Zeven nette confrontaties tussen mannen en vrouwen

Toneel: Twee van Jurre Bussemaker door Aan Tafel. Gezien 13/4 Paradijs, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 27/4. Inl.: ww.aantafelproducties.nl

Een vrouw heeft honger. Ze meldt zich bij een bakker die in een afgeladen winkel staat. Je ruikt de geur van vers brood. Maar de bakker weigert haar een brood te geven. In de voorstelling Twee van toneelschrijver Jurre Bussemaker is dit een cruciale scène. Uiteindelijk zwicht de man: hij snijdt het minuscuulste kapje af dat denkbaar is. Het is wreed en begrijpelijk tegelijkertijd.

De voorstelling bestaat uit zeven scènes waarin man en vrouw, vrouw en vrouw en man en man elkaar in diverse ingewikkelde situaties tegenkomen. Het zijn ‘oefeningen’ in ontmoetingen. De twee mannen beginnen als gezworen vrienden en eindigen met elkaar gruwelijk in elkaar te slaan. Een jongeman staat in dienst van een zieke vrouw die hem terroriseert. Een oude man zit op een bank in het park. Een kleine jongen komt naar hem toe en maakt hem aan het huilen. Een jong meisje wil graag seks met een verlegen jongen. Ze drukt zich uit in zinnen van tederheid en begrip: „Als jij nou vast water op zet, de koekjes pakt. Dan gaan we naakt op elkaar liggen. Totdat het water kookt. Dan gaan we thee drinken”.

Bussemaker schreef eerder stukken als Pit en Naar de stad. Zijn teksten leunen sterk tegen de kleinkunst aan. Het is goed wat hij schrijft, dramaturgisch is het in orde, maar het is ook te netjes. Ik mis de grimmigheid van een Thomas Bernhard, de bitter-bitse absurditeit van een Harold Pinter.

Ik schrijf dit niet om Jurre Bussemaker ten negatieve te vergelijken; het is omdat zijn teksten lonken naar deze schrijvers. Maar hij zou over de rand moeten gaan, hij zoekt de veiligheid van tevreden acteurs en toeschouwers in plaats van de onveiligheid van de voorstelling als een schok.

Misschien is Bussemaker ook niet de aangewezen regisseur van eigen teksten. Je proeft aan elke toneelminuut dat hij te blij is met zijn eigen tekst. Die blijheid zet zich vervolgens voort in de regie. De vier spelers (Medi Broekman, Martijn Hillenius, Rozemarijn ten Hooven en Olaf Pieters) sluiten zich aan bij deze liefdevolle toon. De anekdotiek wint het van de wanhoop.

Ook het decor met waslijnen, tuinhekjes en realistische details sporen er niet toe aan de tragiek van mislukte communicatie dwingend te maken.

Ik geloof wel dat Jurre Bussemaker van theater houdt en in het theater zijn talenten kan tonen. Nog een stap verder zou hij moeten gaan: écht gif, écht pijn, écht de rauwe straat. Dan is het perfect.