Rechter fluit onbuigzame fiscus terug

Wie zijn bedrijf opdoekt, kan fiscaal voordelig een pensioen kopen. Dat moet dan wel binnen een half jaar.

Hoe onmachtig kun je je voelen als je zonder er iets aan te kunnen doen, bekneld raakt tussen de regels en een onbuigzame belastinginspecteur? Een Haarlemse garagehouder kan daarover meepraten.

Zijn garage had nooit geweldig goed gedraaid; toen ook nog eens de milieueisen onhaalbaar werden, sloot hij de zaak. Fiscaal technisch gesproken staakte hij zijn bedrijf en hevelde hij de bedrijfsmiddelen over van zijn bedrijfs- naar zijn privévermogen om daarvan zo snel mogelijk een lijfrente (pensioenuitkering) te kopen. Alles wat er van het bedrijf over bleef, was een garagegebouw op vervuilde grond. Dat stond op de bedrijfbalans voor 100.000 euro, terwijl de werkelijke waarde was opgelopen tot ongeveer 300.000.

Die waardestijging belast de fiscus in de eindafrekening als bedrijfswinst en normaal gesproken tegen het progressieve tarief van de inkomstenbelasting. Het blijft voorlopig onbelast als de ex-ondernemer er een pensioen voor koopt. Daarvoor heeft hij contant geld nodig maar hij heeft alleen maar een slecht verkoopbaar pand. Met enige moeite vindt hij een bank die voor de helft van de taxatiewaarde een hypotheek wil verstrekken. Met dat geld kan hij naar de pensioenverzekeraar. Er rest nog één hindernis. De bank stelt als voorwaarde dat de fiscale situatie duidelijk is. Dat is pas het geval als de fiscus de waarde van het pand heeft bepaald en zodat de inspecteur de aanslag kan berekenen. Daarom vraagt de ondernemer de inspecteur om zijn taxateur te sturen. Dat wil de inspecteur wel maar haast heeft hij er niet mee. De Belastingdienst heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Toch is er haast geboden omdat de wet ondernemers slechts een korte periode gunt om dergelijke stakingswinsten fiscaal gunstig om te zetten in een pensioen. Dat moet in beginsel binnen een half jaar. De ondernemer heeft dus snel geld nodig, dat hij pas krijgt als hij een aanslag heeft, die de inspecteur pas oplegt als de taxatie heeft plaatsgevonden. Maar er kwam geen taxateur.

Maand na maand verstreek, brandbrief volgde op smeekbede, niets hielp. Toen de taxateur uiteindelijk kwam opdagen was de termijn al royaal verstreken. Dat is nou jammer, hield de inspecteur tot voor de rechter vol, maar regels zijn regels. Nu de termijn is verstreken bereken ik het volle progressieve tarief over de verkoopwinst.

Zonder het te weten preludeerde de inspecteur op de titel van het jaarverslag dat de Nationale ombudsman onlangs aan de Tweede Kamer aanbood: ‘Regel is regel’ is niet genoeg. Ombudsman Alex Brenninkmeijer constateert dat de overheid een brug moet willen slaan tussen de overheid als systeem en de burger als mens.

Hij maakt zich vooral zorgen over het stijgende aantal klachten van mensen die zich onmachtig of vernederd voelen in hun contact met de Belastingdienst. In dit geval schoot niet de ombudsman maar de rechter de ex-ondernemer te hulp. De Haarlemse rechtbank constateert dat de man er zelf niets aan kon doen dat hij de premie pas na anderhalf jaar kon storten, dat is aan de laksheid van de fiscus te wijten.

Dan is het niet redelijk dat de inspecteur zich toch aan de regels vastklampt. De rechter kent de ex-garagehouder het belastingvoordeel onverkort toe, ook al luidt de wet anders.

Aertjan Grotenhuis