Op Springdance prikkelen de makers alle zintuigen

Beyond belief. Springdance festival. Utrecht. t/m 28/4. Info: www.springdance.nl

Met eigentijdse choreografen, dansers en performers trekt het Springdance festival overtuigender dan voorheen een jong en internationaal georiënteerd publiek van studenten en specialisten. En ook de argeloze festivalganger kan zich laten verrassen door de bonte stoet van producties.

BIG 3rd episode (happy/end) van het internationale dans-, muziek- en theatercollectief Superamas is zo’n goede voorstelling – en inderdaad, een big hit. Een scène uit deze dansvoorstelling zou zonder meer een scène uit een soapserie kunnen zijn. Locatie: een fitnesscentrum. Plot: drie jonge aantrekkelijke vrouwen beleven elke nacht een seksavontuur en praten daarover. Handeling: ze smelten wanneer de macholeraar binnenkomt. Bij de derde herhaling krijgt het spel de kunstmatigheid van de bekende film The Truman Show; de volkomen perfectie verraadt de onwaarheid ervan.

BIG 3rd episode (happy/end) is een grote grabbelton, met simultaan getoonde filmfragmenten en fragmenten van fictieve soaps. Regelmatig bevriezen de spelers hun scène. Bij de herhaling verschuiven ze de scènes een fractie, waardoor een mooie vervreemding ontstaat. Superamas koppelt banaliteiten zoals sekstherapeutische sessies aan een verheven filosofisch vertoog. BIG 3rd episode mag dan cynisch happy/end heten, het vrolijke showelement wint toch. Met een stel gewone tieners die uitbundig dansen op disco uit de jaren tachtig; met eigen stevige rockmuziek die ze geraffineerd mengen met bestaande popmuziek. Hun spel is knallend goed, of ze nu acteren, bewegen, zingen of musiceren. De timing is perfect waardoor ingeblikt en live vlekkeloos in elkaar overlopen. Hoogtepunt – ook qua theatertechniek – is de heftige autocrash uit David Lynch’ film Mulholland Drive. Op het toneel gaat deze over in een prachtige, uiterst onheilspellende scène.

Veel conceptuele dans- en performancekunstenaars op Springdance houden van anarchistische, bonte en speelse voorstellingen. Maar serieuze vragen van wetenschappelijke, psychologische en filosofische aard ontbreken niet. De kunstenaars zijn duidelijk generatiegenoten van een beeldend kunstenaar als Keith Tyson, wiens Large Field Array momenteel ligt uitgestald in museum De Pont in Tilburg. De voorstellingen zijn evenwel thematisch met elkaar verbonden, al is de een puur abstract uitgewerkt en minimaal van vorm, en bezit de ander de glamour van popart.

Nadrukkelijk prikkelen de makers alle zintuigen, zoals in Ibrahim Quraishi’ 5 Steams. Er heerst duisternis, behalve op de catwalk met halfpipe, waar filmbeelden van natuur en cultuur worden geprojecteerd. Een kale danseres voert een genadeloze Indiase stampdans uit, een danser bidt met een heftigheid die niet onderdoet voor een krijgsdans. Harde live muziek begeleidt hun losse acties. Maar die worden nooit echt indringend en reflecteren al evenmin de diepgang van de wijsgerige teksten uit islam en hindoeïsme, waarnaar ze verwijzen.

Prozaïsch en braaf blijft Nora Heilmanns [P.S.]. Ze zag geen kans om met jonge dansleerlingen haar analytische thema – de afstand tussen kijker en performer – om te zetten in theater. Jeremy Wade’s onderzoek naar gedragspsychologie en motoriek levert in and pulled out their hair vooral een freakshow op van stuiptrekkende zombies.

Overtuigend is tenslotte wel Thomas Lehmens solo Lehmen lernt. Met uiterst minieme middelen vertelt hij de ontstaansgeschiedenis van de mens en van hemzelf: hoe hij allerhande praktische zaken leerde, en over goed en kwaad. Met rake bewegingen en met gevoel voor understatement bekrachtigt hij zijn verhaal. Door de eenvoud waarmee hij zoiets groots als zijn leven en de wereld verbeeldt, lijkt Lehmen het dansende evenbeeld van La Linea, het animatiemannetje van de Italiaanse catoonist Osvaldo Cavandoli. Zo kernachtig kan dans anno nu dus ook zijn.