Franse kiezer keert terug naar het centrum Werven bij Bayrou

De Franse kiezers zijn gisteren massaal naar de stembus gegaan om een president te kiezen. En ze kozen, in tegenstelling tot vijf jaar geleden, niet voor de extreme kandidaten.

Met een opkomst van 84 procent – iets wat sinds 1965 niet meer is vertoond – hebben de Franse kiezers gisteren in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen duidelijk gemaakt dat zij geen herhaling wilden van 2002. Toen bereikte de extreem-rechtse kandidaat, Jean-Marie Le Pen, de tweede ronde. Nu zal de finale, over twee weken, gaan tussen de rechtse Nicolas Sarkozy en de sociaal-democraat Ségolène Royal.

Met 16 procent van de stemmen dwong Le Pen vijf jaar geleden de kandidaat van links, Lionel Jospin, uit de race. Nu scoorde de Front National-leider lager dan in de drie voorgaande verkiezingen: 10,5 procent. De klein-linkse kandidaten behaalden nu marginale scores. Frankrijk is gisteren teruggekeerd naar het centrum.

Illustratief is de relatief hoge score van de kandidaat van het ‘uiterste centrum’, François Bayrou: 18,5 procent. Hij beloofde de traditionele tegenstellingen tussen links en rechts op te blazen. Daarmee heeft hij zeven miljoen kiezers achter zich gekregen, méér dan de nummer één in de eerste ronde van vijf jaar geleden, Jacques Chirac. Bayrou verdrievoudigde daarmee ook zijn eigen score van 2002 – maar het was niet genoeg voor de tweede ronde.

De uitslag van de eerste ronde is in de eerste plaats het succes van Sarkozy en Royal, beiden vijftigers en voor de eerste keer kandidaat. De generatiewisseling ging gepaard met hoge scores: 31 respectievelijk 26 procent. Samen met Bayrou haalden zij ruim driekwart van de stemmen: ook dat wijst op een terugkeer naar het centrum.

Maar anders dan Bayrou hadden Sarkozy en Royal hun campagnes in de eerste ronde juist niet op het centrum gericht, maar op de rechtse en linkse protestkiezers van extremere kandidaten.

Zo legde Sarkozy, leider van regeringspartij UMP, nadruk op nationale trots en sloeg een populistische toon aan. Hij kreeg er felle kritiek om, en het versterkte de weerstand tegen hem bij een deel van bevolking. Maar zijn strategie heeft bijgedragen aan de instorting van Le Pen. En Sarkozy heeft zijn leiderschap op rechts voor het eerst via de stembus bevestigd. Met zijn score in de eerste ronde heeft Sarkozy van zijn voorganger president Jacques Chirac (19 procent in 2002), in één klap een verre herinnering gemaakt.

Ook Royal richtte zich in de eerste ronde niet op het centrum. Oproepen van partijgenoten als oud-premier Rocard om vooraf een alliantie te sluiten met centrumkandidaat François Bayrou wees zij ferm van de hand. Niet Bayrou, maar Le Pen was de gevaarlijke outsider, bleef haar campagneteam in de aanloop naar de eerste ronde onderstrepen. Daarbij hoorde een nadrukkelijke oproep om dit keer al in de eerste ronde strategisch te stemmen – dat wil zeggen: Royal meteen te verkiezen boven de klein-linkse kandidaten, om er zeker van te zijn dat zij hoger zou scoren dan Le Pen.

Werven bij Bayrou

De zes kandidaten ter linkerzijde van Royal bleven gisteren onder de twee procent, behalve de trotskistische postbode Olivier Besancenot (ruim vier procent in de definitieve uitslag). In 2002 haalden deze ‘splinters’ tezamen bijna evenveel stemmen als de socialistische kandidaat Lionel Jospin.

Toch is voor Royal de uitgangspositie minder rooskleurig dan voor Sarkozy. Met een kwart van de stemmen behaalde zij weliswaar de grens die zij zich tevoren had gesteld. En ook riepen de kleine kandidaten gisteren allemaal op om in de tweede ronde voor Royal of tegen Sarkozy te stemmen. Maar alles bij elkaar haalde links maar 36 procent van de stemmen – veel minder dan in voorgaande presidentsverkiezingen.

Royal heeft matig campagne gevoerd. Ze kreeg kritiek op inconsistentie en vaagheid. Haar persoonlijke capaciteiten worden in twijfel getrokken. Het is nu voor de socialistische PS aantrekkelijk om een anti-Sarkozy-campagne te voeren: de weerstand tegen de rechtse kandidaat verenigt links. Maar Royal moet de kiezers er nog van overtuigen dat zij als president geen speelbal zal zijn van verdeeldheid binnen de PS. Zij heeft niet, zoals Sarkozy, eerst haar partij veroverd en de koers bepaald.

Gisteravond ging de strijd onmiddellijk verder. Aanhangers van de linkse richting, zoals ex-premier Laurent Fabius, presenteerden de tweede ronde als een strijd tussen personen. Maar de gematigde Dominique Strauss-Kahn, zinspeelde op een alliantie met Bayrou.

En niet alleen hij. Ook François Fillon, luitenant van Sarkozy, lonkte vanmorgen naar de centrumkandidaat, die volgens hem „thuishoort bij rechts”.

Na de extremen in de eerste ronde is nu het centrum aan de beurt. Wat Bayrou’s kiezers op 6 mei gaan doen, is doorslaggevend. En het is ook het grote mysterie. Zijn partij UDF is traditioneel gelieerd aan rechts. Parlementariërs van de UDF zijn voor de parlementsverkiezingen in juni afhankelijk van allianties in hun kiesdistricten met de UMP van Sarkozy. Maar Bayrou heeft steeds gezegd dat hij „geen zin meer heeft in het spel” tussen links en rechts. Hij kondigde in zijn campagne herhaaldelijk aan geen stemadvies te geven voor de tweede ronde, als hij die niet zou halen.

Nu is het afwachten hoeveel Sarkozy en Royal willen bieden voor zijn steun. Bayrou kan genoegen nemen met een stevig aantal kiesdistricten of de belofte dat hij premier kan worden. Of hij wacht, tot een nieuwe kans op een overwinning in het centrum over vijf jaar.