Plaagstootje

Waar onwetendheid heerst, regeert de emotie. Woedend reageerden (vroeg)gepensioneerden op de column Grijze Plaag van vorige week. Daarin stond dat ouderen stukken goedkoper pensioen opbouwen dan jongeren en toch vaak van een voortijdig pensioen genieten.

Enkele reacties van deze mazzelaars: „Ouderen betalen juist het meest”, „Wij hebben gezwoegd tijdens de naoorlogse wederopbouw”, „Wij financieren de opleidingen en kinderopvang van verwende jongeren”, „Wij zorgen onbetaald voor ouderen, zieken en kinderen” en „De jongere generatie wordt nog rijker dan wij.”

Die pensioenemoties staan haaks op de feiten. Neem de pensioenpremie. Elke pensioenfondsdeelnemer betaalt eenzelfde percentage als zijn collega’s. Dat lijkt het toppunt van eerlijkheid, maar actuarissen (levensverzekeringswiskundigen) weten beter. Een euro die op je 25ste in een pensioenfonds gaat, kan tot je 65ste veertig jaar renderen, terwijl een op je 55ste ingelegde euro maar een decennium winst voor je maken kan.

Dit fenomeen blijkt duidelijk uit een diapresentatie van Casper van Ewijk, onderdirecteur van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl onder ‘presentaties’). Jong en oud betalen 24 procent doorsneepremie. Zou men betalen naar leeftijd, dan zou een 25-jarige ruim 18 procent premie bijdragen, maar een 64-jarige bijna 35 procent.

Een doorsneepremie is acceptabel als iedereen levenslang in loondienst blijft en dezelfde rechten claimen kan. Maar steeds vaker gaan jongeren van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap en terug. Het boek Kosten en baten van Collectieve Pensioensystemen beschrijft een werknemer met 50.000 euro salaris, die pas op zijn 46ste in een pensioenfonds stapt. Tot zijn 65ste betaalt hij, bij normale salarisstijging, 290.000 euro premie. Een premie naar leeftijd zou hem 350.000 euro hebben gekost.

De bonus van 60.000 euro wordt door jongere pensioenspaarders betaald.

Daarnaast betalen jongeren mee aan vergrijzing, vut en vervroegd pensioen, terwijl het woord prepensioen al bijna uit het woordenboek is geschrapt. Het Alternatief Voor Vakbond (www.alternatiefvoorvakbond.nl) heeft daarom pensioenfonds ABP gedagvaard. Men vindt dat sprake is van verboden leeftijdsdiscriminatie omdat 56-minners bijna alle kosten moeten dragen voor de vroegpensionering van 56-plussers, en 56-minners daarom zelf nog langer moeten doorwerken.

Babyboomers hebben trouwens niet gewerkt aan de wederopbouw. Ze zaten toen hooguit op de lagere school, maar meestal in de box. Ook zijn geboortegolfers niet de financiers van opleidingen. Juist in de jaren zeventig kon je goedkoop studeren. Wie vanaf 2010 zijn maximale studieduur overschrijdt, gaat jaarlijks 6.000 tot 15.000 euro collegegeld betalen. Ook rennen lang niet alle gepensioneerden onbetaald voor ouderen, zieken en kinderen. Afgelopen dinsdag kopte deze krant ‘Na het pensioen wacht de fauteuil’, omdat gepensioneerden opvallend minder bewegen dan werkenden. Goed, kinderopvangkosten maken ouderen niet, maar wel, mede door hun bewegingsaversie, meer zorgkosten. Volgens wetenschappers is tot slot uiterst onzeker dat komende generaties rijker worden dan de huidige. Concluderend kun je stellen dat voortijdig gepensioneerden, vooral vutters, qua pensioen écht mazzel hebben gehad. Een plaagstootje is dus wel op zijn plaats.