‘Dat ik mijn poes zelfs Beatrix heb genoemd!’

Argentinië voelt als een paradijs ook al is het niet altijd even gemakkelijk je aan te passen aan de cultuur van schoonheid, familie en jaloezie. Bij de Hollanders blijven dus, anders hoor je nergens bij.

Sanja Haan geeft Nederlandse les op De Knikkers Foto Alejandro Peral Peral, Alejandro

Janny Dierx

Wij hebben geen Argentijn nodig om het leuk te hebben.” Riet van Baren-Sars (78) zit in haar woonkamer in een rustige buitenwijk van Buenos Aires. De wanden zijn rijk gevuld met Delfts blauw en andere Hollandse snuisterijen. „Ik heb me vanaf het begin voorgenomen: bij de Hollanders blijven. Anders hoor je nergens bij.” Riet kwam ruim een halve eeuw geleden naar Argentinië. Haar verloofde, Ton van Baren (80), was anderhalf jaar eerder vertrokken om kwartier te maken. De oom van Ton, Nicolaas van Haaren, woonde sinds 1905 in het Zuid-Amerikaanse land. „Als hij op bezoek kwam in Nederland, zei oom Nico steevast: als jij later groot bent, neem ik je mee”, vertelt Ton. Na zijn diensttijd in het voormalige Nederlands-Indië besloot Ton het voornemen van zijn oom uit te voeren.

Op 31 december 1951 zette hij voet aan wal in Buenos Aires. Zijn eerste indruk was „fantastisch!”. De eerste de beste Argentijn begeleidde hem naar de bus. „Ik kon de goede man niet eens fatsoenlijk bedanken, ik sprak geen woord Spaans”, herinnert Ton zich. De eerste nacht in zijn nieuwe vaderland werd Ton gefêteerd door de gauchos [Argentijnse versie van de cowboy] op de estancia , de boerderij van zijn oom. Hij sliep bovenin het geraamte van een nog niet afgebouwde molen, onder de blote sterrenhemel. Koud werd het die zomernacht niet. De volgende dag ging hij paardrijden met een nichtje, over de pampa’s. Ton: „Ik dacht voordurend: ik ben hier in een paradijs beland.”

Ton en Riet leerden elkaar kennen in de oorlog. Riets vader zat in het verzet en overleed in concentratiekamp Neuengamme. Haar moeder stierf van verdriet. Riet: „Ik was er na de oorlog vol van om ergens anders iets nieuws te beginnen.” Ook zij zal haar aankomst in Buenos Aires niet gauw vergeten. Ze werd van de oceaanstomer afgevoerd door de politie. Die dacht dat deze jonge vrouw slachtoffer moest zijn van de blanke slavinnenhandel die in die tijd welig tierde. Toen Ton, die door een achterneef gevraagd was de voor hem onbekende Riet op te vangen, haar eindelijk had opgespoord, kreeg hij te horen dat ze alleen mee mocht met een boterbriefje. Riet: „Zo werd die 29ste september in 1953 onze trouwdag. Net voor sluitingstijd en met twee Argentijnse agenten als getuigen.”

Destijds was de Nederlandse gemeenschap groot. Tot twintig jaar geleden hadden bedrijven zoals Philips, ABN Amro, Nedlloyd en Unilever vestigingen met veel expats. Ook Ton vond na enige omzwervingen werk bij een Nederlands bedrijf dat handelde in parfumerieartikelen. Hij zou er vijfentwintig jaar blijven. Vanaf de jaren tachtig volgden overnames, sluitingen en stapten de meeste Nederlandse ondernemingen over op lokale arbeidscontracten. Ook Ton verloor zijn werk. Veel Nederlanders gingen terug, Ton en Riet bleven.

Binnen de Nederlandse gemeenschap verwierf Riet bekendheid met de jonge en komijnekaas die ze vanuit haar keuken verkocht. Ze betrok het van een Hollandse boer in de provincie, in Chacabuco. Ze stortte zich ook in het vrijwilligerswerk. Ze hielp een ziekenhuis en een school inrichten en wierf subsidies in Nederland voor de inheemse indianen in Salta en in Patagonië. Ook spande Riet zich in voor de Asociación de Beneficencia Holandesa (AHB), die ook nu nog onfortuinlijke Nederlandse emigranten helpt. Door de jongste Argentijnse crisis van 2001 raakten hoogbejaarde landgenoten en hun kinderen flink in de problemen. De stichting zorgde jarenlang voor koffieochtenden voor deze emigranten. Eén keer per jaar bereiden ze een rijsttafel en in juli als de Argentijnse winter invalt, wordt erwtensoep geserveerd. Het hoogtepunt van de zomerse decembermaand is het Sinterklaasfeest.

Marieke Aafjes (26) was er vorig jaar voor het eerst bij. Uit nieuwsgierigheid, vertelt de cultureel antropologe, maar ook omdat ze zelf in Argentinië wilde blijven bij haar Argentijnse vriend. Marieke: „Het was indrukwekkend om al die mensen te zien die hier al veertig jaar of langer zijn en op allerlei manieren vasthouden aan hun roots. Er zijn Argentijnen bij die alleen een Nederlandse moeder hebben maar deze bijeenkomsten heel belangrijk vinden voor hun identiteitsbeleving.”

Marieke doet heel erg haar best om te integreren. Ze jogt in het park van Palermo, neemt dansles en zingt Argentijnse samba en tango’s. Zij vertelt dat het op die Sinterklaasdag pas echt tot haar doordrong wat een enorme stap emigratie eigenlijk is.

Volgens Paul Braecken (53 jaar, waarvan zeven keer Sinterklaas bij de Nederlandse Vereniging) levert de eerste generatie het meeste in. Paul: „Je geeft je eigen omgeving op en de nieuwe wordt nooit helemaal de jouwe. Ik merk het altijd als ik op Schiphol aankom. Vanaf dat moment past de omgeving me als een maatpak.” Paul Braecken heeft een Argentijnse vrouw, Sofia. Ze gingen van start in Nederland, maar hij wilde – al was het maar één jaar – in haar land wonen. Hij aanvaardde in 1980 een functie in de haven van Buenos Aires bij Nedlloyd en bleef. De eerste jaren zat hij regelmatig niet goed in zijn vel, vertelt hij. Hij had moeite met de cultuurverschillen. Daar kwam hij per toeval achter, toen hij meedeed aan een onderzoek van een Nederlands uitzendbureau. Dat wilde weten waarom sommige internationale uitzendingen faliekant mislukken, terwijl kandidaten op papier gekwalificeerd zijn. Paul: „Ik merkte dat ik totaal anders dacht dan mijn Argentijnse collega’s.” Hij ging anders kijken naar de opportunistische indruk die veel Argentijnen op hem maakten. En zag dat hij moest openstaan voor familiaire besognes. Paul: „In Nederland is de broer van de man van de zus van mijn werknemer niet mijn probleem. Hier wel.” Hij legt uit dat in Argentinië nauwelijks sociale zekerheid bestaat. In tijden van nood valt een Argentijn terug op de familie.

Braecken ondervond zelf dat de familie belangrijk was toen hij in 1995 zijn baan verloor, omdat de haven werd geprivatiseerd en de concessies naar andere bedrijven gingen. Inmiddels is hij directeur van zijn eigen containerbedrijf Flowbox. Paul beschouwt zijn werknemers inmiddels als familie. Op de bedrijfsbalans wordt een post onvoorzien gereserveerd voor werknemers. „Omdat iedere verjaardag zestig á zeventig man komt opdagen”, lacht hij.

De sterke familieband noemen de Van Barens juist een voordeel van Argentinië. In Nederland schrikken ze van de onverschilligheid van sommige kinderen ten opzichte van hun ouders. De Van Barens namen de gewoonte van de uitgebreide familie-asado, de barbeque op zondagmiddag, vlot over. Ook Sanja Haan (29) brengt de zondagmiddag door met haar schoonfamilie. Ze eet inmiddels ook Argentijns vlees, nadat ze in Nederland ruim tien jaar vegetariër was. Sanja ontmoette haar partner Manuel Frias al backpackend in Thailand. Hij zou naar Nederland komen, maar de Argentijnse economische crisis van 2001 kwam tussenbeide. Manuel raakte zijn baan kwijt en kon zich geen vliegticket veroorloven. Sanja woont nu twaalfhoog in de dichtbevolkte wijk Megrano, deel van de van oudsher joodse wijk Once. Sanja is er wat werk betreft op vooruitgegaan. In Amsterdam werkte ze in de horeca en in Buenos Aires is ze lerares Engels. Zij geeft ook Nederlandse les op De Knikkers, de school voor Nederlandse Taal en Cultuur, die een jaar geleden openging. Dit schooljaar zijn er 25 leerlingen, vaak met één Nederlandse en één Argentijnse ouder of afkomstig uit expatgezinnen.

Sanja heeft zelf nog geen kinderen, maar hoopt ze wel te krijgen. Die zullen zeker Nederlands leren. Al weet ze inmiddels dat dit niet zo gemakkelijk is. Sanja: „De kinderen op De Knikkers schakelen in de pauzes snel over op Spaans.” Via de school deed ze contacten op met andere Nederlanders. Ze had niet verwacht dat ze dat zo leuk zou vinden. Maar ze had ook nooit gedacht dat ze haar kat nog eens Beatrix zou dopen. Sanja: „En ja, mijn beste vriendinnen zijn inderdaad niet Argentijns.” Hoe dat komt? „Ik ben denk ik té anders. Argentijnse vrouwen zijn nogal op uiterlijk. Ik heb mij kledingstijl wel aangepast. In Nederland liep ik in wijde slobberbroeken. Jongensachtig. Daar kun je hier niet mee aankomen. Het is ook niet te krijgen”, lacht ze.

Marieke Aafjes deed onderzoek naar de Argentijnse schoonheidscultus. Het land valt op vanwege de grote vlucht van de plastische chirurgie, het hoge percentage psychiaters, veel vrouwen met eetstoornissen en een excessieve sportcultus. Ook Marieke noemt de mate van perfectie van de gemiddelde Argentijnse vrouw opvallend. Al die mooie moeders zijn frustrerend voor hun dochters die de operaties nog moeten ondergaan. Zelf maakte Marieke mee dat iemand vond dat zij een buikje had. En een bevriende chirurg bood haar een gratis borstvergroting aan. Marieke: „Dat is naar Nederlandse maatstaven bizar. En ook beledigend.” Aan de andere kant vindt ze Nederlanders tegenwoordig vaker onelegant. Vergeleken met de Argentijnse caballero is de Hollandse stug en horkerig, verduidelijkt ze. Het zit hem soms ook in kleine dingen. Een Argentijn gebruikt altijd servetjes, al eet hij chips. Marieke: „Wij zitten dan daarnaast onze vingers af te likken....”

De Van Barens zijn zich ervan bewust dat zij niet alles meer even goed kunnen volgen in Nederland. „Bijvoorbeeld toen die hele geitenwollensokkengeneratie langskwam. Godsammedoortje”, roept Ton. „Dat lag me niet, omdat ik het niet heb meegemaakt”. En in Argentinië is het heus niet ideaal hoor, vergoelijkt Ton. Hij ergert zich aan de corruptie, het economische wanbeleid, de chaos in het verkeer. Ton: „Het is een prachtig land vol beloften, alleen jammer dat het meeste een belofte blijft”.

Voor wie een tweede vaderland heeft, is teruggaan een optie. Voor Marieke Aafjes een reële optie, zij woont straks weer in Nederland. De verkering is uit. Jaloezie speelde een rol. Argentijnse mannen zijn niet gewend aan vriendschap tussen mannen en vrouwen, zegt ze erover. Sanja Haan kan zich voorstellen dat ze vanwege kinderen naar Nederland zou gaan. Haar beste vriendin vertrok onlangs met Argentijnse partner. De inburgering verloopt gemakkelijk. Het heeft Sanja aan het denken gezet. Paul Braecken ziet zich niet zo snel teruggaan naar Nederland vanwege het weer, maar Italië of Spanje zou kunnen. De Van Barens wilden terug tijdens de militaire dictatuur (1976-1983). „Het had gekund, want we hebben altijd onze Nederlandse paspoorten gehouden. Dat was net zo’n goede beslissing als onszelf inkopen in de AOW”, zegt Ton. Maar de kinderen wilden niet. Nu wonen hun twee oudste kleindochters toch in Europa. Eentje solliciteerde als kindermeisje voor de prinsesjes Amalia en Alexia. Die baan ging helaas naar een ander, maar ze vond werk in Engeland, vertellen de trotse grootouders. Zelf blijven ze, voorgoed. „Krijgt oom Nico weer gelijk”, besluit Ton. „Die zei altijd, wie máte [sterke kruidenthee] lust, die blijft.” Ton: „En ik vind dat heel lekker.”