Ruw talent

Bedrijven blijven naar India komen. Multinationals investeerden er in 2006 voor een record. Toch wringt er iets. De schijnbaar onuitputtelijke bron talent begint op te drogen. De miljoenen studenten die er elk jaar afstuderen, kunnen lang niet allemaal wat westerse bedrijven willen.

Een moeder vult het aanmeldingsformulier in van haar dochter, die naar Delhi University wil. Sommige Indiase universiteiten hanteren extreem strenge toelatingscriteria. Het toegelaten worden tot een goede universiteit is voor jongeren en hun ouders cruciaal. Foto AP A mother fills college application forms for her daughter for admission to undergraduate courses at Delhi University in New Delhi, India, Thursday, June 1, 2006. Delhi University has over 3,00,000 students and is one of the largest universities in the world. (AP Photo/Manish Swarup) Associated Press

Familie is belangrijk in India. Ouders kiezen niet alleen met wie dochter- of zoonlief gaat trouwen, ook bij het selecteren van een baan laten ze hun stem horen. En dat weet Capgemini. Dus houdt de IT-dienstverlener bij zijn Indiase vestiging eens in de drie maanden oudergesprek. Even uitleggen dat de carrière van hun oogappel bij het bedrijf in goede handen is.

Het is een van de lokkertjes waarmee Capgemini India nieuwe werknemers probeert binnen te halen. Zo kun je bij het bedrijf ook in het weekend solliciteren, of ’s avonds. Het bedrijf zoekt honderden nieuwe mensen per maand. En dat gaat niet vanzelf, want het bedrijf concurreert op de arbeidsmarkt met grote namen als Tata, Infosys en Wipro; grote Indiase bedrijven die ouders wél bekend in de oren klinken. Baru Rao, directeur van Capgemini India: „Onze grootste uitdaging voor de toekomst is het vinden van talent.”

Het is even wennen om dit over India te horen. India, het land waar bedrijven naartoe gaan omdat ze in Nederland of de VS niet genoeg werknemers kunnen vinden. Het land dat te boek staat als de nooit haperende ingenieursfabriek die elk jaar miljoenen talentvolle afgestudeerden uitspuwt. En het land waarvan westerse schoolverlaters te horen krijgen dat er miljoenen leeftijdsgenoten wonen die slimmer, gemotiveerder en minder verwend zijn, en die staan te trappelen om hun werk te doen voor eentiende van het geld. Hoe kan het vinden van werknemers daar een probleem zijn?

Aan de getallen ligt het niet. De beroepsbevolking telt een half miljard mensen. Elk schooljaar komen er 3 miljoen afgestudeerden van de universiteit. „Er is ook geen tekort aan mensen”, zegt Rao. „Maar het is lastig de goede mensen te vinden en vast te houden.”

Verschillende grote dienstverlenende bedrijven vertellen hetzelfde. Capgemini is niet het enige bedrijf dat werknemers én hun ouders op allerlei manieren ter wille probeert te zijn. Alle dienstverleners willen de komende jaren hun mankracht vertwee- of verdrievoudigen om aan de groeiende vraag aan werk vanuit het Westen te voldoen. En allemaal zeggen ze dat het vinden van het juiste personeel het grootste struikelblok is voor die uitbreidingen.

Dat bedrijven in India alsnog moeite hebben geschikt personeel te vinden, komt door de kloof tussen wat afgestudeerden kunnen als ze van school afkomen en wat ze moeten kunnen om bij die bedrijven te werken. Adviesbureau McKinsey becijferde in een rapport dat van de ingenieurs die afstuderen, slechts een kwart geschikt is om bij een westers bedrijf te werken. Voor afgestudeerden in de financiële dienstverlening is dat 15 procent, van de ‘algemene’ afgestudeerden eentiende. Vandaar dat India volgens McKinsey – ondanks een bijna vier keer zo grote bevolking – ruim vier keer minder geschikte jonge ingenieurs heeft dan de Verenigde Staten.

Monisha Advani kan precies vertellen wat de Indiase afgestudeerden missen. Zij is directeur van recruitmentbureau EmmayHR, dat ruim een jaar geleden werd overgenomen door Randstad. Veel werknemers zijn nooit in aanraking gekomen met andere culturen, zegt ze. Waardoor ze basale westerse vaardigheden missen, zoals eten met mes en vork. En hoewel het niveau van het onderwijs doorgaans hoog is, is het veel te theoretisch, zegt ze. Studenten leren niet hoe ze die theorie in de praktijk moeten toepassen. „Als je studenten economie vraagt het keynesiaanse model toe te passen op de huidige situatie in de wereld, kan misschien 1 procent dat.”

Bij universiteiten zijn ze zich bewust van het probleem. Alleen, het is niet gemakkelijk op te lossen. A. Sawant, directeur van The Mumbai University, legt uit dat het Indiase onderwijssysteem verstrikt zit in een spagaat tussen het aantal studenten dat het wil opleiden en de kwaliteit. „Dat studenten te theoretisch opgeleid worden, is een gevolg van de gigantische getallen waar we mee te maken hebben”, zegt hij. Zijn universiteit heeft een half miljoen studenten. Sawant: „We hebben één docent voor 120 tot 140 leerlingen. Daardoor kunnen we alleen grote hoorcolleges geven. Leerlingen kijken met zijn tienen toe als we een proef doen; ze kunnen hem nooit zelf doen.”

Zijn collega Saroj Verma van een andere universiteit in Mumbai, het R.D. National College, ziet het met lede ogen aan. „Wij leveren miljoenen afgestudeerden af, maar ze zijn niet geschikt voor de banen die er zijn. Alleen de 1 procent heel slimme en communicatieve leerlingen slaagt erin om het echt te maken.” En dat is frustrerend voor de rest, zegt ze. „Ze hebben hooggespannen verwachtingen als ze nog op school zitten, over de banen die ze zullen krijgen en het salaris dat ze zullen verdienen. Maar als ze van school komen, merken ze dat ze voor die banen niet genoeg in huis hebben.” Velen komen terecht in callcenters, ook een snelgroeiende branche die steeds meer werknemers nodig heeft. Varma: „Maar dat is dom werk, ze kunnen veel meer.”

Een bezoek aan de middelgrote dienstverlener Sumasoft in Pune toont haar gelijk. In een zaal zitten tientallen jonge mannen en vrouwen non-stop te typen. Ze voeren de gegevens in van handgeschreven formulieren uit de VS, bijvoorbeeld om een tijdschrift aan te vragen. Naam, bankrekeningnummer, het adres waar het tijdschrift naartoe moet. Om te worden aangenomen hoeven ze alleen te laten zien dat ze snel kunnen typen en dat ze de Engelstalige vragen op het formulier snappen. Maar desondanks zijn bijna alle werknemers graduates, vertelt de manager, een graad vergelijkbaar met de bachelorgraad in Nederland.

De afgestudeerden waar wél alle bedrijven op zitten te wachten, komen veelal van een van de Indiase topinstituten, zoals de Indian Institutes of Technology (IIT) of H.R. College voor managementopleidingen. Bij deze topinstituten komen alle westerse en grote Indiase ondernemingen één voor één werven.

Deels proberen bedrijven hun werknemers zelf de vaardigheden bij te brengen die ze op school niet krijgen. Bij Kanbay bijvoorbeeld, een Amerikaans IT-bedrijf dat onlangs werd overgenomen door Capgemini. Bij Kanbay’s opleidingscentrum in Hyderabad hangt op een prikbord het rooster met de lessen die elke nieuwe employé moet doorlopen. Bijna allemaal ‘softe’ vakken: feedback geven, e-mailetiquette, assertieve communicatie, conflicten oplossen, actief luisteren en ‘presentatie en sociale vaardigheden voor leiders’.

Maar bedrijven zouden hier meer aan moeten doen, zegt Monisha Advani van EmmayHR. „Bedrijven moeten hier niet komen voor kant-en-klaar talent. Maar we hebben wel het ruwe materiaal, en de mensen willen graag.” Advani adviseert bedrijven te becijferen hoeveel mensen ze in de toekomst nodig zullen hebben en nu al te beginnen met het investeren in de massa van middelmatige afgestudeerden. „Dat er een tekort lijkt te zijn, komt doordat alle bedrijven zich richten op dezelfde elitegroep”, zegt ze. „De middengroep en de onderkant worden compleet genegeerd.”

Door de concurrentie voor de beste werknemers stijgen de lonen snel. De Indiase branchevereniging van de IT industrie Nasscom schat dat de lonen jaarlijks 10 tot 15 procent hoger worden. Hoewel de lonen in het Westen ook stijgen – in absolute getallen zelfs bijna even hard – neemt het prijsverschil toch af, zegt Advani. Een beginnende kantoormedewerker in India verdient volgens haar nog zo’n 60 procent minder dan één in het Westen. Maar voor topmensen is dat nog maar 15 tot 20 procent.

Ook het verloop is hoog. Bij bijna alle IT-dienstverleners verlaat elk jaar zo’n 20 procent van de medewerkers het bedrijf. Voor bedrijven die andere soorten diensten doen voor het Westen – zoals callcenters of financiële diensten – is het verloop soms 60 procent. Advani vertelt dat ze sollicitanten krijgt die zich verontschuldigen voor het feit dat ze al drie jaar ergens hebben gewerkt, omdat ze denken dat dat „in deze tijden” niet goed staat. Advani: „Dat is de mentaliteit op het moment.”

Blijft India op deze manier wel aantrekkelijk voor westerse bedrijven? Links en rechts proberen alternatieve landen zich te profileren als aantrekkelijke vestigingsplaats voor dienstverleners. China, Oost-Europa of Rusland. Maar ook kleinere landen, als Maleisië of Vietnam. Ook McKinsey adviseert bedrijven niet blind achter hun concurrenten aan te lopen, maar te zoeken naar plaatsen waar juist weinig andere bedrijven en veel geschikte werknemers zitten. Dat heeft er al toe geleid dat bedrijven in India zich niet meer blindelings in Bangalore vestigen, maar dat er alternatieve IT-centra opstaan zoals Hyderabad, Chennai, Pune en Kolkata.

Maar ten opzichte van andere landen heeft India nog wel grote voordelen, die niet snel zullen verdwijnen. Ten eerste spreekt men in de voormalige Britse kolonie vloeiend Engels, wat je van China of Rusland niet kunt zeggen. Aangezien de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk verreweg de grootste afnemers van dienstverlening vanuit lagelonenlanden zijn, heeft India daardoor een grote voorsprong op andere landen. Verder heeft het land al zo’n 20 jaar ervaring in de IT-dienstverlening aan het Westen, waardoor de processen in hoge mate geperfectioneerd zijn. Omringende landen kunnen daar niet aan tippen. En vergeleken met Oost-Europese landen – waar de ‘dichtheid’ van geschikte afgestudeerden volgens McKinsey aanmerkelijk hoger ligt – is India nog altijd een stuk goedkoper.

Vandaar dat men in India zich hierover nog niet zoveel zorgen maakt. In zijn recentste rapport spreekt branchevereniging Nasscom weliswaar zijn zorgen uit over het dreigende tekort aan talent. Maar ondanks dat blijven de bedrijven komen, rapporteert de vereniging: in 2006 bereikten de investeringen door multinationals een absoluut record.