Retourtje Brazilië

In 1989 ben ik geëmigreerd naar Brazilië. Tijdens een reis door Zuid-Amerika ontmoette ik via wederzijdse vrienden een Braziliaan en de relatie leek zo veelbelovend dat ik het erop waagde en mijn etage aan de Amsterdamse gracht en baan bij een reclamebureau, verruilde voor een rol als huisvrouw op het Braziliaanse platteland. Ik had alleen rekening te houden met mezelf en ik vond het reuze spannend. We kregen drie zonen en zij hadden de beste omgeving die een jongen zich kan wensen: ruimte, zon, water, paarden, honden, bos – alles.

Toen de kinderen naar school moesten, werd alles anders. Van zondagavond tot en met vrijdagavond woonde ik met de jongens in een appartement in Curitiba, de hoofdstad van de staat Paraná met ongeveer 2,5 miljoen inwoners. Mooi, licht appartement, goede school, leuke vriendjes, maar toch was de overgang enorm. Rond het appartementengebouw stond een hoge muur, alle ingangen waren elektronisch beveiligd en er was dag en nacht een portier. De lagere school stond met de middelbare school op een enorm terrein met sportvelden en tuinen, zoals een campus, maar wéér die muur er omheen en met gewapend personeel bij de ingangen. Een groot deel van de dag was ik chauffeur: de kinderen moesten gebracht en gehaald, van en naar school, sportclubs, vriendjes. Mij werd ten sterkste ontraden de kinderen zonder begeleiding naar de club te laten lopen waar zij tennis- en zwemles kregen en die op 200 meter afstand lag. Fietsen op straat was levensgevaarlijk en kinderen konden nooit spontaan met een vriendje meegaan want dan moest eerst toestemming van de ouders worden overlegd.

Toen begon het te wringen. Nu had ik ook mijn kinderen om rekening mee te houden en de mogelijkheden in Nederland kennende, ging ik steeds meer vergelijken. Nederland is trouwens bijzonder in dat opzicht: er zijn weinig landen waar kinderen zo veel vrijheid en zelfstandigheid kennen: de meeste bestemmingen zijn per fiets bereikbaar, fietspaden zijn veilig en automobilisten houden rekening met fietsers. Kinderen regelen zelf met wie ze na school willen spelen en vragen daarvoor toestemming van hun ouders zonder dat de school zich daarmee hoeft te bemoeien. De omgang is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en gezond verstand, en niet op angst.

In 1999 namen we gezamenlijk het besluit om te remigreren. Tijdens mijn jaarlijkse vakantie in Nederland lukte het me een huis en een school te vinden en binnen een maand was alles geregeld en waren we op weg naar Breda. Ik ging werken als freelancer, om thuis te kunnen zijn als de kinderen uit school kwamen. Zonder een vast inkomen was het echter weer moeilijk om een verblijfsvergunning voor mijn man te krijgen. Een vaste baan zou sowieso moeilijk zijn geworden want de jongens werden op een wachtlijst geplaatst voor naschoolse opvang en staan daar waarschijnlijk nóg op. Mijn man bleef uiteindelijk in Brazilië en ik in Nederland. Gaandeweg zijn we uit elkaar gegroeid en is de scheiding uitgesproken. Van Brazilië mis ik mijn schoonfamilie, de warmte, de ruimte, de blauwe oceaan, en de dagelijkse hulp in de huishouding, maar nog elke dag ben ik heel erg blij weer in Nederland te wonen.