Zelfstandig, lomp en stoer: Voilà, de Nederlandse vrouw

Worden Nederlandse vrouwen niet depressief? Jawel hoor. Soms wel. Toch verschijnt deze week het boek Dutch Women Don’t Get Depressed van Ellen de Bruin: het nuchtere Nederlandse antwoord op French Women Don’t Get Fat, want dat is ook niet waar. Een bewerkte bloemlezing

Er zat een keer een jong stel voor me in een vliegtuig. Zij hield nauwlettend zijn plastic traytje met dito vliegtuigeten in de gaten, waar hij afwezig doorheen vorkte voordat hij zich definitief op het toetje wierp. Waarop zij snauwde: „Eet dan tenminste je groente op!”

De man van mijn vriendin lacht. We praten over karakteristieke kenmerken van Nederlandse vrouwen – die zijn heel anders dan sommige vrouwen die hij op zijn buitenlandse werkplekken tegenkwam, in Afrika en Azië. Die gedroegen zich vaak onderdanig, of deden zich dommer voor dan ze waren. „In Nederland staat zulk gedrag helemaal niet hoog aangeschreven”, zegt hij. „Als meisje moet je laten zien wat je in huis hebt.” En wat vindt hij aantrekkelijker? Hij denkt even na. „Ergens is een dienstbare vrouw die altijd voor je klaarstaat natuurlijk wel aantrekkelijker. De moderne Hollandse relaties... ik wil niet zeggen dat het vechtrelaties zijn, maar er wordt van de man wel veel meer gevraagd dan een generatie terug. Daarom halen ook allerlei West-Europese mannen een vrouw uit Oost-Europa. Die vrouwen hebben nog die dienstbaarheid die er bij ons is uitgesleten.”

„Maar een dienstbare vrouw kun je ook huren hoor”, zegt mijn vriendin meteen. „En eigenlijk zou ik dat ook wel willen, zo’n dienstbare vrouw erbij!” Niet voor de seks, leggen ze uit, maar als hulp in het huishouden. De man zucht. „De problemen zitten tegenwoordig niet meer in het neuken, maar in de keuken.”

de tarzan in de man

En de problemen zitten niet alléén in de keuken. Ze verspreiden zich door het hele huis. Daarin doet de Nederlandse man om te beginnen te weinig. Zijn vrouw, daarentegen, ‘doet al genoeg’, ‘staat overal alleen voor’ en ‘alles komt altijd op haar neer’.

Nu organiseert Nederlandse vrouw het zelf ook wel zo dat zij degene is die, modern multitaskend, het huishouden regelt. Zij weet wie wanneer de kinderen waarvandaan haalt of heenbrengt. Zij houdt de agenda bij waarin hun sociale leven staat. Hij mag niet teveel dingen zonder haar doen, want dat zijn dingen die ten koste gaan van ‘het gezinsleven’. Het weekend is heilig, ook al heeft ze niks gepland, want ze kan wel spontaan iets willen (en hij dan?). Seks hoort vaak niet meer bij de dingen die ze spontaan wil, trouwens. Of ze wil juist vaker dan hij – in dat geval hoef je maar in de trein of in het café te gaan zitten en je hoort haar erover praten. Orgasmes faken doet ze sowieso niet, want ‘dat verpest de markt’. Hij moet er goed uit blijven zien (ze koopt crème voor hem) en hij mag geen buikje, want zij let er ook op dat ze slank blijft ‘voor hem’.

En er zijn nog veel meer regels. Geen kleren door de slaapkamer. Geen prulletjes van hem in de woonkamer, want die is voor háár prulletjes; dat zijn namelijk de prulletjes ‘van het gezin’. De handdoeken moeten in drieën worden gevouwen en de theedoeken in tweeën (of was het andersom?). Er zijn kopjes waar alleen thee uit gedronken mag worden en er zijn kopjes waar alleen koffie uit gedronken mag worden - doet hij ook altijd verkeerd. Glazen kunnen op sommige tafels wel en op andere tafels niet zonder onderzetter (als er mensen op bezoek zijn mag er trouwens meer), maar het verschil is hem onduidelijk, en of het ook voor de kopjes geldt, vergeet hij altijd.

Er is een oerwoud aan regels, per gezin verschillende regels maar wel altijd háár regels, en hij begrijpt ze niet. Gelukkig hebben de meeste mannen genoeg Tarzan in zich om wel van een beetje oerwoud te houden. Maar soms krijgen ze toch ruzie. Zij klaagt, hij wil rust. En sommige van de ergste ruzies die ze hebben, de Nederlandse stellen, gaan over het vaatdoekje. Want wat hij volgens haar écht niet kan, is het vaatdoekje goed uitknijpen. Het maakt haar woest. Hij begrijpt daar niets van.

Vriendinnen en andere vrouwen geven het blozend of grijnzend toe als ik het bij hen check. „Ja, het is vreselijk,” zeggen ze, „ik doe het ook, ik klaag ook over het vaatdoekje.” Soms gevolgd door: „Eigenlijk ben ik helemaal niet zo aardig tegen hem.”

vrouwenangst

Dat is niet nieuw. „Vanaf de late Middeleeuwen”, zegt Herman Pleij, hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, „verbazen buitenlanders zich er al over dat er hier zoveel zelfstandige vrouwen zijn. Nederlandse vrouwen hebben van oudsher een heel machtige positie thuis. Er is een hele literatuur uit de zestiende, zeventiende eeuw over vrouwenangst, over de man als sul die zich laat overrulen door zijn vrouw. Een ‘hennentaster’, wordt zo’n man ook wel genoemd: een man die vrouwenwerk doet, namelijk de hen betasten of er een ei aankomt.”

Het gezin was dan ook heel belangrijk. De hoeksteen van de samenleving, inderdaad, en dat kwam door de handel. „Het kerngezin – vader, moeder, kinderen – is hier uitgevonden”, zegt Pleij. „In de stadscultuur van de lage landen. In een traditionele plattelandseconomie werken mannen en vrouwen op het land. Maar hier kregen we vrij vroeg een stadseconomie. De bakker en de schoenmaker en de timmerman en de smid verenigden zich allemaal in hun eigen gilden, en daar konden vrouwen geen lid van worden. Als gevolg daarvan kwam het kerngezin op: de vader was de baas omdat hij werkte, maar de moeder was de baas thuis, over het huishouden en de opvoeding.”

Het kerngezin werd een enorm succes. „Nog steeds heeft het hier meer gewicht dan in veel andere landen”, zegt Pleij. „Nederlanders geven bijvoorbeeld relatief veel geld uit aan de inrichting van hun woning – het huis is de burcht van waaruit je denkt en leeft. En het is ook opvallend dat het homohuwelijk hier is uitgevonden. Dat homo’s hier zelf een gezinnetje willen vormen, bijvoorbeeld – een alternatieve manier van leven, maar hier wordt die geënt op de traditionele manier.” Vrouwen die zich losmaken uit het gezinsideaal en in bedrijven aan de top gaan zitten, zie je hier dus ook niet snel, zegt Pleij. „Laatst namen we in een onderzoek weer de laatste plaats in, de 73ste meen ik, samen met Pakistan.”

Nederlandse vrouwen vinden zichzelf wel heel geëmancipeerd, maar van tradities wijken we hier traditioneel gezien niet snel af. Nu staan we bijvoorbeeld bekend als fietscultuur, maar vroeger stapten de vrouwen in de landen om ons heen sneller op de fiets dan bij ons. Vrouwen fietsten niet. „Het feit dat je de benen van vrouwen kon zien bewegen was vroeger echt een punt”, vertelt Annemarie Opmeer, die onderzoek heeft gedaan naar de rol van de fiets in de emancipatie van de vrouw. „Vrouwen waren van die schuivende figuren, die hádden geen benen. Althans in theorie wel, maar ze waren zo weinig te zien dat benen meteen de suggestie wekten van wat er dan bóven die benen zat.”

En dat wat er boven die benen zat, kon schade lijden door het fietsen, daar waren artsen van overtuigd. Van fietsen kon je onvruchtbaar worden – of fietsen was een vorm van masturbatie, wat even erg was, want daarvan dachten mensen destijds dat het ook tot onvruchtbaarheid leidde. Misschien waren vrouwen ook wel gewoon te zwak om te fietsen, probeerden sommige artsen nog, en anders zou de lichaamsbeweging wel leiden tot ‘ongewenste spierontwikkeling’.

„Schade aan de genitalieën, verwaarlozing van het gezin, niet meer aan de man kunnen komen… Men was echt bang dat Nederland uitstierf als vrouwen gingen fietsen. In het buitenland wilden vrouwen wel heel snel een plek veroveren met de fiets,” zegt Opmeer. „Maar het is in Nederland nooit een statussymbool geweest om met de mode mee te doen; het is juist een statussymbool als je allerlei nieuwerwetsigheden laat passeren.” Dat was met de fiets ook zo, vrouwen wilden niet de eerste zijn.

Nederlandse vrouwen trokken ook niet graag een broek aan; ze verzonnen hun eigen burgerlijke oplossingen wel om netjes op de fiets te kunnen. „Ze namen bijvoorbeeld een stevig kleedje op schoot. Dat bewoog niet mee, dus dan zag je de benen niet bewegen. En ze hingen loodjes aan de zoom van hun rok tegen het opwaaien, echt van die tafelkleedgewichtjes.” Kuisheidsvlinders werden die genoemd, omdat ze de vorm van vlindertjes hadden.

niet sexy bedoeld

Wat kleding betreft zijn we nog steeds praktisch. Jan Pieter van Oudenhoven, hoogleraar sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft onderzoek gedaan waarbij hij mensen uit zo’n twintig landen, die al enige tijd in Nederland wonen maar hier niet geboren zijn, laten vertellen wat ze van Nederlanders vinden. Mensen uit verscheidene landen klagen dat Nederlandse vrouwen lomp zijn, ook in hun kleding. „Dat wordt vooral genoemd door Fransen en door mensen uit Oost-Europa en van de Antillen. Op de Antillen zijn de vrouwen hard to get en heel vrouwelijk; de Nederlandse vrouwen vinden ze dus weinig elegant.

We trekken aan waar we zin in hebben, en we kleden ons niet per se om ons vrouwelijk te voelen of om een man te behagen. „Die hemdjes waar Nederlandse vrouwen ’s zomers mee rondlopen”, aldus Van Oudenhoven, „zijn vaak niet sexy bedoeld, zeggen mensen uit de Oost-Europese landen bijvoorbeeld. Daar vinden ze ons wel vrij, maar niet zozeer geseksualiseerd en al helemaal niet elegant. En dat neemt weer veel romantiek weg, zeggen de Fransen.”

Het is vast niet voor niets dat juist in Nederland een man een antwoord heeft geschreven op de internationale succesroman I Don’t Know How She Does It (Hoe krijgt ze het voor elkaar) van Allison Pearson, over het ingewikkelde leven van een vrouw die werk en kinderen probeert te combineren. En de man dan, vraagt Hans Nijenhuis zich af, journalist en schrijver van de korte roman Man van Beroep – kunnen zulke vrouwen hun kinderen en hun werk ook nog wel met hun relatie combineren? Maar als de hoofdpersoon in Nijenhuis’ roman dat aan zijn vrouw vraagt, verzucht zij chagrijnig: „Waarom denken mannen toch altijd alleen aan zichzelf?”

„Die stukjes over die vrouw in mijn boek, die zijn honderd procent waar,” vertelt Nijenhuis. „Het is wel een beetje aangedikt, en het is niet allemaal mijn eigen vrouw, het zijn de vrouwen om me heen. Die praten op die manier over het belang van hun carrière.” Is het typisch Nederlands om je man er ‘even bij te doen’? „Ja, wel als je het vergelijkt met bijvoorbeeld Russische, Franse en Zuid-Europese vrouwen. Die ontlenen hun status voor een groot deel aan wat hun man doet. En dat vinden ze ook oké. Toen ik correspondent in Rusland was heb ik dat heel duidelijk gezien.”

Het probleem, zegt Nijenhuis, is misschien wel dat dat verhaal een beetje ouderwets kan overkomen. „En negatief. En dat moet niet, want er is maar een wezen slapper dan de vrouw en dat is de man. Nee, wij knijpen thuis geen vaatdoekjes uit. Maar vrouwen hebben het hier wel moeilijk hoor, met die carrière en die kinderen. Om te beginnen hebben ze het al moeilijk met andere vrouwen. Als mijn schoonmoeder op bezoek komt, vraagt ze aan mij hoe het is op mijn werk en aan mijn vrouw hoe het is met de kinderen. Nooit andersom. Terwijl mijn vrouw een fantastische baan heeft. En ze ziet er nog steeds ontzettend goed uit en ze is een goeie moeder – ik mag daar absoluut niet over klagen. Je moet wel een hulde brengen aan de Nederlandse vrouw. Eigenlijk vind ik het allemaal fantastische meiden. Weet je, een man zou eigenlijk een Nederlandse vrouw moeten hebben en een Russische voor erbij.”

Dat heb ik eerder gehoord. Zou die Nederlandse vrouw dat goed vinden, denkt hij? Nijenhuis zucht. „Nee, dat vindt ze niet goed.”

‘Dutch women don’t get depressed: Hoe komen die vrouwen zo stoer’ van Ellen de Bruin (176 blz., € 15) verschijnt deze week bij uitgeverij Contact