Planetoïde Itokawa wordt regelmatig ‘opgeschud’

De planetoïde Itokawa, zeshonderd meter lang, zweeft tussen aarde en Mars. Het meteorietpuin op het oppervlak is gesorteerd door ‘aardverschuivingen’. Japan Aerospace Exploration Agency Japan Aerospace Exploration Agency

Itokawa, een zeshonderd meter lange planetoïde die tussen de baan van de aarde en die van Mars om de zon draait, wordt periodiek opgeschud. De inslag van een kleine meteoriet op de planetoïde zou er al een aardbeving kunnen veroorzaken.

Dat leidt een groep van voornamelijk Japanse astronomen af uit de gedetailleerde opnamen die de Japanse ruimtesonde Hayabusa in november 2005 tijdens twee zachte landingen op Itokawa heeft ge maakt (Science Express, 19 april). Deze opnamen, waarop soms details van enkele millimeters zichtbaar zijn, tonen dat een groot deel van het oppervlak van Itokawa bedekt is met gesteentepuin, ofwel regoliet. Dat ontstaat door meteorietinslagen, en vertoont kenmerken die op ‘aardverschuivingen’ wijzen.

Op de maan worden de puinfragmenten die tijdens een meteorietinslag ontstaan niet ver weggeslingerd en komen de zwaarste fragmenten het dichtstbij neer. Op een planetoïde zal het puin echter, als gevolg van de veel geringere aantrekkingskracht, op het gehele oppervlak terugvallen en ook veel minder naar grootte worden gesorteerd. Op den duur ontstaat dus – zonder aardbevingen – een vrij uniforme laag van fragmenten, van allerlei afmetingen. En een deel van het puin verdwijnt, door de geringe ontsnappingssnelheid, voorgoed in de ruimte.

Maar op Itokawa is het puin níet egaal verdeeld. Er zijn vlakke gebieden te zien, die alleen uit heel kleine fragmenten bestaan. Deze gebieden bevinden zich op de laagste punten in het gravitatieveld van de planetoïde. Ook de weinige kraterbodems zijn meestal alleen met heel kleine deeltjes gevuld. En ook de verspreiding van de grotere puinfragmenten (die de ruwere delen van de planetoïde vormen) wijst op de invloed van de zwaartekracht. Deze en nog andere details wijzen er volgens de astronomen op dat er langs de (flauwe) hellingen op Itokawa op grote schaal ‘aardverschuivingen’ hebben plaatsgevonden, die de kleinere fragmenten van de grotere hebben gescheiden.

Dit massatransport zou aan het droge oppervlak van Itokawa al door de inslag van een kleine meteoriet tot stand kunnen komen. Zo’n inslag veroorzaakt door de gehele planetoïde heen seismische trillingen waarvan de versnellingen even groot zijn als die van de lokale zwaartekracht. Als die trillingen voldoende lang aanhouden, zou oppervlaktemateriaal zich over relatief grote afstanden kunnen verplaatsen. Dat gebeurt – door de zeer geringe zwaartekracht – op een trage en half-zwevende wijze. Andere oorzaken van trillingen kunnen getijdenkrachten zijn (tijdens een passage langs de aarde of Mars) of het vrijkomen van door warmte veroorzaakte spanningen. George Beekman