Vullen van gezicht kan later problemen geven bij immuuntherapie

Vrouwen die hun lippen en gezicht laten opvullen met kunststofmateriaal kunnen daarna beter maar geen hepatitis krijgen. De gebruikelijke medicijnen tegen hepatitis C kunnen een hevige afweerreactie tegen het vulmateriaal opwekken. Dat blijkt uit de ziektegeschiedenis van een 48-jarige vrouw, beschreven door dermatologen van de Eberhard-Karls universiteit in Tübingen (Archives of Dermatology, april).

De vrouw had tien jaar eerder de lippen en plooien rond haar neus laten liften met Artecoll, een vulmateriaal dat minuscule korreltjes polymethylmethacrylaat (PMMA) bevat, ingebed in een gel met rundercollageen. De werking van Artecoll is dat de gel met het rundercollageen in de maanden na de injectie door het lichaam wordt afgebroken. Daarvoor in de plaats vormt het lichaam bindweefsel dat stevigheid geeft.

Problemen ontstonden toen de vrouw een chronische hepatitis C infectie kreeg en daarvoor met de medicijnen peginterferon alfa-2a en ribavirine werd behandeld. Interferon verandert de werking van het afweersysteem. Het gevolg was een massale afweerreactie op de plaats van de oude gezichtsvullingen. Die zwelling verminderde weliswaar na een aantal weken, maar er bleef een cyste achter die uiteindelijk is weggeopereerd. In vijf achtereenvolgende operaties is het gezicht van de vrouw uiteindelijk gecorrigeerd.

De dermatologen die over de patiënte schrijven vinden dat mensen die vulmateriaal willen, te horen moeten krijgen dat dat problemen kan geven bij latere afweerveranderende medische behandelingen. Wim Köhler