Tekeningen Rembrandt: meer dan contouren

Rembrandt: De tekeningen uit Berlijn. Museum Het Rembrandthuis. Tot 28 mei. Catalogus €27,50

Het Rijksmuseum toonde al zijn Rembrandttekeningen, het Louvre deed dat in Parijs en nu laat het Rembrandthuis de tekeningen uit het Kupferstichkabinett van de Staatliche Museen te Berlijn te zien. Jaren dacht men in Berlijn 130 Rembrandttekeningen te bezitten. Inmiddels zijn dat er 55. Want het corpus Rembrandttekeningen wordt, evenals de schilderijen, aan een minutieus, schiftend onderzoek onderworpen. Wereldwijd zijn er nog zo’n 1200 bewaard – ooit waren dat er duizenden.

Die tekeningen variëren onderling in thematiek, techniek, papiersoort, formaat en in functie. Dat is op de tentoonstelling in het Rembrandthuis goed waar te nemen. Hoe direct en levensecht Rembrandts tekeningen ook mogen lijken, slechts een handjevol is werkelijk naar het leven getekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor een paar landschapstekeningen. Het zijn niet meer dan aanduidingen in zwart krijt van kenmerkende elementen in het vlakke, waterrijke land rond Amsterdam. Waarschijnlijk trok Rembrandt in bepaalde jaren met leerlingen naar buiten. Die schetsen dienden als geheugensteuntjes voor het echte werk: uitwerkingen in pen en penseel thuis, in het atelier.

Ook de straattaferelen gaan terug op directe observatie: een bedelaar leunend op zijn stok, een moeder die haar blèrend zoontje optilt dat – een meesterlijk detail – zijn slof verliest. Andere tekeningen zijn variaties op prenten van door Rembrandt bewonderde kunstenaars. En dan zijn er nog zijn eigen inventies van bijbelse en mythologische scènes. Van slechts een deel van de tekeningen is vast te stellen dat ze dienden als voorstudie voor een schilderij.

Gelukkig zijn ook tekeningen van Rembrandts leerlingen opgehangen: dezelfde onderwerpen, dezelfde techniek, soms zelfs op dezelfde dag en op dezelfde plaats gemaakt. Zo wordt de mogelijkheid geboden om te vergelijken en te kunnen vaststellen hoe trefzeker Rembrandt te werk ging. Hij zette zijn tekeningen op met enkele tastende beginlijntjes die allengs zwaarder werden aangezet, waarna hij met bruine penseelstreken en witte wassingen licht- en donkeraccenten aanbracht. Hij moet naar alles wat hij tekende zeer nauwkeurig hebben gekeken en al zijn onderwerpen al reducerend vertaald hebben in hoofdlijnen. Die lijnen gaven veel meer aan dan contouren; ook het volume, de massa van mensen, dieren en huizen wist hij te treffen. En dan is er nog een merkwaardig kenmerk. Rembrandt moet, waarschijnlijk vlak voor hij een tekening voltooid achtte, daar nog eens van een afstand naar hebben gekeken en hebben gevoeld dat er iets miste: een zekere balans, een accent. Met één snelle beweging van pen of penseel kon hij dan een lijn of een veeg neerzetten, vaak met een hoek erin of ietwat zigzaggend. Die lijn was geen functionele, afbeeldende lijn. Het was een intuïtief toegevoegd abstract element, dat op wonderbaarlijke wijze de voltooiing van de hele compositie bekrachtigde. Als een letterloze handtekening.