Leven met liefde op afstand

Marc Chavannes verbleef 18 jaar in het buitenland als correspondent voor NRC Handelsblad. Hij woonde achtereenvolgens in Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Twee jaar geleden kwam hij terug.

Oom Frits was altijd op reis. Hij woonde in steeds weer een ander buitenland dat we niet kenden. De enkele keer dat hij in Nederland op bezoek kwam kookte mijn moeder een voorafje én een toetje. Zijn kleding was behoudend, tussen groengrijs en kostschoolblauw. Met een licht Engels accent vroeg hij plichtsgetrouw naar onze vorderingen op school. Toen hij bijna met pensioen ging trouwde hij. ‘Met de handschoen’. Zonder zijn bruid.

Emigreren lukt het best als je kunt leven met liefde op afstand. Je dierbaren en je dierbare land worden gefixeerde herinneringen. Hoe dat precies werkt, blijft meestal een raadsel bij die levens overzee.

Als je lang genoeg ver weg hebt gewoond, neemt de kans af dat je er back home nog bij gaat horen. Na een jaar of tien zijn gewone Nederlandse dingen willekeurig geworden vergeleken bij wat in Perth, Durban of Winnipeg normaal is. De hagelslagmystiek blijft, maar de hang naar ‘alles kunnen zeggen’ en ‘nu en dan een bui’ is weggeëbd.

Iedereen kent wel emigranten die dachten dat zij terugwilden, en na een korte herintreding Nederland, weer als de hazen verlieten. Om nooit meer weg te willen uit Nieuw-Zeeland of Tel Aviv. Wie het lang genoeg elders heeft uitgehouden, blijft liever hunkeren naar stroopwafels. Amerika-emigrant Leo Vroman wijdde er passende woorden en die ene gevleugelde zin aan in zijn gedicht Indian Summer:

want Holland is donker en klein.

Eén lichtroze koningin

kan er maar stijfjes in

als haar slepen niet te lang zijn

Wie er praat blaast in iemands gelaat;

wie gebaart geeft iemand een slag.

Men schrikt er van iedere lach,

nabijheid verwarrend met haat.

Neen, zelfs tastend om heide en strand,

– en al sluit ik krampachtig de oren

om nog Hollandse stormen te horen –

heb ik toch liever heimwee dan Holland.

Meer dan honderdduizend mensen per jaar wagen de stap met hulp van de Emigratiebeurs, het vakblad voor vertrekkers Ajuus, het TROS-programma Ik Vertrek en gespecialiseerde adviesbureaus. Zij kiezen voor een ongewis, nieuw leven boven de verzorgingsstaat die zij kennen. Er bestaat intussen een emigratiebibliotheekje vol adviezen. De belangrijkste zijn steeds: overweeg je plannen zorgvuldig, weet waar je terecht komt, zorg dat je voldoende startkapitaal hebt. En: ga niet weg uit negatieve overwegingen. Heb een droom.

Het zal waar zijn, maar een rozig plan over hoe je het helemaal gaat maken als kippenboer in Saskatchewan is waarschijnlijk net zo gevaarlijk. Misschien is het daar geen goed kippenweer, of zitten ze meer om een loodgieter verlegen. Bovendien, je kan wel een dropimperium in Holland, Michigan, voor ogen hebben, als je honderd procent tevreden bent met ‘zo nu en dan een bui’, rookworst van de HEMA en een levensloopregeling bij je bedrijfstakpensioenfonds, dan ga je helemaal niet weg.

Emigreren balanceert meestal op de grens tussen balen en blijmoedigheid. Klachten over toegenomen volte, hufterigheid, regeldruk, Nederland-moeheid zijn zelden de enige drijfveer. Landen overzee worden vaak in één opzicht geïdealiseerd, meestal de ruimte om jouw boodschap een beetje uit te dragen. Ook de protestants-christelijke landverhuizers, die Agnes Amelink achterna reisde in haar boek Gereformeerden Overzee, hadden vaak gemengde motieven, verwachtten er soms meer van, beten door en stortten zich, in hun geval via hun meegebrachte kerkelijke vertrouwenscultuur, zo goed en zo kwaad als het ging in het nieuwe land.

Zelfs emigreren binnen Europa, de idylle van duizenden vroeg en gezond gepensioneerden, is geen gebakken eitje. Hoeveel definitief naar Spanje geëmigreerden keren niet terug als de kwalen beginnen of één van de twee omvalt. Toen wij in Frankrijk woonden hoorden we wekelijks verhalen van landgenoten die op die ene rotte makelaar in hun adoptief-dorp waren gestuit. Frans-zijn bleef toch te vreemd en het dorp leek samen te spannen tegen de nobele redders van het château. Nadat de Hollandse dubbele ramen op verzet stuitten, gingen zij Hoofddorp weer verheerlijken.

Andersom is Nederland ook geen makkie. We kenden Fransen die al jaren met behoorlijk succes in Amsterdam woonden en werkten, maar vol afschuw vertelden dat hun huisarts bij iedere flinke griep zei dat ze met een kop thee naar bed moesten. Dan holden zij naar de huisarts in Parijs. Die schreef een mand medicijnen voor waarmee de dreigende longontsteking ternauwernood kon worden afgewend. Om maar te zwijgen van die Franse ambassadeur die zelfs voor een nieuwe tandenborstel terugging. Het was een emigrantenwaarheid die hem zijn favoriete volgende post kostte.

Sommige emigranten in spe gaan nogal ver bij het vooruit denken. Zoals deze zorgzame moeder op een online trefpunt voor emigranten-in-spe: „Weet iemand of en hoe kinderen in Griekenland leren zwemmen? Wij gaan volgend jaar emigreren naar Lesbos en mijn zoon is 5 jaar. Als het daar goed geregeld is, wil ik hem eigenlijk daar op les doen, maar dan moet ik eerst weten hoe of wat. Wie kan mij verder helpen?”. Haar staan waarschijnlijk nog wel een paar verrassingen te wachten.

Zijn emigranten gelukzoekers, rusteloze avonturiers, of mensen die niet kunnen kiezen? Niet hier en niet daar gelukkig? De angst voor vervolging is de oudste drijfveer, uit bittere noodzaak. Tijdens de naoorlogse emigratiegolf was het vaak armoe die jonge stellen dreef naar de weidse verten. Nu vertrekken honderden boeren per jaar omdat zij gek worden van de verplichte mesthuishouding en al het andere geregel dat hun eerlijke strijd met het weer, het ongedierte en de vleesprijzen verstoort. Vertrouwen in eigen kunnen blijft een hoeksteen van het emigreren.

Expats, die voor hun werk naar het buitenland gaan, zijn geen echte emigranten. Zij hebben het roer maar half omgegooid. Maar het verschil vervaagt steeds meer. Niets is definitief vergeleken bij de tijden van de KNSM. Zelfs wie naar Tasmanië of Alaska afreist is niet meer helemaal weg. Op de weblogs van emigrantenfamilies lees je hoe de internetverbinding na de piepers de echte eerste levensbehoefte is. Daarmee blijft de familie vlakbij. De foto’s zijn permanent beschikbaar, zwaaien naar oma is een peuleschil. Bovendien: mede-nieuwkomers op driehonderd kilometer worden buren.

Alleen met verjaardagen, Kerstmis en Koninginnedag voelen emigranten de grond onder hun voeten even op en neer gaan. Omhelzen of samen bidden met de dierbaren is er dan niet bij. De echte buren voelen dan ver. Die gekrulde boterkoek uit een enveloppe en de ingevlogen haring op de Nederlandse ambassade zijn dan opeens essentiële plaatsvervangers van alles wat je niet bij de hand hebt. Alleen Sinterklaas neemt iedereen overal mee. Van Jakarta tot Mombassa, de Sint is van de partij.

Bij de hoeveelste intocht in hemdsmouwen ben je beland in het niemandsland waarin de emigrant waarschijnlijk geen remigrant meer wordt? Op den duur ben je gewend aan Pieten die een lokaal gepaste schutkleur hebben aangenomen en het repertoire amper kunnen meezingen. In Los Angeles vervangen Afrikaans-Amerikaanse politiemannen op LAPD-motorfietsen stralend de schimmel van dienst. In Nepal is een rood-wit-blauw geverfde olifant de natuurlijke drager van de goedheiligmythe.

Sneller en betaalbaarder reizen hebben het definitieve van emigreren weggenomen. Maar wat meestal blijft, is het nergens meer bijhoren. Ik zal nooit vergeten hoe ik thuis kwam bij oudere Nederlandse emigranten op Long Island, twee uur van New York. Zo’n bungalow met een trage ventilator als enige bron van koelte. Man en vrouw woonden er al tientallen jaren, als in een vitrine – alles bewaard, flarden Holland, reepjes Amerika, afdrukken van gestold leven. Toen de sfeer er goed in zat, las hij voor uit eigen dichtwerk, met een zware Amerikaanse r, loden beeldspraak over jagende wolkenluchten, zon en regen. Het was geen Nederlands meer en nooit Engels geworden.

Leo Vroman heeft dit heimweemoeras begaanbaar gemaakt met goed-vaderlandse ironie:

Binnen mij, onderhand,

ontplooit een vaderland

dat jaren terug verging;

en hoe langer ik het mis

hoe heerlijker het is

in mijn herinnering.

(Uit: Inleiding tot een Leegte)

Rectificatie / Gerectificeerd

In de themabijlage Nederlanders in het buitenland (28 april, pagina 2 en 3) werd als bron bij de wereldkaart met Nederlandse emigranten per abuis de Wereldomroep vermeld. De inventarisatie was gebaseerd op publieke landeninformatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken.