Laatste kans laat hem koud

Stefan Schumacher won gisteren de Amstel Goldrace.

Michael Boogerd werd in zijn laatste klassieker op Nederlandse bodem vijfde.

De vraag zal Erik Breukink dit seizoen vaker voorgelegd krijgen. Welke renner van de Rabo-ploeg verwacht de ploegleider volgend jaar in de finales van de belangrijkste wedstrijden, nu Michael Boogerd aan zijn laatste jaar bezig is? Direct na de finish van de Amstel Goldrace, waarin zoals vaker alleen Boogerd van de Rabo-ploeg een kans maakte op de zege, had Breukink snel een antwoord klaar. „Ik hoop op de jongere generatie. Renners zoals Thomas Dekker en Pieter Weening zaten er vandaag dichtbij.”

De twee Rabo-renners deden in de 42ste editie van de Amstel Goldrace, gewonnen door de Duitse Stefan Schumacher, lang mee. Maar in de finale was van hen – en ook van Oscar Freire – geen spoor meer te bekennen. En dus moest Boogerd het in een kopgroep met de beste renners van de wereld – zoals Paolo Bettini, Alejandro Valverde en Davide Rebellin – alleen zien te rooien.

Schumacher, rijdend voor Gerolsteiner, had als enige een ploegmaat (Rebellin) in de kopgroep van zeven en dat betaalde zich uit. „Je hoopt ook op een tweede man in de finale”, zei Breukink. „Maar als ik zie welke renners vooraan reden, kan ik me voorstellen dat anderen tekort kwamen.”

En ironisch vervolgde de ploegleider: „Ik weet natuurlijk niet welke renners er volgend jaar allemaal bijkomen.” Met die opmerking doelde hij op de speculaties die volgden na het bekend worden van Boogerds vertrek. Zo zou de Nederlandse CSC-renner Karsten Kroon, die gisteren twintig kilometer voor de finish niet in staat bleek bij de kopgroep aan te haken, kandidaat zijn om weer het vertrouwde Rabo-nest op te zoeken.

Boogerd zelf werd er gisteren op de top van de Cauberg direct aan herinnerd dat hij aan zijn afscheidstournee was begonnen. Nadat de 34-jarige coureur voor het tiende achtereenvolgende jaar bij de Amstel Gold Race in de top-10 was geëindigd, benadrukte hij dat zijn naderende vertrek geen invloed had gehad. „Ik rijd gewoon mijn wedstrijden. Nu Amstel, volgende week Luik-Bastenaken-Luik. Ik zie verder geen verschil.”

Geen dramatische woorden over het missen van de laatste kans op een (tweede) zege in Valkenburg. „Ik ben vijfde geworden. Ja, zeker tevreden. Ik wilde er vandaag weer staan en dat is me gelukt. Kijk wie er allemaal in de kopgroep zaten. Die twee man van Gerolsteiner hebben het prima uitgespeeld. Schumacher is een goede winnaar, want zijn ploeg was een van de teams die ervoor gereden hebben.”

Toen Schumacher uit de kopgroep demarreerde was niemand bereid hem terug te pakken. Was dat wel gebeurd, dan was de kans groot dat zijn ploegmaat Rebellin er met de zege vandoor zou gaan. „Natuurlijk twijfel je op zo’n moment om hem te halen, maar ik hoopte dat iemand anders dat zou doen.”

Dat zijn leeftijd geen beletsel is nog een klassieker binnen te halen – „volgende week in Luik-Bastenaken-Luik hoop ik weer een rol te spelen” – betitelde Boogerd terecht als onzin. „Weet je dat Rebellin nog een jaar ouder is dan ik?” Zijn ervaring gaf hem eerder meer zelfvertrouwen. „Al die renners in die kopgroep heb ik wel eens verslagen.”

Schumacher liet gisteren zien dat klassieke overwinningen zich niet laten voorspellen. Nog maar twee weken geleden kwam de 25-jarige Duitser ernstig ten val in de Ronde van Baskenland, wat hem onder meer twaalf hechtingen in zijn knie opleverde. „Afgelopen woensdag kon ik pas weer voor het eerst trainen. Het ging toen goed, maar ik had geen idee of ik vanochtend op 90 of 95 procent van mijn kunnen zat. Het zal wel iets van 100 procent zijn geweest”, lachte hij. „Soms ben je perfect voorbereid voor een wedstrijd en valt het tegen. Nu had ik weinig hoop, maar toch maak ik mijn droom waar: het winnen van een klassieker.”

Vorig jaar won de voormalige renner uit de Nederlandse Shimano-ploeg al de Ronde van de Benelux en de Ronde van Polen. Zelf weet hij niet hoe ver zijn mogelijkheden reiken. „Kleinere rittenkoersen kan ik winnen. Dat heb ik bewezen, maar het is de vraag of ik ook etappewedstrijden van drie weken goed kan rijden.”

Die etappewedstrijden zijn niet zijn enige doel. Sinds hij weet dat het wereldkampioenschap dit najaar in zijn land, in Stuttgart, wordt verreden, laat de gedachte aan de regenboogtrui hem niet los. Een Heimspiel noemde hij het, „op een parcours dat voor mij is gemaakt.”

Wellicht komt hij dan in de finale weer Boogerd tegen, die een aantal keren dicht bij het behalen van de mondiale titel zat. Voor de Rabo-renner is het dan te hopen dat hij niet wederom alleen komt te zitten, zoals de laatste vijf jaar het geval was op de Cauberg. „Dat zegt iets over de zwaarte van finales en het zegt iets over Michael”, aldus Breukink.