TCI verdient steun aandeelhouders ABN Amro

Het is de aandeelhouders van ABN Amro voor de wind gegaan sinds de bank openstaat voor een mogelijke overname. De aandelenkoers, die de afgelopen vijf jaar sterk te wensen heeft overgelaten, is met bijna 40 procent gestegen nadat het hedgefonds The Children's Investment Fund (TCI) twee maanden geleden had opgeroepen tot een opsplitsing van de bank. TCI heeft voor de jaarvergadering vijf resoluties ingediend, om het bestuur van ABN Amro onder druk te houden. Die resoluties verdienen de steun van beleggers.

Niet alle ideeën die TCI aandraagt zijn even aanbevelenswaardig. Het bestempelen van de bank als een ‘gedwongen verkoper’ schaadt de vooruitzichten op een mooie overnameprijs. En de eis dat de bank ‘actief de mogelijkheden van een opsplitsing onderzoekt’ kan tot een hopeloze onderneming leiden, gezien de moeilijkheden van het opdelen van een mondiale bank.

Maar de aandeelhouders nemen vermoedelijk een groter risico als zij TCI’s voorstellen niet steunen, zoals het bestuur van ABN Amro graag zou zien. Er is geen enkele garantie dat een van de twee huidige mogelijke transacties ook werkelijk doorgang zal vinden. Barclays heeft gezworen niet te veel te zullen betalen en een mogelijk tegenbod van het Belgisch-Nederlandse Fortis, het Spaanse Santander en de Britse Royal Bank of Scotland lijkt moeilijk te verwezenlijken.

Bij ontstentenis van een duidelijke boodschap van de aandeelhouders zou ABN Amro het mislukken van de gesprekken als een excuus kunnen aangrijpen om terug te keren naar de strategie van zelfstandigheid, zoals de bank ook heeft gedaan toen naar verluidt vier jaar geleden een transactie met het Zweedse Nordea afsprong. Dat zou een ramp voor de aandeelhouders kunnen zijn.

De resoluties van TCI binden de handen van ABN Amro op geen enkele wijze. Op grond van de Nederlandse wet is de bank verplicht rekening te houden met de rechten van belanghebbenden, waaronder het personeel en de klanten, en om de uitslag van de aandeelhoudersstemmingen als ‘adviserend’ te beschouwen. Maar dat is geen excuus om het bijltje er alvast maar bij neer te gooien.

Het lijkt misschien onwaarschijnlijk, nu ABN Amro het hof wordt gemaakt, dat de bank ooit zou kunnen terugkeren naar haar oude gewoontes. Maar een bod van Barclays leek twee maanden geleden ten minste zo onwaarschijnlijk, om maar te zwijgen van de belangstelling van drie banken uit vier verschillende landen. Een krachtige uitspraak in de richting van het bestuur zou beleggers enige zekerheid bieden dat de bank niet in haar oude fouten vervalt.

Mike Verdin

Overnamekoorts bevangt bieders op drogisterij Boots

Onder de bieders op Alliance Boots is een acute aanval van overnamekoorts uitgebroken. Donderdag bedroeg het ter tafel liggende bod op de Britse drogisterijketen nog 1040 pence per aandeel. Gisteren kwam er tegen lunchtijd een bod binnen van 1126 pence, een premie van 40 procent ten opzichte van de koers van voor de overnamespeculatie. Werd Boots dan toch ondergewaardeerd? Of is dit gewoon een vreselijk geval van biedersdelirium?

Het bestuur van Boots, dat wordt geleid door Sir Nigel Rudd, stond op het punt het openingsbod van participatiemaatschappij KKR van 1040 pence aan te bevelen. Toen meldde zich plotseling een concurrerend consortium onder leiding van Guy Hands en zijn beleggingsvehikel Terra Firma met een bod van 1085 pence. Vervolgens deed KKR daar met tegenzin nog eens 50 pence bovenop, hetgeen alsnog een aanbeveling door het Boots-bestuur waard bleek. Maar binnen een paar uur kwam Hands terug met een bod van 1126 pence, waardoor de koers werd opgedreven naar 1140 pence, in afwachting van het antwoord van KKR.

Hoe is een dergelijke manie te verklaren? De ene mogelijkheid is dat het bestuur van Boots en de beleggers er al die tijd naast hebben gezeten. Het bestuur had naar verluidt zelfs moeite te begrijpen hoe KKR het bod van 1040 pence per aandeel kon rechtvaardigen. Nu lijkt dat bedrag duidelijk veel te laag.

De andere mogelijkheid is dat de bieders zijn bevangen door de hitte van de strijd. Bedenk dat 70 procent van de operationele winst van Boots nog steeds afkomstig is van de verkoop van gezondheids- en schoonheidsproducten, terwijl de supermarkten met hun lagere kosten die producten goedkoper kunnen aanbieden. Bedenk ook dat de resultaten van de andere activiteit van Boots, de groothandel in geneesmiddelen, bedreigd worden door het voornemen van regeringen om buitensporige winsten af te romen en op hun eigen uitgaven aan gezondheidszorg te bezuinigen.

De koortsige sfeer wordt gevoed door het feit dat voor beide bieders meer op het spel staat dan alleen geld. KKR heeft de kans voor het eerst een bedrijf uit de FTSE-100 te kunnen overnemen, en te bewijzen dat participatiemaatschappijen echt wel iets meer te bieden hebben dan een zucht naar het opschroeven van het vreemd vermogen. Hands heeft de kans om aan te tonen dat Terra Firma meer in zijn mars heeft dan louter slimme securitisaties en dat het een oude concurrent de loef kan afsteken.

De aandeelhouders van Boots zullen intussen in hoger sferen verkeren. Toen de koers twee maanden geleden rond de 800 pence bleef schommelen, zullen weinigen hebben verwacht dat het mogelijk zou zijn hun stukken voor zo’n mooie prijs te kunnen verkopen. Maar voor de bedrijvenopkoper die aan het langste eind trekt in deze biedingsstrijd zijn de vooruitzichten minder rooskleurig.

John Foley

Voor meer commentaar uit Londen:

www.breakingviews.com

Vertaling Menno Grootveld