Versplinterd landschap

De verkiezingen op Curaçao hebben de gewenste opheffing van de Nederlandse Antillen in het Koninkrijk niet dichterbij gebracht. Er is onder de bevolking geen meerderheid gevonden voor partijen die voorstander zijn van de historische afspraak die het vorige kabinet met de Antillen wist te maken. Die houdt het saneren van de staatsschuld in, een nieuwe rechtstreekse band met Nederland (als gemeente of als ‘autonoom’ land) in ruil voor verscherpt financieel, bestuurlijk en justitieel toezicht door Den Haag.

Die stap is broodnodig. Niet alleen om de eilanden te bevrijden uit een kunstmatig staatsverband. En niet alleen om de culturele identiteit van de eilanden ook politiek te kunnen erkennen. Maar vooral ook om Nederland greep te bieden op de groeiende hoeveelheid problemen die jonge, kansloze Antillianen hier veroorzaken. Daarvoor is Den Haag bereid een enorm bedrag te investeren: het overnemen van maar liefst 80 procent van de 2,4 miljard euro staatsschuld, die hoofdzakelijk op naam staat van Curaçao.

Het is een erkenning van de realiteit dat zolang Antillianen Nederlandse paspoorten hebben, sociale problemen, criminaliteit en drugshandel alleen in zeer nauw overleg en coördinatie kunnen worden opgelost. ‘Antillianen’ is in Nederland een negatief begrip geworden. Net als met elke generalisatie is dat ten onrechte. Maar onbegrijpelijk is het niet.

Ook heeft Nederland strategische belangen in het Caraïbisch gebied. De VS zijn Nederlands belangrijkste bondgenoot; de verhouding tussen Washington en Venezuela, overbuur van Curaçao, is gespannen. Voor Washington is Nederland in de regio een vooruitgeschoven post en heeft het een stabiliserende invloed. Door die relatie heeft Nederland internationale verplichtingen die niet gemakkelijk kunnen worden weggewuifd. Hoe verleidelijk dat ook is.

De investering in een nieuwe gezamenlijke toekomst ligt nu in handen van de PAR-lijsttrekker, premier Emily de Jongh-Elhage. Zij won de verkiezingen, maar heeft van de kiezer geen duidelijk politiek mandaat gekregen voor de nieuwe band met Nederland. De Partido Antia Restrukturá (zeven zetels) was samen met de PNP (twee zetels) de enige die zich duidelijk uitsprak voor het akkoord met Den Haag. Samen kunnen zij rekenen op 38 procent van de stemmen ofwel negen zetels. Een minderheid in een raad van 21 zetels.

De andere zes gekozen partijen waren tegen of hielden de boot af. Zij bleven gelijk in zetelaantal of liepen terug. Dat neemt niet weg dat deze ‘autonomiepartijen’ samen op elf zetels staan. Aan premier De Jongh nu de taak om, in een parlement dat maar liefst acht partijen omvat, een werkbare meerderheid te vormen die de afspraak met Nederland toch kan uitvoeren. Zij heeft daarvoor naast de PNP een of twee andere partijen nodig. Dat wordt een hele klus, waarvan de uitkomst niet vaststaat. De Eilandsraadsverkiezingen leverden een geheel versplinterd politiek landschap op. Zes politieke partijen kregen maar een of twee zetels. Staatssecretaris Ank Bijleveld (CDA, Koninkrijksrelaties) zal dus eerst geduld moeten oefenen. Hopelijk toont ze zich daarna even vasthoudend als haar voorganger, VVD’er Atzo Nicolaï.