Gewelddadig weekeinde in Mogadishu

Bij gevechten tussen opstandige clans en troepen van de Somalische interim-regering, bijgestaan door het Ethiopische leger, zijn in Mogadishu dit weekeinde bijna honderd mensen gedood. Volgens de somberste schattingen zijn bijna 500.000 inwoners gevlucht.

Rottende lijken lagen gisteren in de straten van de hoofdstad, sommige verminkt of onthoofd door de onophoudelijke beschietingen van woonwijken die worden gezien als bolwerken van de opstandelingen. Er waren zoveel gewonden dat zij moesten worden ondergebracht in tenten of de tuin bij het grote ziekenhuis Madina.

Inwoners van Mogadishu vrezen dat het dodental van de gevechten de afgelopen dagen in werkelijkheid veel hoger ligt. Bij eerder oplaaiende gevechten in de hoofdstad bleken later zeker duizend mensen te zijn gedood, van wie de meeste burgers. De lokale mensenrechtenorganisatie Elman Peace and Human Rights Organization zei dat zondag zeker 41 mensen zijn gedood, zaterdag 52 en in de periode van woensdag tot en met vrijdag 131.

Volgens functionarissen van de Verenigde Naties in Somalië stevent het land af op de ernstigste crisis in zijn recente geschiedenis. Het is het grootste aantal ontheemden sinds 1991, toen de autoritaire president Barre werd afgezet en het land afgleed naar een constante staat van oorlog tussen verschillende clans, die het land veranderde in een lappendeken van verschillende machtscentra.

Volgens inwoners van Mogadishu gaat de strijd nu vooral tussen verenigde subclans van de Hawiye-clan enerzijds en Ethiopische militairen en troepen van de Darod-clan van interim-president Yusuf anderzijds. Zondagavond zei een lokale leider van de Hawiye dat er contacten zijn met het Ethiopische leger om tot een wapenstilstand te komen. Maar de premier van de interim-regering, Ali Mohammed Gedi, lijkt niet van een staakt-het-vuren te willen weten. In een interview met de Somalische radiozender Shabelle dit weekeinde waarschuwde hij de inwoners van Mogadishu om de stad te verlaten omdat er geen wapenstilstand in zicht is.

„Totdat de terroristen in Somalië zijn verslagen zullen de gevechten doorgaan”, aldus Gedi. „De strijd gaat duidelijk tussen terroristen die banden hebben met al-Qaeda en de regering die wordt gesteund door troepen van Ethiopië en de Afrikaanse Unie.”

Zaterdag heeft buurland Eritrea – dat er door Ethiopië van wordt beschuldigd de islamitische strijders in Somalië te steunen – zich teruggetrokken uit de regionale organisatie IGAD, die de groeiende spanningen in de regio probeert te temperen. Diplomaten vrezen dat Somalië het toneel wordt waar Eritrea en Ethiopië hun onderlinge conflict uitvechten, waarbij Ethiopië de interim-regering steunt en Eritrea de opstandelingen.