Omstreden uitbouw Prado gereed

Na jaren van politiek gesteggel en publiek debat opent museum het Prado in Madrid deze maand zijn nieuwe vleugel, een ontwerp van architect Rafael Moneo.

In wat al bestempeld is als het grootste culturele evenement van dit jaar in Spanje, opent museum het Prado deze maand zijn compleet nieuwe vleugel. Veruit de grootste verbouwing sinds de tweehonderd jaar van zijn bestaan maakt een einde aan het voortdurende ruimtegebrek waar Spanje’s beroemdste museum van klassieke meesterwerken al jarenlang mee kampt. De opening van het nieuwe deel van het museum, een ontwerp van de Spaanse architect Rafael Moneo, maakt volgens minister van cultuur Carmen Calvo een ,,gelukkig einde’’ aan jaren van heftige ruzies en polemiek. In tegenstelling tot spectaculaire uitbreidingen zoals de glazen piramide bij het Louvre, koos Moneo voor een ingetogen ontwerp.

Vijf jaar werd er gebouwd aan de uitbreiding die met 152 miljoen euro twee en een half keer zo duur uitviel als oorspronkelijk was begroot. Hiervoor wordt de bruikbare ruimte van het oorspronkelijke gebouw van de architect Villanueva met ruim de helft uitgebreid van 28.600 vierkante meter tot 44.300 vierkante meter. De uitbreiding bevat vier nieuwe zalen voor tijdelijke tentoonstellingen, opslagruimtes en werkplaatsen.

Bij de presentatie van zijn gebouw onderstreepte Rafael Moneo (70) vooral zijn respect voor het oorspronkelijke gebouw van Villanueva. Anders dan bijvoorbeeld zijn kubistische ontwerp voor het Kursaal theater in San Sebastián of het spectaculaire ontwerp van Frank Gehry’s Guggenheim museum in Bilbao moest de uitbreiding niet te veel de aandacht trekken. ,,Ik heb hier nooit een emblematisch gebouw willen neerzetten. Wat de aandacht moet trekken is het Prado als instituut.’’

De architect kwam er niettemin voor uit dat het project, met al zijn beperkingen voor het gebruik van de beschikbare ruimte, wellicht tot het moeilijkste in zijn lange loopbaan gerekend kan worden. ,,Ik hoop dat de mensen inzien dat dit ontwerp de enige mogelijke oplossing was. Alle problemen zijn nu uit de wereld. Dat geeft een grote bevrediging.’’

De bouw was van meet af aan onderwerp van felle polemiek in Spanje. Er werd aanhoudend gesteggeld tussen de conservatieve partij, die regeerde toen tot de uitbreiding werd besloten, en de socialistische regering die het project van zijn voorgangers erfde.

De buurtbewoners rondom het Prado verzetten zich tot bij de rechter tegen onderdelen van wat in de volksmond ‘de doos van Moneo’ was gaan heten. Het bovengrondse deel van de uitbreiding bestaat uit een kubusvormig gebouw dat naast de kerk van Los Jerónimos werd opgetrokken. Behalve de breuk met de klassieke stijl van het kerkgebouw golden de protesten vooral de aanpalende kloostergalerij. Die was weliswaar ontoegankelijk en aan het oog onttrokken voor het publiek, maar zou nu volledig worden ingepakt in het nieuwe gebouw van Moneo.

De doos van Moneo werd uiteindelijk een ingetogen, in rood baksteen uitgevoerd ontwerp. Het opvallendst zijn de twee grote toegangsdeuren, die bestaan uit een bronzen sculptuur van de artieste Cristina Iglesias met een motief van bijeengepakte takkenbossen. De grootste verrassing bevindt zich binnen in het gebouw. De geheel gerestaureerde zestiende eeuwse zuilengalerij van het klooster is geheel omsloten door een met ramen overdekte interne patio en functioneert als een lichtkoker voor de onderliggende verdiepingen en tentoonstellingsruimten. ,,Een bijna surrealistisch effect’’, aldus Moneo.

De helling tussen dit nieuwe gebouw en het oorspronkelijke Prado is benut voor een lager gelegen uitbreiding, waarvan het dak bestaat uit een klassieke tuin. Hier onder bevindt zich de ontvangstvestibule met winkelruimte, een cafetaria en een auditorium voor ruim vierhonderd personen.

De uitbreiding van het Prado Museum opent zijn poorten voor het publiek op de zaterdagen en zondagen van 28 april tot 1 juli. Dit najaar wordt de eerste tijdelijke tentoonstelling verwacht.