Voorzichtig zijn met ABN Amro

ABN Amro heeft nauwelijks een toekomst meer als zelfstandige bank. Die conclusie mag worden getrokken nu zich naast de beoogde fusiepartner Barclays ook een groep van drie banken heeft gemeld. Het Nederlands-Belgische Fortis, het Spaanse Santander en de Britse Royal Bank of Scotland willen ABN Amro gezamenlijk kopen en vervolgens opdelen. Het is onwaarschijnlijk dat ABN Amro er met Barclays niet uitkomt en vervolgens ook de groep van drie afziet van een bod. Bovendien is het nooit uitgesloten dat zich nóg een koper meldt.

De bank zal dus hoe dan ook worden verkocht of opgaan in een groter geheel. Over de vraag wat nu de beste oplossing is zou geen oordeel nodig hoeven zijn. In een vrije markt kan een overnemer kopen wat hij wil, als de prijs maar hoog genoeg is voor de bestaande aandeelhouders om te verkopen. Jammer dat een grote bank in buitenlandse handen komt, maar Nederlandse bedrijven kochten en kopen op hun beurt ook genoeg over de grens. Nederland is tenslotte geen Frankrijk, waar de premier het toetjesbedrijf Danone tot een nationaal symbool verklaarde. ABN Amro werd groot door een reeks van overnames in de Verenigde Staten, Brazilië en recent nog Italië.

Laissez-faire dan maar? Bij een bank ligt het toch anders. ABN Amro is niet zo maar een bedrijf, het bepaalt en verzorgt een flink deel van de Nederlandse financiële infrastructuur. Dat betekent dat er wel degelijk goed moet worden gekeken naar de kwaliteit van de overnemer, en de details van zijn voorstel. Er hangt simpelweg te veel af van een grote bank om de markt zomaar zijn gang te laten gaan.

Daarbij moet op een aantal zaken worden gelet. Allereerst moet een bieder, en dat geldt voor zowel Barclays als de groep van drie, zijn prijs niet zo hoog opschroeven dat dit later ten koste zal gaan van de vermogensverhoudingen van ABN Amro. Hoe de bank na de overname ook financieel zal worden gestructureerd, er moet een ruime marge blijven boven de minimum-kapitaaleisen die door de zogenoemde Bazel-richtlijn aan banken wordt opgelegd. Dat is vooral bij een fusie met Barclays geen overbodige luxe, omdat deze bank door zijn grote activiteiten op de financiële markten een relatief hoog risicoprofiel heeft.

Duidelijkheid en transparantie zijn nodig. En daar voldoet het gezamenlijke voornemen van Fortis, Santander en Royal Bank of Scotland vooralsnog niet aan. Het is onduidelijk hoe en in welke verhouding zij onderling zullen bieden, en hoe dat zich dan weer verhoudt tot de verdeling van de opbrengst van de opgesplitste delen van de bank. Anders dan het complexe voorstel van nu, zouden zij beter één van hen als bieder kunnen aanwijzen, hoewel ABN Amro met een beurswaarde van tegen de zeventig miljard euro wel erg groot is voor één overnemer.

In al deze opzichten is de terughoudendheid die De Nederlandsche Bank (DNB), de toezichthouder op het bank- en verzekeringswezen, rond de overnamestrijd heeft laten blijken te billijken. Het gaat niet aan die houding te vergelijken met de opstelling van de Banca d’Italia die twee jaar geleden ABN Amro’s overname van de Italiaanse bank Antonveneta frustreerde. Dat Europees Commissaris McGreevy (interne markt) het gisteren nodig vond om De Nederlandsche Bank te waarschuwen voor protectionistische refelexen, is onrechtvaardig. Er is bij DNB sprake van een terecht uitgeoefende verantwoordelijkheid voor de integriteit van het Nederlandse bankwezen. Iedereen met een rekening bij ABN Amro zal het daar mee eens zijn.