Kasteel met Europese stijlen

Indonesië is een arm land, althans gemiddeld. Want er is ook een kleine, rijke bovenlaag en die steekt haar licht niet onder de korenmaat: Schöner Wohnen in Jakarta, vijfde aflevering.

Ahmad Dahni (35) is een grote popster in Indonesië. Vriendelijk en verlegen voor iemand die met zijn Dewa-band op het podium zo kan exploderen. Zijn huis is net af en het is groot, erg groot. Waarom zo groot? „Waarom niet?” Hij wilde een soort kasteel en een kasteel is het geworden. Of misschien beter een hele grote toren uit de Chinese Muur, bepleisterd met Europese stijlen. Zo overdadig bepleisterd dat Versace hierbij vergeleken een exponent van ingetogenheid wordt.

Vijf meter hoog zit het eerste plafond, met bladgoud beschilderde rozetten op een zwarte achtergrond. „Ik houd van kathedralen.” Nee, van binnen gezien heeft hij er nooit een, maar hij heeft een boek Palazzi of Tuscany en dat heeft hem op allerlei ideeën gebracht. Heeft hij misschien iets met het katholicisme? „Nee, ik ben meer soefi.” Dahni ziet het vrij ruim, hij heeft Leonardo da Vinci, Hendrik VIII en Khomeiny groot aan de muur en ook een tafereel uit een hem onbekend schilderij (Rembrandts ‘De Nachtwacht’).

De gastenbadkamer doet een beetje denken aan een Ierse pub, van daaruit kun je naar de eerste verdieping en is er Chinees behang met bladgoud en Chinese tekens. Wat stelt het voor? „Weet ik niet, ik wilde hier iets geks.”

Dat is aardig gelukt. Hier is een grote zitkamer, alle wanden vol boeken en verder alles in rood leer gecapitonneerd, het plafond op 5 meter hoogte ook. Of hij graag leest? „Nee, maar het is een ideale geluidsdemper.” Erachter en opengewerkt is nog een badkamer met een grote badkuip. Ook ideaal om naar muziek te luisteren. Er is ook een terras daar, de afrastering wordt gevormd door een smal, hoog aquarium.

Het plafond van de kinderkamer is over de hele oppervlakte beschilderd met motieven uit Superman. Twee kindermeisjes zijn net bezig het zevenjarig zoontje aan te kleden. Hij heeft nog twee zoontjes. Het plafond van de ouderslaapkamer is ook helemaal beschilderd, beetje Dali-achtig, maar ook met stugge engelen met één ontblote borst. We zijn hier op gevoelig terrein, want volgens de roddelbladen gaan hij en zijn vrouw Maya uit elkaar. Zij is sinds een paar jaar ook een gevierd popster, reist veel en kijkt te weinig om naar de kinderen. Vindt hij, althans volgens de bladen. Ergens in huis komen we haar toch tegen. En, aflopende zaak? Hij: „Missschien.” Of ze met zijn allen op de foto willen, moet dan nog aan de orde komen.

De bouw is een jongensdroom. De kasteeltoren staat tegen het kleine huisje van zijn moeder. Er is doorgebroken en zo woont de familie praktisch samen. Maar het is ook een beetje een doolhof. Om de speeltuin met zwembad boven op het dak te vinden, moet je hier vaker zijn geweest. Om je hoofd niet te stoten ook.

Alles hier is zijn idee, een architect had hij niet. Nee, Maya heeft er zich niet mee bemoeid. En we tellen een kleine driehonderd paar schoenen van Dahni, keurig in het gelid maar bovenop een hek van een brede vide. „Ik heb er verder eigenlijk geen plek voor”.