Lichtzinnig Ajax vergeet werk te doen

Ajax5Sparta2

Ruststand 3-1. 9. Sneijder 1-0; 18. Sneijder 2-0; 22. Huntelaar 3-0; 37. Bouaouzan 3-1; 47. Freire 3-2; 76. Perez (strafsch) 4-2; 82. Mitea 5-2. Scheidsrechter: Vink. Toeschouwers: 50.364.

Natuurlijk kan Ajax alsnog landskampioen worden, natuurlijk is op de laatste dag van de titelrace nog veel mogelijk. Een Ajacied zou geen Ajacied zijn als hij niet optimistisch was, ervan overtuigd dat Ajax het geluk aan zijn zijde heeft. Een Ajacied buigt niet, hij gaat voor de winst, ook al zijn de kansen niet groot en is het spel allerminst groots. Ajax gaat altijd voor het kampioenschap, tot het bittere eind. Zo staat dat sinds mensenheugenis in het beleidsplan.

Daarom hoefde men zich niet te verbazen over de reactie van Ajax-coach Henk ten Cate na de ontwikkelingen op de voorlaatste dag van de competitie. Zijn ploeg had zojuist met 5-2 Sparta verslagen, een uitslag die de winst van AZ en het gelijkspel van PSV meegerekend altijd nog uitzicht biedt op de titel. Ten Cate deed wat men van een coach kan verwachten. Hij verdrong zijn twijfels en riep dat hij nog altijd geloofde in een titel voor Ajax. Waarom zou hij toegeven dat zijn ploeg tegen Sparta de kans had laten liggen op een triomf met dubbele cijfers en zijn ploeg een beetje geluk en steun van de scheidsrechter had gehad? Zijn ploeg lag nog altijd op koers, zo verkondigde hij. Een betere coach kan Ajax zich niet wensen.

Of we deze middag naar een titelkandidaat hadden gekeken bleef onbesproken. Maar goed ook. Ajax had met zijn surplus aan spelers met faam en riante salarissen slapend over Sparta heen kunnen lopen. Een uitslag van minimaal 8-0 had niet misstaan, als de Ajacieden hun werk goed hadden gedaan en zij zich niet hadden laten leiden door flegma en de overtuiging dat het lot Ajax te allen tijde gunstig gezind is. Het werd slechts 5-2 voor Ajax. Met een beetje hulp van scheidsrechter Vink had er voor tegenstander Sparta zelfs meer ingezeten.

Natuurlijk is het hartverwarmend Ryan Babel acties te zien maken, Wesley Sneijder te zien passen en schieten, Klaas Jan Huntelaar te zien opduiken voor het doel als je hem niet verwacht en Gabri te zien werken. Maar het gaat uiteindelijk met een te grote, onvermijdelijke vanzelfsprekendheid. Die doelpunt zullen vast en zeker vallen, is de overtuiging.

Verrassender is dan het spel van de Spartanen, heerlijke voetballers als de Marokkaan Rachid Bouaouzan, de Bosniër Haris Medunjanin en nog een paar van die vrijbuiters. De hoop op een Sparta-doelpunt groeide met de minuut, toen Ajax verzuimde de score te verhogen.

Na twintig minuten stond Ajax al met 3-0 voor, doelpunten van Sneijder (tweemaal) en Huntelaar. De vraag loeide door de Amsterdam Arena: hoeveel volgen er nog? Dus, had Ajax-trainer Ten Cate bedacht, ik haal een verdediger (Ogararu) eruit en vervang hem door een aanvaller (Perez). Omdat de Ajax-filosofie vraagt om aanvallend voetbal, meer aanvallers, meer doelpunten – de Cruijff-filosofie. Dat vroeg om problemen.

En zo kwam onvermijdelijk de kans voor Sparta op een tegendoelpunt. De technische geweldenaar Medunjanin schoot bijna raak, maar Bouaouzan schoot helemaal raak, na weer zo’n lichtzinnige ingreep van de Ajaxdefensie. Het was bij rust 3-1, in plaats van 6-0. Ook omdat onder meer het leuke stiftje van Huntelaar lengte miste.

Ajax zou niettemin doorstomen naar dubbele cijfers. Het publiek in de Arena wist het zeker: Sparta had geen kans en Ajax had er zin in. Maar toen. Eerst de lichtzinnigheid van Gabri. Hij rolde de bal met zijn voet voor een vrije trap klaar voor Heitinga, waarop Sparta spontaner reageerde dan Heitinga. En voordat Ajax het besefte had Freire 3-2 aangetekend. En waarom scheidsrechter Vink vervolgens geen strafschop gaf aan Sparta is voor velen een raadsel.

Vink gaf even later wel een strafschop aan Ajax toen Gabri over een Spartaans been viel. Perez scoorde 4-2. En toen was het pleit beslecht. Sparta was natuurlijk de mindere ploeg en de Ajax de betere, met enkele kansen voor Huntelaar, die zijn schoonmoeder wél had benut.

Dat Mitea 5-2 maakte was logisch. Maar aan het gejuich op de tribunes van de Arena was te merken dat het niet genoeg was. PSV had in Utrecht een gelijkmaker een geïncasseerd. De Ajacieden op de tribunes explodeerden. Zij begrepen dat Ajax deze middag alweer een kans had laten liggen.