Zaanse harpistes spelen Stockhausen

Concert: Groot Omroepkoor en Blazersensemble o.l.v. Marcus Creed; Esther Kooi en Marianne Smit, harp. Gehoord: 21/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 24/4 20.00.

Een bekend beeld, zaterdagmiddag in het Concertgebouw: componist Karlheinz Stockhausen achter het mengpaneel, midden in de zaal. De inmiddels bijna tachtigjarige Duitser voerde de klankregie bij de Nederlandse première van FREUDE (2005) voor twee harpen. Het ongeveer veertig minuten durende werk is het tweede ‘uur’ uit Stockhausens nieuwe megacyclus KLANG, gebaseerd op de uren van de dag.

Een bijzonderheid was dat het werk, net als bij de wereldpremière vorig jaar in de Dom van Milaan, werd gespeeld door de twee jonge, nog niet afgestudeerde Zaanse harpistes voor wie Stockhausen het werk schreef: Esther Kooi en Marianne Smit. Het typeert de componist, die uitsluitend werkt met musici die de tijd hebben en bereid zijn om zich helemaal aan zijn muziek te wijden, of ze wereldberoemd zijn of niet.

FREUDE is een verheven, soms bezwerend extatische, soms meer sprookjesachtige zetting van het pinkstergebed Veni Creator Spiritus, met de combinatie van strenge structuur en zinnelijke klank waarin Stockhausen als geen ander excelleert. De harpistes – gestoken in witte Stockhausen-gewaden – zongen de tekst met engelachtige meisjesstemmen. Hun spel was van een indrukwekkende perfectie, het resultaat van eindeloos schaven onder toeziend oog van de componist. De synchrone tempo-overgangen, spatgelijke akkoorden, ongebruikelijke speeltechnieken: Kooi en Smit leken vergroeid met elkaar en met de compositie.

Voor de pauze waren de spirituele receptoren van het publiek alvast opengezet met uitvoeringen van James MacMillans Sun-Dogs (2006) en Bruckners Mis no. 2 in e door het Groot Omroepkoor. Dirigent Marcus Creed slaagde er niet in om Bruckners kolossale koorwerk eenheid te verlenen. Het ging al mis bij het klankbeeld, met een onsamenhangend blaasensemble dat maar niet met het koor wilde mengen. Ook muzikaal kreeg Bruckners mis te weinig lijn – alsof Creed de spanningsboog zo ver oprekte dat een averechts effect ontstond: desintegratie.

De Schot James MacMillan (1959) is een componist die onbeschroomd tonaal componeert, soms zelfs in ouderwets contrapunt, maar zijn muziek wel opleukt met special effects uit het avant-gardisme. Een wolk door het koor gearticuleerde losse medeklinkers illustreert in ‘I first saw them’, het eerste deel van Sun-Dogs, de rennende honden uit de tekst van dichter Michael Symmons Roberts. In ‘Sometimes, like Tobias’ biedt vrolijk gefluit een scherp contrast met de serene ernst van de tekstvoordracht.

Het is fantasierijke, optimistisch spirituele muziek, waarin het Groot Omroepkoor zich van zijn beste kant liet horen.