Een brief uit het buitenland

Beste,

Nadat ik Nederland verliet, heb ik de eerste maanden veel moeite gehad om mensen buiten mijn directe leefomgeving te leren kennen. Ik was met mijn man meegereisd, die door zijn werk werd uitgezonden. Ik vond de relaties oppervlakkig en kreeg vaak de indruk dat ze niet zaten te wachten op een Hollandse. Vaak heb ik mensen thuis uitgenodigd, wat voor hen een vreemde ervaring was. Ze vonden het leuk, maar zagen er tegenop om mij ook thuis te ontvangen voor een lunch of een maaltijd.

Maar je moet er moeite voor blijven doen en zelf het initiatief nemen. En de taal leren, want als je in het Hollandse kringetje blijft rondhangen, kom je geen stap verder. Zolang je de taal niet beheerst, is het onmogelijk je te presenteren zoals je werkelijk bent. Je verliest je identiteit. Mensen praatten gemakkelijker met me toen ik eenmaal hun moedertaal beheerste. Het is een bewijs van respect. Als ze eenmaal merken dat je je best doet, zijn ze sneller tevreden en vinden ze die Nederlandse grote blonde vrouwen maar al te gek. En dan met dat leuke kleine accentje!

Als je geen kinderen hebt (of een hond) is integreren lastiger, denk ik. Mijn kinderen zijn allebei in Nederland geboren. Toen mijn jongste hier naar de crèche ging, kreeg hij er nachtmerries van. De crèche was heel streng, er heerste een ‘niet op de stoel wiebelen’-mentaliteit. Ook de scholen zijn streng en hiërarchisch. Toch vermoed ik dat de kinderen in dit systeem tot grotere – en voor de ouders soms verbazingwekkende – prestaties worden gedreven dan in Nederlandse omstandigheden.

In het begin miste mijn oudste zijn Nederlandse vriendjes. Dat uitte zich in een gevoel van onveiligheid en onzekerheid. Het leren van een nieuwe taal bleek moeilijker en langer te duren dan verwacht, en op school was daarbij weinig hulp en geen begrip.

Maar wat goed ging, was nieuwe vriendjes maken. Dankzij hun blonde haar waren ze allebei populair op school. Uiteindelijk heeft het leven in het buitenland hen geïnternationaliseerd. De oudste woont nu een jaar in India, en de jongste denkt er ook over naar een ander land te verhuizen. Wel blijven ze opa en oma af en toe heel erg missen. Maar de webcam en Skype zijn dan een goede oplossing.

Ook mis ik de directe contacten met familie en vrienden in Nederland. Hun humor, en het communiceren in mijn moedertaal. Sommige grapjes of woordspelingen begrijp je alleen als Nederlander, als je een gemeenschappelijk verleden hebt. En ik mis de echte winters, die in werkelijkheid zeldzaam zijn, maar hier geïdealiseerd worden. De Hema niet te vergeten, de snackbar, de markt, boeken, Nederlandse films. En het openstaan voor abortus, euthanasie en homohuwelijk, dat zijn hier nog taboe-onderwerpen.

Elk jaar als ik Nederland bezoek, vind ik het volgen van de trends weer vermakelijk. Wat nu iedereen volgt: wat er in de etalage-vensterbanken van alle huiskamers is te zien, of dat alle dames ineens witte broeken dragen.

Wat ik niet mis, is al dat gezeur over allochtonen en autochtonen, de hysterie na de moorden op Fortuyn en Van Gogh. Zelf vond ik het natuurlijk ook verschrikkelijk wat er was gebeurd, maar je beleeft het op afstand allemaal net iets anders. Sentimenten worden dan afgezwakt.

De huidige politieke sfeer in Nederland, die ik de nieuwe hufterigheid noem, staat me niet aan. Ik heb me op bepaalde momenten moeten schamen voor bepaalde uitlatingen. Onbegrip kweekt boosheid, boosheid kan omslaan in woede, woede in haat. Is dat een plek om in te wonen? In Holland heeft men het zo goed, vergeleken met andere landen, maar men wil altijd meer of is niet tevreden.

Ik denk niet dat ik ooit nog terugga naar Nederland. Ik ben steeds ‘verliefder’ op ‘mijn’ land en voel me hier meer dan ooit thuis! Maar ben ik geïntegreerd? Al met al zeg ik: het is fijn om niet helemaal geïntegreerd te zijn, nergens echt bij te horen, bij geen enkele groep of in geen enkel land. Zo heb je permanent het gevoel met vakantie te zijn.

Liefs,

Deze fictieve brief is gebaseerd op de enquête die NRC Handelsblad hield onder Nederlanders in het buitenland, met gesloten en open vragen. Bijna elke zin is afkomstig van een van de ruim 1.400 respondenten. De strekking van de brief geeft een zo goed mogelijk beeld van het sentiment van de Nederlandse emigrant.