Alleenstaande ouder staat er niet alleen voor

Het artikel van Heleen Mees (‘Vrouwen, werk eens wat meer’, Opiniepagina 18 april) en het artikel van Andreas Kinneging (‘Denk eerst aan je kinderen voordat je jezelf wilt ontplooien’, Opinie & Debat, 21 april) hebben veel reacties opgeroepen.

Beide artikelen gaan over hetzelfde onderwerp: het probleem om werk, gezin en opvoeden te combineren. Terwijl Heleen Mees de zelfontplooiing en de economische waarde van vrouwenarbeid centraal stelt, wijst Kinneging op het belang van een harmonieus gezin. Hij is van oordeel dat het belang van zelfontplooiing en werk in deze maatschappij is doorgeschoten. Een selectie van de bijdragen.

Ik kook. Niet achter het fornuis, zoals de heer Kinneging waarschijnlijk het liefst zou zien, maar van binnen. Als alleenstaande moeder van drie kinderen, hoogopgeleid en met een betaalde baan, voel ik mij dan ook zo ongeveer op alle fronten aangevallen. In de tegenaanval dus maar.

Hoe blij de generatie was waar Kinneging over spreekt, weet ik niet. Ook niet in hoeverre het toen moeders vrije keus was om zich volledig aan kinderen en huishouden te wijden.

Ik houd het maar bij mijn eigen generatie (van rond de dertig), een generatie van goed opgeleide vrouwen die soms inderdaad moeite hebben om de juiste balans te vinden tussen werken, zorgen en sociaal leven. En zelfontplooiing niet te vergeten. Maar toch voor deze uitdaging kiezen, en veelal met verve.

De wereld van vandaag is groot. Een kind moet niet geïsoleerd opgroeien. Ouders, samen met school, familie, vrienden, crèche, en naschoolse opvang, zijn veelal uitstekend in staat om een kind een veilige en stabiele omgeving te bieden. Een omgeving waarbinnen een kind tot een evenwichtig persoon kan uitgroeien, met goede sociale omgangsvormen, een brede kijk op de wereld, en de kansen om zijn/haar eigen talenten te ontwikkelen.

Werkende ouders zijn wel degelijk in staat om hun kinderen goed op te voeden. Werken doet een ander appèl op je dan de opvoeding van kinderen. Juist door deze afwisseling, weet je als ouder de momenten die je met je kinderen doorbrengt, extra te waarderen – dit geeft plezier in het opvoeden en dus in huis. Bovendien biedt het financiële zekerheid – ook niet onbelangrijk bij opgroeiende kinderen.

Kinneging geeft eenoudergezinnen een trap na. „Kinderen in je eentje opvoeden is eigenlijk niet te doen. Het lijkt me goed dat maar eens ronduit te zeggen.”

De meeste eenoudergezinnen die ik ken (in mijn geval allemaal moeders) zijn dit niet uit vrije wil. Deze vrouwen moeten extra veel moeite doen om het huishouden draaiende te houden, hun kinderen aandacht te geven, de administratie op orde te houden, opvang voor hun kinderen te regelen als zij werken.

Ik heb niet het idee dat hun – en mijn – kinderen veel tekortkomen. Een ideale situatie is misschien anders, maar in plaats van gedesillusioneerd te raken, zetten deze vrouwen de schouders eronder, en proberen hun kinderen het beste te bieden – met creatieve oplossingen, en een dierbaar netwerk van vrienden en familie. Kinderen zien een zelfredzame ouder, en dat lijkt mij pedagogisch zeer verantwoord.

In de eenentwintigste eeuw is een groot deel van de Nederlandse vrouwen goed opgeleid. Koester die vrouwen die hun capaciteiten ten volle benutten. Ondersteun ze bij het vinden van de juiste balans (wat de overheid overigens financieel wél doet, met kinderopvangtoeslag en belastingkortingen). Een investering in zulke vrouwen is een investering in de toekomst van een nieuwe generatie kinderen, en dus in de maatschappij van morgen.

Thelanie Vink is alleenstaande moeder van drie kinderen met een betaalde baan.