‘Ik deinsde terug voor het definitieve’

Rosa Koelemijer schreef het boek Hollandse bergen. Zelf vertrok de schrijfster naar Italië met de intentie daar te blijven. Heimwee kreeg de overhand. Vervolgens ging zij op zoek naar het échte leven van emigranten ook elders in Europa.

Rosa luncht met dorpsgenoten in Tarquinia Foto Ros@nne Ros@nne

Margot Poll

In Umbrië staat een berg. Een Hollandse berg, volgens journalist/schrijfster Rosa Koelemeijer. Nederlanders kochten er de vrijgekomen huizen en daardoor waren alle buren Nederlands.

Koelemeijer (38) emigreerde met man en kind naar Italië met de intentie daar te blijven. Het viel niet mee – sterker nog, de schrijfster keerde kort geleden terug naar Nederland. Nieuwsgierig geworden naar het leven van mede-emigranten, zocht Koelemeijer hen op in Noorwegen, Italië, Hongarije, Frankrijk en Spanje/Portugal. Lukte het hen om te integreren? Waar liepen ze tegenaan? In Hollandse bergen beschrijft Koelemeijer het leven van ruim veertig Nederlanders. Maar eerst even terug naar haar eigen ervaringen in Italië.

Wanneer besloten jullie te gaan emigreren?

„Ruim drie jaar geleden. We woonden toen op een mooie woonboot aan de rand van Amsterdam en we hadden een prima leven. Ik was 34 en werkte als freelance journalist en had veel opdrachten. Toen onze zoon werd geboren, besefte ik dat mijn leven zou gaan veranderen. Ik zag al mijn vriendinnen steeds in die spagaat tussen werken en zorgen. En wat me vooral opviel, was dat iedereen zo klaagde. Zo wilde ik in ieder geval niet worden.”

Toen dacht je: dat moet anders kunnen?

„Ja, want ik had geen zin om in datzelfde patroon te belanden. We hadden altijd al een verlangen om in Italië te gaan wonen. Dus de werkdruk, het kind en de droom deden ons besluiten om daadwerkelijk de stap te zetten. Daarbij vonden we Nederland ook steeds harder worden. We gingen op zoek naar een rustiger leven. De voorbereiding was minimaal – we hebben de woonboot verhuurd aan expats. We hebben een busje volgeladen met onze spullen en zijn met kind en hond vertrokken naar een vakantiehuis van vrienden in Umbrië. Daar konden we voor langere tijd blijven. Van daaruit zouden we naar Rome trekken, op zoek naar een vervallen casale, die we zouden kunnen opknappen en verhuren aan toeristen.”

In Umbrië kwam je terecht op een Hollandse berg. In het boek beschrijf je hoe Nederlanders daar alle huizen opkochten om vervolgens elkaar het leven zuur te maken. Heeft dat jullie emigratie beïnvloed?

„Het idee voor mijn boek werd daar geboren. Het fascineerde me dat Nederlanders in het buitenland bij elkaar gingen wonen. In Nederland vinden we dat allochtonen moeten integreren, maar hoe deden Nederlanders dat zelf in het buitenland? Het viel me op dat bijna niemand Italiaanse vrienden had. De Nederlanders spraken nauwelijks Italiaans. Een keer werden we uitgenodigd voor een verjaardag en daar zaten we met vijftig Nederlanders. Zelf zijn we na een paar maanden vertrokken naar Tarquinia, een stadje boven Rome. Daar woonden we echt tussen de Italianen.”

In Hollandse bergen beschrijf je verschillende groepen Nederlanders. Leefden die allemaal vooral met elkaar?

„Op de ene plaats was dat meer het geval dan op de andere plaats. In Zuid-Frankrijk draait het leven voor veel Nederlanders om de Nederlandse Club. Ze golfen samen, vieren gezamenlijk feestdagen als Koninginnedag en Sinterklaas en laten elk jaar een Nederlandse artiest invliegen. De kinderen van jonge emigranten gaan één keer per week een ochtend naar de Nederlandse school om Nederlandse liedjes te leren en om te weten wie hun koningin is. In Hongarije zag ik dat hele dorpen vernederlandsen. In het dorp dat ik bezocht was eenderde van de huizen in Nederlands bezit. In Noorwegen daarentegen gingen de Nederlanders niet veel met elkaar om.”

In het achterland van Ventimiglia trof je veel Nederlanders. Ook daar waren de dorpen aan het vernederlandsen. Er hoeft maar een Nederlandse makelaar neer te strijken en het ene huis na het andere wordt door Nederlanders gekocht. Bevordert dat de integratie?

„Nee. In een dorpje als Fanghetto bijvoorbeeld, waar veel Nederlandse kunstenaars en anderen met een artistiek beroep een huis hebben, wonen nauwelijks nog Italianen. Er valt dus weinig te integreren. De Nederlanders gaan vooral met elkaar om.”

In Noorwegen wonen vooral jonge Nederlanders. Emigreren naar Scandinavië lijkt een heel ander verhaal dan naar andere delen van Europa.

„In Noorwegen wonen de echte doorzetters. Die gaan voor rust en natuur en proberen echt een nieuw bestaan op de bouwen. Via het bemiddelingsbureau Norks.nl zijn er zo’n 225 Nederlandse gezinnen neergestreken. Vaak komen ze in afgelegen gebieden terecht. Ik heb er onder anderen iemand gesproken die er een camping was begonnen en iemand die als snackbarhouder grootse plannen had. Maar het valt allemaal niet mee en er moet wel brood op de plank komen. Maar de mensen klaagden niet en ze waren vol goede moed. Ik had wel respect voor hun doorzettingsvermogen.”

Is integreren nu echt zo moeilijk?

„Op mijn reis door Europa heb ik gezien dat emigranten vaak gelijkgestemden opzoeken. En waren er geen Nederlanders in de buurt, dan zochten ze eerder contact met Engelsen en Duitsers dan met de lokale bevolking. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn beste vriendin in Italië een Australische was. We waren allebei buitenstaanders in Italië en dat schept blijkbaar een band. De meeste Nederlanders die ik heb gesproken keken nog steeds dagelijks naar de Nederlandse televisie en spraken de taal niet goed. Heel weinig mensen hadden echt goede vrienden in het land waar ze woonden. Ook mensen die wel geïntegreerd waren, zeiden zich nog steeds Nederlander te voelen.”

Hoe Nederlands voelde jij jezelf in Italië?

„Alles hield ik eigenlijk in Nederland. Het is een moeilijk proces: uitschrijven, verblijfsvergunning aanvragen, werk vinden, alles overschrijven. Zo ver zijn we eigenlijk nooit gekomen. Wat mij is opgevallen bij het schrijven van mijn boek, is dat meer Nederlanders in het buitenland dat zo doen. Ze staan ingeschreven bij vrienden of familie. Ze zijn in Nederland verzekerd en ze hebben daar alle rekeningen lopen. En geen Nederlander die zijn paspoort verruilt voor een Italiaans, Frans of Spaans paspoort. Het paspoort verbindt je met een land. Het is jouw identiteit en die lever je niet zo maar in.”

Eén van de eerste lessen voor de emigrant is juist het contact zoeken met de bewoners en hun taal kunnen spreken. Hoe was dat bij jullie?

„Ik sprak behoorlijk Italiaans omdat ik een jaar in Milaan had gewoond als au pair en omdat ik een jaar Italiaans heb gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In Tarquinia hadden we veel contact met Italianen en daar werden we bijvoorbeeld met Kerst uitgenodigd bij de ouders van een Italiaanse vriend. Maar ik bleef last houden van heimwee. Eigenlijk wilde ik Kerst gewoon met mijn eigen moeder vieren.”

Voelden jullie je als buitenlander welkom in Tarquinia?

„We werden met open armen ontvangen. Er waren veel jonge mensen. We hadden in principe genoeg nieuwe vrienden maar zo’n vriendschap blijft op een ander niveau. We konden niet goed meepraten over de Italiaanse politiek en kenden het Italiaanse leven alleen van de buitenkant. Ik miste de diepgang, het échte contact. Aan de Italianen lag het niet – die zijn heel open. Maar ik kon me in het Italiaans toch niet zo gemakkelijk uitdrukken als in het Nederlands. Het was ons plan om een huis te kopen in Italië, maar uiteindelijk zijn we blijven huren. Eerst konden we niet iets kopen maar nadat we de woonboot goed hadden kunnen verkopen, wilde ik ook eigenlijk niet meer kopen. Ik deinsde terug voor het definitieve.”

Ging je ook nog vaak terug naar Nederland?

„Ik ging elke zes weken terug naar Nederland, soms zelfs vaker. Ik werkte nog steeds voor Nederlandse opdrachtgevers en vertelde ook niet dat ik verhuisd was naar Italië omdat ik bang was grote opdrachten mis te lopen. Dus ik ging wel eens terug voor een interview en dan baalde ik verschrikkelijk als dat op het laatste moment werd afgezegd. Op de Hollandse berg in Umbrië hadden we geen bereik en dus ook geen internet. Ik moest dan een half uur rijden naar Assisi om in een internetcafé mijn stukjes door te mailen. Ook heb ik wel eens ergens in de plenzende regen vanuit de auto iemand in Nederland geïnterviewd terwijl ik wist dat het in Nederland stralend weer was.”

Op welk moment hebben jullie besloten terug te gaan naar Nederland?

„Ik dacht dat de heimwee wel over zou gaan, maar je gaat de kleinste dingen missen. Met mijn zus en de kinderen naar Artis, lekker met vriendinnen ergens eten. Avondje televisie kijken. Ik werd bang dat ik alleen maar bezig zou blijven met dingen tegen elkaar af te wegen. Ja, het weer, de mensen, het eten, het landschap, de cultuur in Italië zijn geweldig, maar ik kon daar heel veel tegenover stellen. We hebben het niet zo maar opgegeven, we hebben het drie jaar geprobeerd. En toen hebben we de knoop doorgehakt. Je hoort bij een land en dat is voor mij Nederland. Dat zet je niet zo maar over boord. Mijn vriend Anne en ik zijn al heel lang samen en dit was het eerste waar we het niet over eens waren. Anne had graag willen blijven.”

Wat is jouw conclusie na het schrijven van dit boek?

„Van de ruim veertig mensen die ik in Europa heb bezocht en met wie ik ook echt een tijdje ben opgetrokken, waren er misschien acht helemaal geïntegreerd. Dat wil zeggen, die spraken de taal en hadden vrienden in hun nieuwe omgeving. Toch zeiden veel emigranten wel gelukkig te zijn met hun nieuwe leven. Ze misten net als ik hun vrienden en familie in Nederland, maar genoten van het weer, de vrijheid of de mogelijkheden die ze hadden in hun nieuwe land. Om die redenen bleven ze. Het is maar net wat je het belangrijkst vindt.”

Je had een droom …..

„Die droom hebben we nog. We hebben net een oud en niet te groot huis gekocht in de Zaanstreek om genoeg geld over te houden voor een huis in Italië. Niet om er te wonen maar om er vaak te kunnen zijn. Een compromis. Dat stelt ons allebei gerust.”

Hollandse bergen - Het échte leven van emigranten, Rosa Koelemeijer. Uitgeverij Plataan, ISBN 9789058073013 (14,95 euro). Verkrijgbaar o.a. bij www.bol.com.

UIT DE ENQUÊTE: Je achtergrond blijft toch anders dan die van de mensen hier, dus word je vaak als een vreemde eend in de bijt gezien.

VROUW (GEB. 1961-1970), ITALIË

UIT DE ENQUÊTE: De taal is moeilijk te leren voor mij, maar ik sta erop dat ik me overal moet kunnen redden.

VROUW (GEB. 1951-1960) BRAZILIË

UIT DE ENQUÊTE: Ik kom met steeds grotere tegenzin in Nederland.

VROUW (GEB. 1971-1980) ITALIË