Terminus De Onthaasting serveert net even anders

Werken met verstandelijk gehandicapten is een succes in Terminus De Onthaasting.

Het is geen ‘zorg-iets’, maar een echte horecagelegenheid.

Serveerster Ramira leunt tegen de bar. Ze kletst wat tegen haar collega’s. Ik wenk, want ik weet wat ik wil bestellen. Ramira lacht vriendelijk terug, maar maakt geen aanstalten om te komen. Ik wenk opnieuw. Ramira lacht breeduit, draait zich om, en praat vrolijk verder.

Personeel dat niet direct komt; het is niet ongebruikelijk in lunchroom Terminus De Onthaasting aan de Stationsstraat in Amersfoort. Maar het kan nog erger. „Soms zwaaien ze enthousiast terug”, zegt bedrijfsleider Willem Jan Okhuijsen.

De Onthaasting is ook geen ‘gewone’ lunchroom: het wordt gerund door verstandelijk gehandicapten. En dat betekent dat alles nét even anders gaat. Bijvoorbeeld iets bestellen. Het personeel verzamelt zich rond de bar en wordt dan naar de verschillende tafeltjes gedirigeerd. Wie vrij is, helpt. En dus heb je als klant steeds een andere serveerster of ober aan tafel. De bestelling wordt opgeschreven. Of onthouden, als het personeel niet kan lezen of schrijven. En als onthouden moeilijk is, zoals voor Marcella, wordt het notitieblokje voor de klant op tafel gelegd:

„Wilt u iets bestellen?”

„Ja, graag. Een glas melk, alsjeblieft.”

„Kunt u het dan zelf even opschrijven?”

En weg is Marcella.

Er zijn meer dingen die net even ieanders gaan. Als je soep bestelt, krijg je een leeg bord, waarna de soep met een schenkkan wordt ingeschonken. Met hete soep door de lunchroom lopen, bleek te gevaarlijk voor het personeel. En er wordt gewerkt met foto’s, waarop staat hoe de gerechten eruit zien. „Bijvoorbeeld hoe een broodje eruit ziet, en wat erbij hoort”, zegt Okhuijsen. „Ik moet veel herhalen. Instructies van vandaag zijn ze soms morgen alweer vergeten.”

De Onthaasting – open van maandag tot en met vrijdag – is op initiatief van enkele Amersfoortse ondernemers eind 2003 geopend. Ze werken samen met Amerpoort, een dienstverlenende organisatie voor verstandelijk gehandicapten. De horecaondernemers zorgen ervoor dat geld wordt verdiend, Amerpoort regelt de ondersteuning van het personeel.

In Nederland zijn meer van zulke initiatieven, maar die zijn vaak onderdeel van een zorginstelling. „De Onthaasting is een échte horecavoorziening geworden, niet een ‘zorg-iets’”, zegt Jantien Eerdmans, divisiemanager dagbesteding bij Amerpoort. Het uiteindelijke doel is winst draaien. Dat lukt nog niet, maar het is nog steeds het doel. De Onthaasting zit bijna elke dag vol.

In De Onthaasting werken veertien vaste medewerkers en drie stagiaires. Ze staan in de bediening, in de keuken of doen huishoudelijke klusjes. De samenwerking tussen de zorgsector en de commercie heeft in het begin „veel zweetdruppels” gekost, zegt Okhuijsen, die vroeger een ‘normaal’ restaurant runde.

„Het zijn twee verschillende culturen. In de zorgsector heerst heel erg de acht-tot-vijf-mentaliteit, maar zo werkt het in de horeca niet. Daar moet je flexibel zijn.” „Het is net het échte bedrijfsleven hier”, zegt Jolanda Baars, zorgcoördinator bij Amerpoort. „Als een cliënt een week met vakantie wil, moet hij dat ruim op tijd aangeven. En niet pas een dag van tevoren.”

In principe komt iedereen die mobiel is en geen visuele handicap heeft in aanmerking voor een baan bij De Onthaasting, zegt Baars. Er werken mensen die een autistische beperking hebben, of het syndroom van Down. Ze krijgen een horecaopleiding en daarna een proeftijd van twee maanden. Inmiddels telt de lunchroom 45 plaatsen binnen en 32 buiten op het terras. De klandizie komt voor 70 procent uit het bedrijfsleven, verder komen er huisvrouwen, dagjesmensen en ook scholieren.

De medewerkers moesten in het begin wennen aan het soms hectische horecawerk, zegt Okhuijsen. „Je mag ze niet overvragen, dan raken ze in de war.” Medewerkers trokken zich in het begin dan ook vaak even terug in een speciaal daarvoor aangewezen kamer. Zoals Johanna. „Ze hadden vragen waar ik geen antwoord op had”, zegt ze. „Dan ging ik maar beneden de was doen.”

Het personeel is inmiddels „mondiger en zelfstandiger”, zegt Okhuijsen. Ook de gasten weten wat ze kunnen verwachten. Okhuijsen was bang dat mensen alleen „op het nieuwtje zouden afkomen”. „Even aapjes kijken, en dan nooit meer terugkomen. Dat hebben we voorkomen met goede service en kwalitatief goed eten.” Ook is er een open keuken, zodat iedereen kan zien hoe er wordt gewerkt. Okhuijsen: „Het personeel staat hier niet met loopneuzen en kwijlende monden in de keuken.”