Brainstormen over hedgefondsen voor Bos ‘te technisch’

Europese ministers van Financiën spraken afgelopen weekend informeel over de opmars van opkopers en speculanten. „We weten nog niet of dit iets blijvends is.”

Wouter Bos had zich verbaasd, zei hij afgelopen weekend in Berlijn. Daar woonde hij voor het eerst een informele bijeenkomst bij van de EU-ministers van Financiën. Elk halfjaar komen die ergens buiten Brussel bij elkaar. Het idee is dat ze niet proberen een besluit te nemen, maar brainstormen over onderwerpen waarvoor tijdens reguliere vergaderingen geen tijd is.

Deze keer stond een actueel onderwerp op de agenda: activistische aandeelhouders. Een voorbeeld daarvan is TCI, het speculatieve beleggingsfonds dat ABN Amro onlangs dwong zichzelf te koop aan te bieden – met succes, bleek vanmorgen.

Er moet een gedragscode voor activistische aandeelhouders komen, zei de Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück, die de bijeenkomst voorzat. Hij kijkt daarvoor verder dan Europa. In juni hoopt Steinbrück zaken te doen met de G8, de groep belangrijke industrielanden waarvan Duitsland op dit moment ook voorzitter is.

Wat er precies in zo’n gedragscode zou moeten komen te staan, zei de Duitse minister niet. Maar de discussie met zijn collega’s concentreerde zich op één thema: de gevolgen van de opmars van hedgefondsen en investeringsmaatschappijen (private equity) voor de stabiliteit van de financiële sector.

Deze investeerders maken namelijk veel gebruik van geleend geld. En ze werken met steeds grotere bedragen. Ze gaan daardoor ook steeds meer op banken lijken. Maar het toezicht op hedgefondsen en private equity is niet zo streng als dat op banken. Als een belangrijk hedgefonds failliet gaat, dan kan dat verregaande gevolgen hebben voor andere fondsen en echte banken die geld hebben geleend aan zo’n hedgefonds.

„Het was een zeer technisch gesprek”, aldus minister Bos (Financiën, PvdA) na afloop van de ontmoeting in Berlijn. Te technisch, vond Bos. De Europese discussie sloot volgens hem slecht aan op de discussie die op dit moment in Nederland wordt gevoerd. Private-equityfondsen kopen hier hele bedrijven op, terwijl hedgefondsen genoegen nemen met een klein belang en hopen dat snel weer met winst te verkopen. Maar wat ze gemeen hebben, is dat ze vaak het management onder druk zetten om snel de rendementen te verhogen, bijvoorbeeld door personeel te ontslaan.

Bos noemde vier punten waarnaar volgens hem moet worden gekeken.

Transparantie. Het is nu vaak onduidelijk waar hedgefondsen hun geld vandaan halen.

Empty voting. De fondsen hebben meestal een klein belang in een bedrijf, maar hun invloed kan groot zijn omdat ze gebruikmaken van geleende stemmen van aandeelhouders die niet aanwezig zijn bij een aandeelhoudersvergadering.

Hoge beloningen. Die worden managers in het vooruitzicht gesteld wanneer ze het rendement van een bedrijf snel verbeteren.

Notificatie. Hedgefondsen moeten zich nu pas bekendmaken wanneer ze 5 procent bezitten van de aandelen van een bedrijf. Als dat percentage wordt verlaagd, dan wordt een bedrijf minder snel overvallen door een activistische aandeelhouder waarvan het bestaan niet eens bekend was.

Bos zei nog niet duidelijk wat hij zelf vindt van die punten. Hij deelt de zorgen van partijgenoten in het Europees Parlement die bang zijn dat de belangen van gewone werknemers worden geschaad door hedgefondsen en private-equityinvesteerders, die niet zouden kijken naar het langetermijnbelang van een onderneming. Maar, zei Bos ook: „We weten eigenlijk nog te weinig van die fondsen. Sommigen zeggen dat hun activiteiten hooguit 1 procent beslaan van de economie. Ze zouden corrigeren wat in de jaren tachtig en negentig is gebeurd. Toen zijn bedrijven gefuseerd die nu niet efficiënt zijn. We weten nog niet of hedgefondsen wel blijvend zijn.”