‘Zigeuners dragen bij aan de Europese cultuur’

In Goran Bregovic’ nieuwste muziekstuk ontmoeten twee orkesten uit verschillende tradities elkaar. „Het podium is als een vliegveld waar twee mensen elkaar ontmoeten. Op zo’n plek ontstaat openheid.”

Parijs, 23 APRIL. - Zaterdagavond. Het Théâtre des Champs Elysées is tot aan de nok toe vol. Op het podium zit het Absolute Ensemble uit New York. Dirigent Kristjan Järvi heft de handen in de lucht. De klarinettiste, een ranke Aziatische vrouw, begint te spelen. Een melancholische melodie kruipt de zaal binnen. Het is of Parijs in een keer wordt verplaatst naar een dorpje ergens op de Balkan.

Plotsklaps wordt de weemoed doorbroken door een luid tetterend gezelschap dat via een zijdeur de zaal binnenkomt. Het is Goran Bregovic’ Wedding and Funeral Band. Een blaasorkest, een drummer en twee traditioneel geklede Bulgaarse zangeressen lopen richting het podium waar vrijwel onmiddellijk een Servisch mannenkoor aantreedt.

En dan komt de ster van de avond soepeltjes aanwandelen. In een strak wit pak, de gitaar losjes onder de arm en met slangenleren schoenen aan zijn voeten. Dit is Goran Bregovic, de ex-rockster uit voormalig Joegoslavië en ‘godfather van de turbofolk’. Het feest kan beginnen.

Twee uur later, als de laatste klanken van Bregovic’ nieuwste compositie wegsterven, barst de zaal minutenlang in luid gejubel uit. Beide orkesten mogen pas weg na een uitgebreide toegift. En zelfs dan is het publiek nog niet tevreden. Een echte zigeunerbruiloft gaat ook de hele nacht door, dus waarom moet dit ophouden? De componist staat ietwat bedremmeld op het podium, zijn hand telkens zachtjes op zijn hart slaand van ontroering. Hij is een gelukkig man.

„Jack Daniels?” Het is het eerste wat Bregovic (57), een uur voor aanvang van het concert, aanbiedt. Een lok uit zijn ogen vegend zet hij de fles uitnodigend op tafel. Waar hij ook is, zijn favoriete whiskey uit Tennessee moet worden geleverd. „Het staat als voorwaarde in mijn contract”, grinnikt hij.

Parijs is na Athene een van de eerste Europese steden die Bregovic aandoet met zijn nieuwste muziekstuk Forgive me, is this the way to the Future? Three Letters to Three Prophets. Morgen staat hij met het voltallige gezelschap op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw. De European Concert Hall Organisation (ECHO), een samenwerkingsverband tussen Carnegie Hall en de veertien belangrijkste concertzalen van Europa, vroeg de Servo-Kroatische componist om een stuk voor twee orkesten. Bregovic koos voor het 18-koppige Absolute Ensemble dat, onder leiding van de in Estland geboren Amerikaan Kristjan Järvi, ruimschoots ervaring heeft met het mengen van verschillende muziekstijlen.

Zijn nieuwste compositie is het vervolg op My Heart has become tolerant, een muziekstuk dat vorig jaar met groot succes werd gebracht in Muziekcentrum Vredenburg en waarbij zijn Wedding And Funeral Band optrad met zo’n veertig zangers, waaronder drie sopranen die de drie grote wereldreligies vertegenwoordigden. „Ik ontdekte dat de liturgie in de synagoge, de kerk en de moskee veel overeenkomsten heeft. Ik kom uit Sarajevo, een stad waar de orthodoxe christenen, moslims en katholieken al eeuwen met elkaar in conflict zijn. Er is geen gemeenschappelijke taal gevonden om die drie religies met elkaar te verenigen. Maar in de muziek kan het wel.”

In Three Letters to Three Prophets gaan de twee orkesten opnieuw een dialoog aan waarin conflict en verzoening elkaar afwisselen. Het podium, de plek van de ontmoeting, moet worden opgevat als een imaginair vliegveld of treinstation. Het zijn volgens Bregovic de zeldzame plekken waar mensen van totaal verschillende achtergronden met elkaar in gesprek raken. „Je zit te wachten, ontmoet een totaal onbekende en voor je het weet zit je elkaar dingen te vertellen die je niet eens tegen je psychiater zou zeggen. Op zo’n plek ontstaat openheid.”

Sinds de oorlog in voormalig Joegoslavië woont Bregovic met vrouw en kinderen in Parijs. Inmiddels heeft hij een breed publiek weten te interesseren voor zijn woeste zigeunermuziek. Maar voor zijn voormalige landgenoten blijft hij ijd het gezicht van Bijelo Dugme (de Witte Knoop), in de jaren tachtig de populairste rockgroep van voormalig Joegoslavië. In het Westen werd hij voor het eerst bekend door de soundtracks die hij schreef voor de films van Emir Kusturica (Time of the Gypsies (1989), Arizona Dream (1993) en Underground (1995). Inmiddels bestaat zijn Wedding and Funeral Band ruim tien jaar en presenteerde hij vorig jaar zijn eigen zigeuneropera Karmen.

Ook in zijn nieuwste compositie zijn de invloeden van de zigeunermuziek volop aanwezig. De muziek is melodisch, soms ronduit sentimenteel maar vaak ook gecompliceerd. Bregovic beukt al jaren dwars door allerlei zigeunertradities heen, iets wat de hardcore liefhebber van de zigeunercultuur hem niet altijd in dank afneemt. Volgens hen staat zijn ‘turbofolk’ voor de ergste soort kitsch die er op de Balkan te beluisteren valt. Het kan Bregovic maar weinig schelen. „Ik heb niks tegen kitsch. Het brengt tenminste gevoelens naar boven.”

Bovendien, meent Bregovic, bestaat er niet zoiets als ‘echte zigeunermuziek’. „Wat is dat dan? Django Reinhardt? Flamenco? Het enige wat deze stijlen met elkaar gemeen hebben is dat ze voortkomen uit getalenteerde muzikanten die moesten overleven.” Ook de aantijging dat hij de traditionele zigeunermuziek de nek om draait wimpelt hij vrolijk weg. „De traditionele blazersorkesten maken de enige moderne muziek die wij hebben op de Balkan. Als je tenminste het eclecticisme van deze muziek als modern beschouwd.” Dat hun muziek door dj’s steeds vaker wordt gemengd met strakke beats kan hij alleen maar toejuichen. „De Balkan Beat? Geweldig! Ik denk dat de tijd rijp is voor Europa om te erkennen dat de zigeuners wel degelijk hebben bijgedragen aan de Europese cultuur.”

Goran Bregovic: 22/4 20.15 uur Concertgebouw Amsterdam. Res.: 020-6718345.