Grootse hockeydromen

Hockeyclub Amsterdam wil een multifunctioneel hockeystadion bouwen.

Maar de play-offs verdwijnen uit het zicht.

De houten tribunes van het Wagenerstadion kraken in de hete zon als een paar honderd toeschouwers plaatsnemen voor een vriendelijke burenruzie tussen Amsterdam en Pinoké (6-0). Het zijn vooral hockeyers die net klaar zijn met hun eigen wedstrijd – sommigen met de scheenbeschermers nog om.

Het is de vraag hoeveel van zulke zondagen het legendarische stadionnetje – van 1939 – nog zal beleven. De Amsterdamse ‘Bosclubs’ Pinoké, Amsterdam en Hurley hebben vergevorderde plannen om een nieuw, multifunctioneel hockeystadion neer te zetten. Met een dak dat open kan en een capaciteit van een kleine 15.000 stoeltjes. „Zeg maar een kleine Arena”, zegt Amsterdam-voorzitter Jons Hensel, die de plannen volgende maand zal presenteren. Kosten: 50 miljoen euro. En het moet in 2010 in gebruik worden genomen.

Hensel ziet het helemaal voor zich: een vrijdagavond met drie thuiswedstrijden achter elkaar, voor de mannen- en vrouwenploegen van de drie Amsterdamse clubs.” Camera’s erbij, dan heb je een prachtige hockey-avond. Het wordt spectaculair.” Twijfels over de afloop heeft Hensel niet. „Het komt er, honderd procent.” De clubs zijn al een heel eind, verzekert hij. Een consortium met sponsor ABN Amro, bouwer Dura Vermeer en bedrijven als Maarssen Groep, Eiffel en Media Landscape staat klaar voor de bouw van het nieuwe hockeycentrum van Nederland, zoals Hensel het graag ziet. Hij is overigens niet de enige met dergelijke ambities, want er komt concurrentie uit Rotterdam en Eindhoven. „Dat is alleen maar mooi voor het Nederlandse hockey”, zegt Hensel. Het stadion moet voor meer dan alleen hockey worden gebruikt. Evenementen als het Amsterdamse CHIO of het ABN Amro-tennistoernooi, dat nu nog in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy wordt gespeeld, zouden perfect passen in de nieuwe hockeytempel.

Hensel denkt graag groot. Hij was namens Amsterdam de grootste pleitbezorger van de Euro Hockey League, met 24 Europese clubs, die vanaf komend seizoen de Europa Cups I en II gaat vervangen. Het Europese hockeytoernooi, afgeleid van de Champions League in het voetbal, moet vooral visueel aantrekkelijk worden gebracht, zegt de Amsterdam-preses. „Met drie derden in plaats van twee helften, negen camera’s, ook in de kleedkamer en in de dug-outs, met shoot-outs in plaats van strafballen. Het moet spannend worden. Niemand was tevreden over zo’n weekendje Europa Cup, met drie wedstrijden die er niet toedoen. Je weet bijna van tevoren wat de finale wordt.” Zo won Amsterdam twee weken geleden zelf nog de Europa Cup II, in Madrid, onder meer na een 10-0 zege in de eerste wedstrijd. „Leuk voor de club”, zegt Hensel. „Maar internationaal stelt het geen moer voor. Je haalt liever de play-offs in Nederland dan dat je de Europa Cup II wint.”

Daar wringt een beetje de schoen. De ambities van Amsterdam zijn groter dan de prestaties. Want ondanks de 6-0 overwinning van gisteren op Pinoké, mede dankzij vier doelpunten van Mark Neumeijer in het laatste kwartier, dreigt de ploeg de play-offs te missen, en daarmee de kans op deelname aan de eerste Euro League. „Dat zou jammer zijn”, erkent Hensel. „Maar dat is ook het mooie van de sport. Kijk naar HGC: vorig jaar bijna gedegradeerd, nu in de play-offs.”

Zijn eigen club, met zes internationals, kreeg na het WK in Duitsland vorig jaar een ‘dip’. Clubs als Den Bosch en Oranje Zwart speelden volgens hem ook niet naar hun vermogen. „Maar we hebben het niet goed gedaan. Een periode met één punt uit zes wedstrijden, dat is Amsterdam onwaardig.” Volgens Mark Neumeijer, gistermiddag de gevierde man aan de Nieuwe Kalfjeslaan, is de club alleen maar trouw gebleven aan zijn filosofie. „Wij hebben er bewust voor gekozen geen buitenlandse spelers te halen. Misschien gaat dat wel ten koste van de play-offs, al denk ik dat we die wel hadden kunnen halen. Het kan trouwens nog steeds. We gaan volgende week tegen Bloemendaal gewoon lekker hockeyen.”

Over de ambitieuze plannen voor een hockey-Arena in het Amsterdamse Bos heeft Neumeijer zijn twijfels. Hij hoeft niet weg uit het stadionnetje waar zoveel historie is geschreven, zoals de Nederlandse wereldtitel van 1973. „Het moet ook voor de spelers en de toeschouwers leuk zijn. Van mij hoeft het grote geld niet in de sport. Kijk naar Ajax, die zijn niet mooier gaan voetballen in de Arena. Er ontbreekt een bepaald gevoel, dat je in De Meer wel had. Het Wagener-stadion is een fijne plek. Hoe moet je een hockeystadion vullen met 15.000 toeschouwers? En onder een dak hockeyen? Ik zou het niet willen.”