Billen die aan geen enkele vorm van zwaartekracht onderhevig lijken

Wie heeft er toch bedacht dat er een overgangsfase moet zijn tussen winter en zomer? En dat die overgangsfase zo lang moet duren? (In Nederland vaak het hele jaar.) Ik ben ertegen, al was het maar omdat ik in totale vertwijfeling door kledingwinkels loop. Natuurlijk, onder sommige omstandigheden kun je je voorstellen dat hele korte broekjes en hooggehakte pumps met een teengat leuk zouden kunnen zijn. Maar niet met winterbenen en -tenen. (Overigens vind ik die pumps met gaten bij bijna iedereen verschrikkelijk staan, alsof de nagel van de grote teen zich een weg naar buiten heeft gepord en nu per ongeluk in zicht is.)

Toch is er niets anders te koop. Nergens is meer een allesbedekkende schapenwollen jas te krijgen. De Bijenkorf maakt het nog bonter en heeft de hele winkel weer eens gethematiseerd, en wel in het thema Brazilië. Angstig ging ik naar binnen, want ik weet heus wel wat de dresscode in Brazilië is: naakt. Of in elk geval seminaakt; de Braziliaanse fotomodellen die modetijdschriften bevolken met hun lange benen en hun billen die aan geen enkele vorm van zwaartekracht onderhevig lijken (heeft dat iets met de andere kant van de evenaar te maken? Het water stroomt daar tenslotte ook andersom door het afvoerputje) – die modellen dragen zelden meer dan drie driehoekjes: één driehoekig bikinibroekje en twee driehoekjes om hun tepels mee te bedekken. En altijd in de meest onmogelijke kleur op aarde: geel.

Toen ik de Bijenkorf binnenliep, barstte er net onder luide bongomuziek een modeshow los. Terwijl de oer-Nederlandse mannequins over de catwalk liepen in, inderdaad, minuscule bikini’s, wist ik nu zeker dat dit geen goed thema was. Het probleem met Braziliaanse mode: Nederlanders zijn geen Brazilianen.

Intussen maakte het winkelend publiek zich vrolijk om de mannequins die in alsmaar grotere staat van paniek over de felbelichte catwalk bonkten. Vooral moeders en dochters waren keihard. Boven de muziek uit wisselden een bijzonder geopinieerd moeder-dochterduo over elk model een mening uit. „Zij heeft dikke benen.” „Haar billen zijn wel goed.” „Hij heeft een stom hoofd.” En soms kortweg: „Putjes.”

Vooral één mannelijk model moest het ontgelden. Eerst werd zijn buikje langdurig doorgenomen, en toen hij weer opkwam – ditmaal in een turquoise fladderblouse en met zevenhonderd houten kettingen om – gaf de moeder op strenge toon de doodsklap: „Bah. Hij vindt zichzelf leuk.”