Column

Uitlachen

Dus je bent 21, sport vijf keer per week, weegt 54 kilo en je komt op het macabere idee dat er wel wat overtollig buikspek afgezogen mag worden. Je ziet er naar de hedendaagse schoonheidsnormen namelijk niet uit. Je lijkt niet op de huidige topmodellen van het type Darfur, die je regelmatig op je televisie ziet paraderen. Je meldt je bij een gediplomeerd vetafzuiger, een afgestudeerde arts, een medicus wiens taak het vroeger was om mensen beter te maken en die dokter zegt niet tegen je: „Lieve, lieve instabiele schat, je bent rijp voor opname, maar dan niet op de vetafzuigerij van onze kliniek, maar op de afdeling psychiatrie van het dichtstbijzijnde reguliere hospitaal! En daar zetten we je in een televisieloze isoleercel en wachten tot je weer bij zinnen bent”.

Vervolgens wandelt hij naar zijn stamkroeg om aan zijn medische vriendjes heroïsch te vertellen dat hij een kinderleven heeft gered door niet in haar te gaan zuigen en snijden. Nee, hij zegt niks, pakt zijn potloodje, begint op het kind te tekenen en begeleidt het arme schaap naar de slachtbank van de privékliniek. En dit alles onder het motto: iemand van 21 is oud en wijs genoeg om te weten wat ze doet en als ik het niet doe dan doet een ander het.
Een beetje normale arts had toch gezegd: „Lieverd, hier begin ik niet aan. Ga nog harder trainen en nog minder eten zodat die laatste boterhammenplakjes meisjesbacon van je buik verdwijnen. Zondag gaan ze in Rotterdam in de snikhitte een marathon lopen en na 15 kilometer zit je op je goede gewicht en heb je de ideale Biafralook.”

Maar de Porsche van de dokter moet ook tanken, dus ging hij snijden en zuigen. En bij gebrek aan vet vielen er al gauw stukken hart, nier en lever in zijn emmertje. Het meisje overleed een paar uur later in een heus ziekenhuis.
Is de dokter schuldig? Ja! Is het meisje schuldig? Ook! Zijn wij allen schuldig? Ja. Waarom? Omdat wij, de gewone mensen, zowel de slankheidsslagers in de privékliniek als de hongermannequins op de catwalk niet veel harder uitlachen. Je moet ze weghonen, recht in hun gezicht uitlachen.

Als je een broer, neef of vriend hebt die op onze kosten medicijnen heeft gestudeerd en hij wordt tietlifter in Brasschaat of rimpelvuller in Wassenaar, lach hem dan glashard uit. Proest je speeksel over zijn maatpak. Lach je moeder, tante, zus of echtgenote, die zojuist haar reet heeft laten leeglopen of haar gezicht gebotoxt heeft glashard uit. Zet haar voor joker in een volle kamer, vraag het woord en verzoek om het volledige gezelschap om heel hard te gaan lachen.

Vertel onderdehand dat de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam en andere wanhopig verminkte patiënten op een wachtlijst staan omdat er een tekort aan plastisch chirurgen is. Die zijn namelijk te druk met het opknappen van de Blaricumse teefjes en andere mutsen.
Er wordt te weinig uitgelachen. Ik bedoel niet uitgelachen achter iemands rug als hij staat te pissen op de plee van de stamkroeg. Ik heb het over uitlachen in iemands gezicht. Recht in zijn muil. Je zit in het Concertgebouw en voor je zit een directeur van een concern dat diep in de rode cijfers zit. De man heeft ondanks de malaise binnen de firma toch een paar miljoen aan opties en premies uit het bedrijf gegraaid.

Dan moet je niet in de pauze achter je kopje koffie miespelen dat die man in dat nette pak een oplichter van het zuiverste water is, maar op hem afstappen en het heel hard in zijn gezicht roepen. Vilein, vet en heftig. Een klein opstootje zou leuk zijn. Het wordt weer tijd om maffiamaatjes maffiamaatjes te noemen en oplichters oplichters. Graaigajes, tietlifters en opgevulde rimpellijken!

Het wordt weer tijd om te zeggen waar het op staat. Ik roep de pubers op, om te beginnen op de hockeyfeestjes, verjaardagen en andere kakkerbijeenkomsten. Begin over de tieten van tante Els, het inkomen van oom Hajé en de tragische praktijken van plastisch chirurg Robert, die ook nog eens de buurman is. Aan het werk jongens en meisjes. Lach ze uit. Glashard en vooral glaszuiver!