Retour Den Haag-Brussel

Wouter Bos groet de pers

Geen onderwerp zo gevoelig in Europese politiek als taal. Chirac, nog even de president van Frankrijk, liep zelfs een keer weg bij een bijeenkomst met regeringsleiders omdat Ernest-Antoine Seillière, de voorzitter van de Europese werkgevers, een praatje was begonnen in het Engels. Seillière is een landgenoot van Chirac, en een Fransman spreekt in Europa Frans, vond Chirac.

Wouter Bos heeft geen last van dat soort gevoeligheden. Afgelopen weekeinde was hij in Berlijn voor het eerst bij een informele ontmoeting van EU-ministers van Financiën. Tijdens zo’n bijeenkomst praten ministers tegen hun eigen pers doorgaans in hun eigen taal. Voor een Nederlandse journalist heeft het dus weinig zin om naar een persconferentie van een Fin of Tsjech te gaan, want die spreekt doorgaans alleen Fins of Tsjechisch.

Bos’ voorganger, Gerrit Zalm, was altijd wel bereid ook enkele vragen in het Engels te beantwoorden. Vandaar dat er deze keer ook een aantal buitenlandse journalisten naar de persconferentie van Bos kwam. „We zouden u zeer dankbaar zijn als u ook iets in het Engels zou willen zeggen”, zei één van hen. Waarop Bos meteen overschakelde op Engels. En de Nederlandse journalisten ook. Op de tweede dag van de ontmoeting, toen Bos opnieuw een persconferentie gaf, zei hij bij binnenkomst direct „good afternoon” en stak van wal in het Engels. Ook al waren er toen meer Nederlandse dan buitenlandse verslaggevers.

Wouter Bos spreekt goed Engels. Net als zijn Duitse collega Steinbrück. Als voorzitter van de bijeenkomst leek het Steinbrück gepast óók Engels te spreken tegen de internationale pers. Maar daarop kreeg Steinbrück een seintje van een Duitse voorlichter: Duits spreken graag. Duits is immers een van de drie officiële werktalen van de EU, samen met het Engels en het Frans. (JvdK)

Plasterk speelt zijn rol

Een uitgelezen kans voor Ronald Plasterk. De PvdA-minister van Onderwijs kan als nieuwe vice-voorzitter van het Innovatieplatform misschien iets doen aan de werkwijze van dit „clubje dealsluiters” zoals hij het als columnist begin 2006 nog noemde.

Volgens Plasterk-de-columnist produceerde het Innovatieplatform – voorgezeten door premier Balkenende, en bedoeld om innovatie in de wetenschap en het bedrijfsleven te stimuleren – weinig, en als er wat uitkwam, was het wollig managersproza. Vooral de nadruk op wetenschap waaraan je wat kon verdienen, was Plasterk een doorn in het oog. Deze benadering zou het belang van fundamenteel onderzoek negeren. Het gevolg: geld voor onderzoek kwam vooral terwecht bij projecten die pasten in „de korte termijn economische plannetjes van een paar heren”.

Wordt het allemaal anders? Niet volgens het persbericht waarin Plasterk-de-minister aan het nieuwe Innovatieplatform wordt toegevoegd. De taak van het platform: „Een impuls geven aan innovatie als motor van de productiviteitsgroei en de economische ontwikkeling”.

Plasterk begrijpt dat een minister wat aardiger moet zijn dan een columnist. Ooit noemde hij een interview dat EO-coryfee Andries Knevel afnam bij de Nederimam Abdul-Jabbar van de Ven een „walgelijk gesprek”. Toen minister Plasterk dit weekend de Evangelische Omroep met het veertigjarig bestaan feliciteerde, had hij warme woorden van waardering voor het „scherpe debat” dat Knevel aanzwengelt. (DS)