Geroezemoes

Het is een merkwaardig geluid in de Kuip. Terwijl twee elftallen zich op het veld in het zweet werken is iedereen op de tribune met elkaar in gesprek. Minutenlang. Het spel gaat volledig aan het publiek voorbij. Het is smoezen, fluisteren. Geroezemoes.

Waar ze over praten?

Over de vrije val van hun club, over de gele kaart van de hopeloos spelende Charisteas, over de verbanning van Henk Fräser als jeugdtrainer, over het trainingsveld dat in korte tijd is veranderd in een zandvlakte, over de vermeende terugkeer van Giovanni van Bronckhorst.

Ik zit te kijken naar een bang voetbalelftal en streep namen door van Feyenoordspelers die nu in de selectie zitten maar volgend jaar misschien niet meer op het veld zouden moeten staan. Ik hou een kort lijstje over: De Guzman, Drenthe, Wijnaldum, Castelen, Vincken, Vlaar, Buijs.

Feyenoord moet nieuwe spelers kopen. Alleen, de portemonnee van de club is leeg. Sterker nog, er gaan geruchten dat de portemonnee zelf ook al is verpatst voor een paar rotcenten.

Het publiek klapt voor alles behalve voor het getoonde spel van Feyenoord. De handen gaan op elkaar voor de tussenstand van AZ tegen Heerenveen die op het elektronische scorebord te zien is. Feyenoord strijdt volgende week met de Friezen om een plek in het UEFA-Cuptoernooi.

Een koolwitje fladdert aan me voorbij. Wat is een zwevende vlinder toch mooi, zeker vergeleken bij het houterige voetbal van de thuisclub. Daar is het weer: het gemor onder de toeschouwers. Het Feyenoordpubliek is een praatgroep geworden.

Op de tribune hangt een spandoek. ‘Galory play’, met een rood kruis erdoorheen. Daarnaast: ‘Strijd’. Groen aangevinkt. Hoe lang is het geleden dat Feyenoord ‘galory play’ liet zien? En waarom sterven die spandoeken altijd van de fouten?

Het is warm op de tribune. Toeschouwers draaien op hun stoel. Een man vraagt of een jongen voor hem misschien wil gaan zitten. „Probeer ’t effe in het kindervak, grote vent!”, krijgt de man te horen. Fijne sfeer hier.

Verzorger Gerard Meijer banjert aan de zijlijn heen en weer met een waterzak. Hij draagt een seventies-zonnebril en heeft kauwgom in zijn mond. Hij is zijn eigen voetbalplaatje geworden. Meijer heeft Van Hanegem, Cruijff, Gullit, Van Persie en Kuijt nog gemasseerd. Vandaag moet hij het krakende lijf van Schreuder weer op gang helpen.

Voor me zit een verliefd stelletje. Ze dragen allebei een Feyenoordshirt met de naam Hofs achterop. De nummer 10 van Feyenoord zit al een eeuwigheid in de ziekenboeg. Week in, week uit met de naam van een geblesseerde speler op je rug. Ga er maar aanstaan.

De wedstrijd is afgelopen. 1-1. Het publiek moppert verder. Speaker Peter Houtman geeft de eindstanden door. PSV gelijk, AZ en Ajax winnen.

AZ kan zondag kampioen worden in Rotterdam. Ze moeten spelen in Kralingen tegen Excelsior, een satellietclub van Feyenoord. Een Feyenoordsupporter ziet AZ het liefst kampioen worden, veel liever dan aartsrivaal Ajax.

Als de verdediging van Excelsior de deur wagenwijd openzet voor de aanvallers van AZ, krijgen ze de zegen van de Feyenoordsupporters. Dan gaat de schaal tenminste niet naar Amsterdam. Dat is pure winst, zo aan het einde van het seizoen.

Overal zie ik schuddende, pratende koppen van supporters die niet kunnen verkroppen dat hun club niet meer meespeelt op het hoogste niveau. Zielige bedoeling, daar in de Kuip.