Films voor televisiekijkers

Wat is het verschil, zou je wel eens willen weten, tussen een film gemaakt voor televisie en een film gemaakt voor in de bioscoop? Die op de televisie zijn vaak iets korter. Goed. Maar wat nog meer? Zou helemaal niet zo gek zijn als de makers van de De Nieuwe Lola’s de reeks televisiefilms van de VPRO waarin ze beginnende scenaristen en regisseurs een kans geven (vrijdagavond laat) en de makers van de serie ‘telefilms’ die op zondagavond wordt uitgezonden door verschillende omroepen, dat eens uitlegden, als informatie voor niet-ingelichte kijkers. Passen ze het kader aan of maakt dat nu bijna iedereen breedbeeld heeft niet meer uit? Zijn er shots die wel werken op een groot scherm maar niet op een klein?

De eerste ‘nieuwe Lola’, Groen is toch de mooiste kleur voor gras van Guido van Driel (vrijdag 13), was geweldig geschikt om op je televisiescherm te zien. De dijk bij Durgerdam, het stille water van het IJsselmeer, fietsers in de zon, iemand die op een steiger in de jachthaven zit terwijl zijn voeten weerspiegeld worden in het water, het was op een wonderlijke manier zowel humoristisch als aantrekkelijk als artificieel. Op een goede manier artificieel, zó gefilmd dat de werkelijkheid erdoor wordt verhevigd. Het tweede deel van de film, waarin we de man die we op een zonnige vrije dag door Waterland hadden zien fietsen ineens in een winters Amsterdam in de fietsenflat bij het Centraal Station aan het werk zien, bezig fietsen los te zagen die verkeerd staan, was eveneens sterk – zij het totáál anders. Wat er allemaal mee gezegd wil zijn, ik weet het niet, maar dat is niet erg, wat je overhoudt zijn filmbeelden, een indruk van hoe leven gaat: heel gewoon, best leuk, in een voortdurende lichte beweging. Afgelopen vrijdag was de nieuwe Lola totaal anders, maar ook niet slecht: een film over een aantal weldenkende jonge mensen op leesvakantie in een huis in Zuid-Europa waar ineens Ghanese vluchtelingen verschijnen. Ieder van hen reageert er anders op, van bijna overdreven betrokken tot geïrriteerd en ook met stemmingswisselingen. Een jongen houdt de zwarte man tegen die zijn auto wast, omdat het dan weer veel te veel ‘zwarte man wast de auto van witte man’ wordt. „Relax!”, roept hij tegen de verblufte Ghanees, maar zelf weet hij zich ook geen houding te geven, is jaloers op de aandacht die zijn vriendin aan de knappe donkere jongen besteedt, grist zijn mobieltje terug als de jongen dat gebruikt. Een meisje stort zich juist zó in de goede zorgen dat ze er dictatoriaal van wordt, zoals dat wel eens wil gaan met goede zorgen. Het was allemaal subtiel gefilmd, niet zonder opinie maar zeker niet boodschapperig.

Zijn de Lola’s beter dan de telefilms op zondag? Voor zover je daar nu al over zou kunnen oordelen: ja. De gisteravond uitgezonden film Anna was een mislukking omdat er véél te veel ingepropt was, allerlei geheimzinnigheid met doden die niet dood zijn, én een soort platteland-sfeerimpressie, én gebroken levens, én duistere familieverhoudingen. En helaas ook nog eens rampzalig spel: veel stilstaan en gebiologeerd kijken om dan ineens als was er een knop ingedrukt in wild rennen uit te barsten, vaak zonder toelichtende tekst, monologen die maar doorratelen en waar de actrice in kwestie totaal geen raad mee wist, karikaturale bewegingen, shots vanaf de dakrand die je het gevoel geven dat je iets moet voelen – maar wat? Een rommeltje. Eerdere telefilms waren hooguit wel aardig, maar nooit echt goed. Misschien moet er strenger gekozen worden?

Evenzo goed is het fijn om naar speciaal voor de televisie gemaakte films te kijken, nieuwe films, helemaal voor ons, tv-kijkers.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen