Onontkoombare emotie

james w. mcallister e.a. ‘knowledge in fermant: dilemmas in science, scholarship and society’. leiden university press, 294 blz. ISBN 9 789087 280178. prijs: € 45,-.

Stel je wilt je verdiepen in de Armeense kwestie. Met welk type wetenschap kun je dan het beste uit de voeten? Is dat regiostudies, met als uitgangspunt de geografische eenheid Turkije en een specialisatie als breed opgeleid turkoloog in dit heikele onderwerp? Of heb je meer aan een disciplinaire aanpak, waarbij de historicus zich vanuit zijn vakgebied in deze specifieke regio verdiept?

Turkoloog en historicus Erik-Jan Zürcher, kenner van het moderne Turkije, zou het liefst regiospecialisten onderbrengen in vakstudies. In Knowledge in Ferment, een bundel over dilemma’s in de wetenschap (uitgebracht ter gelegenheid van het afscheid van Douwe Breimer als rector van de Leidse universiteit), bekent hij zich als onderzoeker door collega-historici sterker uitgedaagd te voelen dan door collega-turkologen. Regio of discipline: wat je ook kiest, je verliest wat – kenmerk van het ware dilemma.

De zestien dilemma’s die in Knowledge in Ferment aan bod komen, worden voorafgegaan door een prikkelende inleiding van de hand van wetenschapsfilosoof James McAllister. Die maakt onderscheid tussen wetenschappelijke controverses, morele dilemma’s en wetenschappelijke dilemma’s. Bij een controverse draait het om onverenigbare standpunten, zoals in het naoorlogse debat in de astronomie over het stationaire heelal (Fred Hoyle) versus de oerknaltheorie. Zodra in een debat één visie qua argumentatie en empirische ondersteuning superieur blijkt aan de concurrentie, is de controverse beslecht – wat natuurlijk niet betekent dat iedereen om is.

Bij een moreel dilemma spelen conflicterende plichten. Iemand die gevangen is in een moreel dilemma doet het nooit goed: beide keuzeopties schenden een principe. Drijft een controverse een wig tussen de verschillende deelnemers, een dilemma leidt tot intellectuele en emotionele spanning in één individu. Een bekend voorbeeld is het prisoner’s dilemma in de speltheorie. De speler moet kiezen tussen samenwerken, wat het beste totaalresultaat oplevert, en egoïsme, individueel gezien de meest lucratieve handelwijze. Welke keuze hij ook maakt, altijd is kritiek mogelijk. Praktijkvoorbeeld: moet een dokter zijn patiënt eerlijk vertellen wat er aan de hand is? Ook de wijze waarop Max Planck in tijden van opkomend nazisme al schipperend de Duitse fysica overeind hoopte te houden, is een voorbeeld van een moreel dilemma in de wetenschap.

Anders dan bij een controverse, waar ‘iedereen’ er uiteindelijk vrede mee heeft dat de beste theorie de concurrentie wegdrukt, levert een moreel dilemma altijd een soort schuldgevoel op. Dat komt omdat er niet zozeer conflicterende opvattingen spelen als wel conflicterende verlangens – twee zielen in één borst.

Behalve morele dilemma’s zijn er ook wetenschappelijke dilemma’s. Een onderzoeker, aldus McAllister, mag in zijn algemeenheid de waarheid zoeken, of empirische overeenkomst dan wel praktische toepasbaarheid nastreven, in de praktijk heeft hij te maken met een hele serie waarden op het gebied van kennisverwerving. Om er een paar te noemen: nauwkeurigheid, volledigheid, consistentie, eenvoud, objectiviteit, aanschouwelijkheid, herleidbaarheid, metafysische aanvaardbaarheid en esthetische waarde. En, net als bij morele waardes, is er geen voorschrift dat bepaalt welke kenniswaarde ‘wint’. Dat geeft aanleiding tot conflict: streven naar eenvoud kan haaks staan op aanschouwelijkheid. De wetenschapper ziet zich in zo’n situatie gedwongen iets op te geven wat hem dierbaar is.

Een voorbeeld is de ontwikkeling van de quantumtheorie in de jaren twintig en dertig. Waar Albert Einstein en Erwin Schrödinger op determinisme en aanschouwelijkheid hamerden, lieten Niels Bohr en Werner Heisenberg die waarden schieten ten faveure van een theorie die subatomaire verschijnselen met succes beschreef. Beide kampen lieten zich leiden door gerechtvaardigde kenniswaarden. Dat het opgeven van die waarden de betrokken fysici niet in de koude kleren ging zitten mag blijken uit uitspraken als zou iemand die quantumtheorie niet ‘idioot’ vond, er ‘niets van hebben begrepen’.

Hoe redden onderzoekers zich uit een wetenschappelijk dilemma? Niet door logisch redeneren: in de kenniswaarden zit geen hiërarchisch systeem. McAllister denkt dat emoties een rol spelen. Emotie, zo heeft onderzoek van de afgelopen decennia aangetoond, staat niet tegenover cognitie en rationaliteit. Integendeel, juiste gevolgtrekkingen en besluiten kunnen niet zonder. Zijn of haar emotionele systeem geeft de onderzoeker de rust om in geval van een wetenschappelijk dilemma een keuze te maken, in een situatie waarin voor meerdere waarden argumenten zijn aan te voeren en waarin geen van die waarden op voorhand in diskrediet valt te brengen.

Wetenschappelijke dilemma’s, zo concludeert McAllister, markeren niet alleen keerpunten in de ontwikkeling van een vakgebied, ze bieden ook openingen waar emotie noodzakelijkerwijs wetenschappelijk onderzoek binnentreedt.

Knowledge in Ferment bestrijkt de volle breedte van de wetenschap, van Grieks tot genetica. Maar van de dilemma’s die op McAllister’s inleiding volgen zijn er maar enkele van het wetenschappelijke type. Wil Roebroeks bijdrage, over de oorsprong van de mens, betreft een controverse die bij gebrek aan gegevens nog immer voortwoedt. Carlo Beenakker doet zelfs een voorstel om het door hem aangedragen dilemma van Hempel – over de scheidslijn tussen fysica en metafysica – op te lossen en dat kan bij een echt wetenschappelijk dilemma niet de bedoeling zijn. Het verhaal van Janneke Gerards over hard cases in de rechtspraak, aan de hand van een Ierse abortuszaak die aan het Europese hof voor de mensenrechten diende, komt vanuit de rechtswetenschap meer in de buurt. Net als het boven geschetste dilemma van Erik-Jan Zürcher. Wat je ook doet, het is nooit goed.

Dirk van Delft