Frankrijk – en Europa

De slag om Frankrijk kan nu echt beginnen. Over twee weken is de laatste ronde van de presidentsverkiezingen. Gisteren vielen de kleineren af: de man van het centrum, Bayrou, Le Pen van extreemrechts en een aantal minder bekende kandidaten. Op de zeef van het massaal opgekomen electoraat bleven over de conservatieve Nicolas Sarkozy met ruim 30 procent van de stemmen en diens socialistische opponente Ségolène Royal (25 procent). Het wordt dadelijk rechts tegen links en man tegen vrouw. 6 mei 2007 is voor Frankrijk een kritiek, beslissend ogenblik. Het punt om in te grijpen, zowel voor kiezer als gekozene. Maar wie ook president wordt, het land en Europa hebben na de polarisatie in de race om het Élysée behoefte aan een bruggenbouwer.

Na de jaren van stilstand tijdens het bewind van Jacques Chirac is Frankrijk toe aan een ommekeer, politiek, maatschappelijk en economisch. Chirac faalde in zijn missie: het scheppen van meer werk, gelijke kansen en een betere toekomst. Hij verzuimde zijn land te doordringen van de economische realiteiten in de wereld, de mogelijkheden en bedreigingen ervan en de noodzaak tot aanpassing eraan. Sarkozy of Royal zal Frankrijk een modernere richting moeten opduwen. Een nieuwe president zal zich Europees moeten profileren. Sarkozy begreep dat een half jaar geleden het beste met zijn vooruitziende blik op een ‘miniverdrag’ als alternatief voor de omstreden Europese grondwet.

In het politieke krachtenveld blijft de gisteren gesneefde middenman Bayrou de komende twee weken een sleutelrol spelen. Zijn aanhang bepaalt mede wie president wordt. Hij is kortstondig makelaar van de macht. Wat opvalt is het grote aantal negatieve stemmen dat is uitgebracht. Niet op ‘Sarko’ om zijn persoon of ideeën, maar op hem om te voorkomen dat Royal president wordt. En voor ‘Ségo’ geldt hetzelfde. In zo’n klimaat kan een oproep van Bayrou aan zijn aanhang om voor deze of gene te kiezen, veel betekenen. Bayrou kreeg ruim 18 procent van het electoraat achter zich. Dat zijn veel stemmen die op 6 mei verdeeld kunnen worden.

Hoe cynisch de Fransen ook over hun politici zijn, de opkomst van gisteren (circa 85 procent) stemt hoopgevend. Er is nog geloof in de politiek. Men is zich bewust van het belang van het moment, dat niet alleen een wisseling van de wacht markeert, maar ook van een tijdperk. De institutionele veranderingen waarvoor de drie grote kandidaten in meer of mindere mate hebben gepleit, maken wellicht de weg vrij voor de Zesde Republiek. De grote Franse staatsman Charles de Gaulle was in 1958 grondlegger van de huidige Vijfde Republiek, die de invloed van het parlement beperkte en – uniek in Europa – veel gezag aan de president gaf.

De behoefte aan een sterke president is sinds De Gaulle gebleven. Maar de roep om meer invloed voor het parlement mag dit keer niet worden genegeerd. Dat is de grote taak voor de nieuwe man/vrouw: leiderschap bieden, macht afstaan en de consequenties ervan aanvaarden.