Mooie zondag

PERSSTEM OVER FRANKRIJK

Het is een eerste ronde van allemaal records. Het is namelijk voor het eerst dat de Fransen zoveel passie tonen voor de presidentsverkiezingen, voor het eerst dat de campagne zo lang duurt en ondanks dat toch zoveel aandacht krijgt. Het is voor het eerst sinds de invoering van het met algemene stemmen gekozen staatshoofd, dat het percentage uitgebrachte stemmen zo hoog is, een bewijs dat de kiezers hebben begrepen hoe belangrijk deze strijd is. Iedereen die al tien jaar het einde van de politiek, de algehele desillusie, het disfunctioneren van het burgerschap loopt te verkondigen, is met deze heuglijke zondag 2 april in het ongelijk gesteld.

Er is zondag ook een nieuw tijdvak aangebroken, een nieuwe bladzijde opgeslagen. Zoals bekend is dit de eerste keer in de Vijfde Republiek dat niet één van de strijdende kandidaten eerder president of premier was, de eerste keer dat er geen minister of zittend staatshoofd meedeed. Het is ook de eerste keer dat het voor beide finalisten hun eerste poging is om in het Elysée te komen, en het is uiteraard ook de eerste keer dat een vrouw in de positie verkeert om gekozen te worden.

Deze zondag 22 april is een mooie manier om 21 april te doen vergeten, die dag in 2002 toen de Fransen de kans lieten liggen om een discussie tussen links en rechts te voeren. De Fransen wilden al maanden een wedstrijd tussen ‘Ségo’ en ‘Sarko’. Die hebben ze nu en dat is goed. Zoals in alle grote democratieën kunnen de Fransen nu een confrontatie bewerkstelligen tussen twee maatschappelijke projecten, een van rechts en een van links. Ze zullen de programma’s kunnen beoordelen, de beloftes kunnen wegen, zonder afgeleid te worden door de fantasieën of exotische ideeën van bepaalde kleine kandidaten. Ze zullen kunnen beslissen over de toekomst die ze voor zichzelf en voor hun kinderen willen. [...]

Het duel aan de top dat nu dus komt gaat tussen twee finalisten wier scores de hoogste zijn die ze ooit in hun politieke kring hebben bereikt. Ségolène Royal bevindt zich nu op het niveau waarop François Mitterrand zich bevond op de avond van de eerste ronde in 1981. Ze moet nu echter de stemmen achter zich zien te krijgen van de kiezers die verspreid waren over zes heel kleine kandidaten. Ze moet bovendien de vele kiezers voor zich zien te winnen die zich achter François Bayrou hadden geschaard, allemaal kiezers die weliswaar uit haar politieke kamp komen maar die haar geen vertrouwen hadden gegeven en die alleen op de centrumkandidaat hadden gestemd uit teleurstelling over de socialistische kandidaat. Ze moet nu laten zien dat ze vanuit een te klein aantal linkse stemmen, nu wel een opleving kan bewerkstelligen, iets wat haar sinds haar triomfantelijke aanstelling door de militanten van de Parti Socialiste niet is gelukt.

Nicolas Sarkozy moet alle stemmen van rechts zien te winnen, wat niet het grootste probleem zal zijn, afgaand op de prognoses over het stemgedrag van degenen die hebben gestemd op Jean-Marie Le Pen en Philippe de Villiers. Maar juist vooral omdat hij zo’n geweldig hoge score heeft gehaald en gesterkt is in zijn strategie, zal hij opnieuw contact moeten maken met de centrumstemmers. Hij moet hun nog bewijzen dat hij niet de karikatuur is die zijn tegenstanders zo graag van hem maken. Dat is geen eenvoudige taak, zelfs al geeft zijn reservoir aan stemmen (het hoogste dat een kandidaat van rechts sinds 1974 heeft gehaald) hem een behoorlijk voordeel. Maar hij zal moeten afrekenen met het ‘alles beter dan Sarko’ dat sommige tegenstanders, bij gebrek aan alternatieven voor zijn plannen, zullen gaan gebruiken.

De strijd in de tweede ronde zal dus moeilijk worden. Dat is het geval in alle landen waar de meerderheden telkens aan elkaar gewaagd zijn. Maar op de avond van de eerste ronde heeft Nicolas Sarkozy de beste kansen, de beste kaarten in handen. Het is nu voor het eerst in dertig jaar dat een kandidaat met een meerderheid in het parlement grote kans heeft die strijd te winnen.

(Hoofdredactioneel commentaar van Nicolas Beytout in Le Figaro)