Waarom Britse popfans zich uitleven in Amsterdam

Dankzij de lage vliegtarieven gaan steeds meer Britten in Nederland naar concerten, merken Hester Carvalho en Cleo Campert (foto’s)

„I live for the moshpit”, zegt Adam (29) uit Noord-Londen. Hij draait met zijn ogen en neemt nog een slok bier. Met drie vrienden staat hij in de hal van Paradiso, Amsterdam. Het is middernacht op het London Calling-festival, zojuist hebben de vier staan dansen en moshen (wild springen vlak voor het podium) bij de Britse band Pigeon Detectives.

Morgenavond zullen ze er weer zijn, en zondagmiddag gaan ze naar Ajax, zegt Adam. „Maar morgen gaan we eerst naar het Anne Frank-huis”, zegt Colin, een 27-jarige Londenaar met geblondeerde kuif.

Adam, Colin, Jake en Tom zijn niet de enige Britten die naar Amsterdam komen voor een concert. Op sommige avonden zijn er meer Britse fans dan Nederlanders in Paradiso. Net als voor het voetbal, is de liefde en toewijding van de Britten voor popmuziek legendarisch. Vroeger al reisden groepjes fans mee naar het continent om alle optredens daar bij te wonen. En tegenwoordig, dankzij de lage vliegtarieven, is het voor sommigen makkelijker om naar Amsterdam te komen dan in eigen land naar een concert te gaan.

Je pikt ze er zo uit: Engelsen dansen wilder, schreeuwen harder en drinken meer. Afgelopen november, bij het optreden van The Killers barstte in het eerste nummer zo’n woeste polonaise uit van voornamelijk Britse fans, dat de muziek nauwelijks te horen was. Maar het moet gezegd: waar de Britten zijn, zit de stemming er meteen goed in.

Voor het optreden van Razorlight, afgelopen december, waren Sam en Lauren met hun vrienden Lee en Neil overgekomen uit Norwich. „In Engeland kunnen we Razorlight alleen nog maar in Wembley-stadion zien, voor 100.000 mensen. Hier zien we ze in een kleine club.” Sam (19), Lauren (19), Neil (25) en Lee (29) verblijven één nacht in een hotel. Wat het ze kost? „Zo’n 110 pond per persoon”, zegt Lauren. „Dat is goedkoper dan naar Londen reizen en daar een hotel nemen. Dat doen we soms ook maar dit is leuker.” Het is woensdagavond, dus Lauren (verpleegster) en Sam (werkt bij een verzekeringsmaatschappij) hebben twee dagen vrij moeten nemen. „We zien het als een korte vakantie. Vandaag hebben we de hele dag gewinkeld. We hebben sieraden gekocht”, zegt Sam. „Kijk, deze oorbellen”, zegt Lauren en haalt grote zilveren oorringen uit haar zak.

De Britten komen hierheen voor de Britse bands die hier nog niet zo groot zijn als ‘thuis’. Toen de Arctic Monkeys voor het eerst in de bovenzaal van Paradiso speelden, nog vóór de release van hun succesvolle debuut, zong het publiek de teksten al woordelijk mee. De fans waren meegereisd vanuit Sheffield, Manchester, Londen.

Het tweedaagse London Calling-festival is een geliefde bestemming, omdat de veelbelovende bands hier samengebracht worden: zo’n twintig stuks op twee avonden. „We lóóve British bands”, roepen de studentes Liz, Liz en Amy, vlak na het optreden van singer/songwriter Kate Nash. „We zien ze allemaal.” Liz, Liz en Amy studeren culturele studies in Manchester en gaan naar zoveel mogelijk bands. Amy is het best op de hoogte. „Ik hou van alle nieuwe bands: The Kooks, Arctic Monkeys, Lily Allen, Zutons, Jamie T. Ik lees de bladen en volg de websites, als er iets leuks is waarschuw ik Liz en Liz. Soms gaan we er voor naar Amsterdam. Dit is de tweede keer.” De kaartjes kopen ze via eBay. „Het is niet zo duur, maar we zijn uiteindelijk wel veel geld kwijt omdat we veel wodka en bier drinken.”

De volgende avond staan ze weer in Paradiso. „We hebben de hele dag geslapen. We waren heel laat uit geweest gisteravond.” Ook Colin, Jack, Tom en Adam zijn er weer.

Landschapsarchitect Tom kijkt wazig. „We hebben het Anne Frank-huis niet meer gehaald vandaag.” Hij haalt nog een rondje bier en verdwijnt in de donkere zaal. De opruiende punk van The Enemy knalt naar buiten.

Volgens een portier van Paradiso is er niet zoveel verschil tussen Britse fans en Nederlandse: „Behalve dat de Engelsen vaker dronken zijn. Niet dat ze dan vervelend worden; ze vallen gewoon om.”