Gilad en Eckardstein twee uitzonderlijke pianisten

Concert: Jonathan Gilad, piano. Gehoord 21/ 4, Concertgebouw Amsterdam. Concert: Severin von Eckardstein, piano. Gehoord: 22/4, Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 3/5 20 uur.

Twee uitzonderlijk begaafde jonge pianisten traden dit weekend op in Amsterdam: in de Pianoserie speelde Jonathan Gilad (Marseille, 1981), terwijl Severin von Eckardstein (München, 1978) voor de tweede keer optrad in de Serie Meesterpianisten. De enige overeenkomst tussen Gilad en Eckardstein is hun fabuleuze pianistiek, die bij allebei een volstrekt natuurlijke indruk maakt.

Gilad, ook student aan de Parijse Ecole polytechnique, excelleert in helderheid en spitsvondigheid, maar zijn expressiviteit neigt naar het maniëristische. Alleen in Mozarts Sonate in C, KV 330 bereikte hij de ideale balans tussen vorm en inhoud. Zijn vertolking van Rachmaninovs Variaties op een thema van Corelli klonk meer geniaal dan muzikaal, en aan zijn spirituele maar ook grillige verklanking van de vier Ballades van Chopin ontbraken poëzie en magie. Gilad speelt piano als het intelligentste jongetje van de klas, briljant en charmant, maar ook een beetje hanerig en niet altijd even doorleefd.

De overgevoelige Von Eckardstein legt zijn ziel en zaligheid in in iedere noot en bereikt daarmee sublieme momenten. Zijn verfijnde, intense, poëtische en individuele spel doet denken aan de grote pianisten uit het verleden, zoals Wilhelm Kempff. Er klinken onvervalste romantiek en eeuwen Europese beschaving in door. De diepgang waarmee Von Eckardstein zes Lieder ohne Worte van Mendelssohn uittilde boven het vermeende niveau van elegant tijdverdrijf, was indrukwekkend en ontroerend. ´Ellis’- 3 Nachtstücke für Klavier (1961) van Heinz Holliger, en de Europese première van Paul-Klee-Blatt IV: Geroll (2007) van Martin Herchenröder klonken toegankelijk door de emotionele lading waarmee Eckardstein ook de meest abstracte passages kleurde.

Groots en meeslepend vlamden passie en lyriek op in de Sonate in b van Liszt. Het hoogtepunt was Von Eckardsteins ‘orkestrale’ vertolking van Prokofjevs Zesde sonate, waarin hij droomde van hemel en hel en alles daar tussenin.