haar ‘gender’ neutrale opvoeding (als enig meisje opgroeiend met twee precies even oude broers) slechts over baby’s praat, heb ik zo mijn twijfels.

Bovenal valt het elitaire karakter van haar bijdragen op. Het gaat over zeer hoog opgeleide vrouwen die als ze maar meer gaan werken tot de absolute top doordringen. De realiteit is echter dat slechts een beperkt deel van de vrouwen en mannen een Nobelprijs zal winnen of het tot voorzitter van de raad van bestuur van een onderneming zal schoppen. Hoeveel uren je ook maakt of welke ambitie je ook hebt, er is slechts een beperkt aantal posities aan de top.

Een groot deel van de mensen achter de lopende band, in de bouw, de zorg of het onderwijs kiest er voor om, althans tijdelijk, geen volledige baan te hebben. Niet omdat ze zo veel tijd nodig hebben om kerstcadeautjes te kopen, zoals Mees als vrijgezel denkt, maar omdat er bij het opvoeden van kinderen nu eenmaal nogal wat taken zijn die tijd en zorg kosten. Zieke kinderen horen niet op school of crèche en de keiharde realiteit is dat je dit slechts in beperkte mate kunt uitbesteden. Zeker bij banen die een weinig flexibele tijdsindeling kennen heb je dan geen andere keuze dan werk en opvoeden te combineren.

Ton van Rietbergen,

Economisch geograaf aan de UU, vader van een drieling.

Meer werk door vrouwen kan ook zonder wonder

Heleen Mees betoogt dat meer werk door vrouwen miljarden extra groei zal opleveren. Ze voorziet dat een volgend werkgelegenheidswonder, als in de jaren ’90, die groei zal realiseren en de complete vergrijzingsproblematiek zal oplossen.

Een strategie ontwikkelen op basis van een wonder is gevaarlijk. Wat echt zal helpen is in te vullen wat Mees weglaat: waardoor leven we in een patriarchaat en welke ontwikkeling die al in gang is kan tot de gewenste cultuurverandering leiden? Volgens mij zit de oorzaak van het patriarchaat in onze genen en zal het streven door vrouwen naar een kenniseconomie tot de gewenste cultuuromslag leiden.

De oorzaak van het patriarchaat is ook de oorzaak van het glazen plafond, waarboven vooral machtige mannen verblijven. Die verdelen de taken in de maatschappij onbewust op genetische gronden. De Britse onderzoekers Richard Dawkins en Geoffrey Miller leveren de argumenten voor deze visie.

Dawkins betoogt in ‘The selfish gene’ (1976) dat alle organismen, dus ook mensen, een sterke neiging hebben om hun genen zoveel mogelijk te vermenigvuldigen, ongeacht de mogelijk rampzalige gevolgen van verspreiding. Hij stelt in dat boek ook dat mensen een sterke neiging hebben om hun goed doortimmerde ideeën, hun sterke overtuigingen, hun rotsvaste geloof te verspreiden, ongeacht de mogelijk rampzalige gevolgen van verspreiding. Hij voert daarvoor de term ‘selfish meme’ in, wat op ‘selfish gene’ rijmt. ‘Memes’ maken dat veel mensen last hebben van hokjesgeest, omdat een sterke overtuiging binnen zo’n beschermend hokje lang heel blijft en heel blijven bevordert verspreiding. ‘Memes’ kunnen zelfs tot fundamentalisme leiden.

Miller zegt in ‘The mating mind’ (2000) dat mannen er door hun ‘selfish genes’ belang bij hebben om zo veel mogelijk op te vallen in hun omgeving, want zij kunnen veel vaker hun genen verspreiden dan vrouwen. Mannen gebruiken daarom grote middelen om veel aandacht te trekken: ze rijden op grote motoren of in grote auto’s, leiden grote bedrijven of voeren grote legers of straatbendes aan.

Mannen tonen haantjesgedrag want ze gebruiken zoveel mogelijk kansen om hun strijdbaarheid te tonen. Ze proberen van hun dagelijkse jacht thuis te komen met zo groot mogelijke buit, waar de neiging tot graaien van topmannen uit voortkomt.

Vrouwen zijn veel kieskeuriger, want zij kunnen voor veel minder nageslacht zorgen. Zij moeten daarom volgens Miller de aandacht van die éne aantrekkelijke man zien te krijgen en dat doen zij door meer dan mannen aandacht aan kleine dingen te schenken. Daardoor hebben ze vaardigheid voor het huishouden en ook hun vermogen om kinderen te verzorgen. Vrouwen proberen dus ook op te vallen, maar op een manier die veel minder schadelijk is voor hun omgeving.

Ik denk dat mannen ook meer dan vrouwen met hun ‘memes’ proberen aandacht te krijgen, door hun grote gelijk te bewijzen dat uit ‘memes’ is samengesteld. Daarvoor omringen machtige mannen zich, waar mogelijk, met klonen van zichzelf, met wie zij zich samen boven het glazen plafond kunnen bewijzen, wat een heel fijn gevoel geeft. Door die ‘memes’ verspilt de mensheid nog veel meer miljarden dan Heleen Mees in haar opiniestuk aanwijst.

Arnold Fellendans

Adviseur van de stichting ‘Duurzaam Hoger Onderwijs’, Wassenaar